NB: Met browser-functie "zoeken" ( ctrl + F ) kan ook op deze webpagina op trefwoord (naam) worden gezocht.

vijf generaties NONHEBEL in Nederland

Samenstellers: Willem de Jong, Elly Pooth-Vermaas en Esse Vermaas.       Terug: Voorwoord

Navigatie / Inhoud:

VOORWOORD.
HOOFDSTUK 1. De vroegste generaties van het geslacht Nonhebel.
HOOFDSTUK 2. De familie Nonhebel in Lingen.
HOOFDSTUK 3. Johann Peter Nonhebel en gezin.
HOOFDSTUK 4. De familie Nonhebel-Sommerwerck en Deetman-Nonhebel.
HOOFDSTUK 5. Het gezin Nonhebel-Pasman en Nonhebel-Richter.
HOOFDSTUK 6. Het gezin Nonhebel-van der Burg en hun kinderen.
HOOFDSTUK 7. Het gezin Nonhebel-van Haersolte tot den Doorn.
HOOFDSTUK 8. De familie Nonhebel-Hooft Graafland.
HOOFDSTUK 9. Het gezin Nonhebel-Sterk.
HOOFDSTUK 10. Daniël Jacobus Nonhebel.
HOOFDSTUK 11. De familie Vermaas-Nonhebel.
HOOFDSTUK 12. De familie Nonhebel-Honkoop.
HOOFDSTUK 13. Het gezin Nonhebel-Bonda.
HOOFDSTUK 14. Het gezin Fagginger Auer-Nonhebel.
HOOFDSTUK 15. Slotopmerkingen.
LITERATUURLIJST.
PARENTEEL. Johann Christoffer Nonhebel (1715 - 1774).
INDEX.
STAMBOOM.

HOOFDSTUK 7.
Het gezin Nonhebel-van Haersolte tot den Doorn.

De oudste zoon uit het gezin Nonhebel-van der Burg, Joannes Petrus (Jan) (1830-1883) gaat theologie studeren in Utrecht en trouwt in Zwolle met Luthera Anna Agatha Baronesse van Haersolte van den Doorn (1824-1892). Hij staat achtereenvolgens als predikant in Heemse, Vaassen, Middelburg en tenslotte, vanaf 1881 in Dordrecht.
Op latere leeftijd lijdt hij aan een slepende ziekte, die hem het spreken moeilijk maakt. Reeds korte tijd na zijn aankomst in Dordrecht worden de klachten zo ernstig, dat hij het preken moet staken. En hij besluit naar Karlsbad te gaan voor een kuur. Onderweg op 3-6-1883 sterft hij echter in Hannover in het St.Vincentstift, een klooster met ziekenhuis. Zijn vrouw overlijdt in 1892 in Apeldoorn.

Johannes Petrus is behoudend en ondanks het feit, dat de kerkeraad in Vaassen in meerderheid vrijzinnig is, acht men het ditmaal juist een predikant van de behoudende kant te beroepen. Na Vaassen wordt hij beroepen naar Middelburg, waar hij wederom de eerste en op dat moment ook de enige orthodoxe predikant is. Hij weet in Vaassen, maar ook in Middelburg stampvolle kerken te trekken.

Hij heeft verschillende publikaties en boeken op zijn naam staan. Ondermeer is van zijn hand verschenen "Bladen uit het dagboek van een leeraar" en "Reformatie Leesboek voor scholen en huisgezinnen".

Ook andere werkzaamheden op christelijk gebied worden door hem aangepakt. Zoals zondagsscholen en jongelingsverenigingen.
In Middelburg beijvert hij zich om het aantal christelijke scholen te vergroten. Dit brengt hem in contact met Groen van Prinsterer, die in de periode 1857-1862 de Tweede Kamer verlaat wegens de aanname van de schoolwet, die dit juist tegengaat. Bij het vertrek van Johannes Petrus naar Dordrecht laat hij behalve de reeds bestaande christelijke school nog twee scholen achter, één voor de kinderen van gegoede ouders en één voor die van minvermogenden.

Hij is niet alleen betrokken bij kerkelijke aangelegenheden, maar ook bij de wereld daarbuiten. Ondermeer zamelt hij geld in om de vrijheid van de Transvaalse boeren te bevorderen. Juist in de jaren 1850-1860 ontstaat de Vrijstaat Transvaal, die in 1877 door de Engelsen wordt geannexeerd. Een voorbode van de Boerenoorlog.

Uit de studentenjaren van Jan is het volgende verhaal overgeleverd: hij loopt op een dag met zijn broer Chris over de markt. Beiden zijn iets langer dan de gemiddelde Nederlander in die tijden. Zij lopen achter elkaar en komen langs een stalletje met kopjes en schoteltjes. De marktvrouw roept luidkeels "Kopjes en schoteltjes" , waarop Jan haar nadoet en ook luidkeels roept "Kopjes en schoteltjes" wel echter onschuldig de andere kant uitkijkend. Zijn broer een paar passen achter hem aanlopend kijkt de marktvrouw iets besmuikt aan. Waarop deze marktvrouw hem met toepasselijke woorden te lijfgaat allerlei beschuldigingen tegen Chris uitend.

Het echtpaar heeft zes kinderen, waarvan alleen de eerste drie trouwen en kinderen hebben.

  1. Johannes Abraham Christoffer (1858-1906) gaat in zaken.
    Op 3 juli 1878 wordt voor notaris Schenkenberg in Rotterdam een acte verleden, waarbij een vennootschap wordt aangegaan met als vennoten J.A.C.Nonhebel en F.Reynders. Het doel van de vennootschap is handel in steenkolen en het uitoefenen van agenturen. Dit blijkt geen succes, want bij onderhands contract getekend te Fryston in Yorkshire op 12 januari 1880, wordt de vennootschap ontbonden.
    Johannes A.C. is dan blijkbaar onderweg of reeds in Rio de Janeiro. Hij is daar shipsbroker.
    Naderhand gaat hij samenwerken met Ely Hill. Na diens overlijden in 1895 moet hij de zaak hebben voortgezet.
    Volgens de Staatscourant no. 282 van 1 december 1891 is hij met Koninklijke machtiging benoemd tot Vice-Consul te Rosario de Santa Fé en als zodanig erkend door de Argentijnse regering. Hij woont dan in Buenos Aires.
    Hij trouwt op 15 augustus 1900 in Benhilton, Sutton County, Surrey met Eveline Hill, de dochter van zijn overleden zaken partner. Enkele jaren daarna in 1902 sterft hij in Rio de Janeiro, zijn vrouw met een zoon achterlatend.
  2. Louise Christine Egbertine Françoise (1859-1952) is een sterke bindende kracht binnen haar familie.
    Voor haar kinderen is zij "moeder", voor haar kleinkinderen "grootje" en voor haar achterkleinkinderen "grannie".
    Zij trouwt met Carel Berend Hendrik Roijer (1856-1915) notaris met de standplaats Zwolle, waar hij een uitstekende naam geniet. Hij stamt uit een oud Zwols geslacht.
    Na het overlijden van haar man in 1915 is zij nog vol leven. Zij verhuist naar Haarlem, want in Zwolle is niemand van haar kinderen achtergebleven, zij zijn allen uitgevlogen. Maar in Haarlem heeft zij niets te doen.
    Zij besluit in 1919 naar Nederlands Indië te gaan, waar twee van haar kinderen wonen en werken. Ook daar biedt het leven weinig zorgen en om zich bezig te houden gaat zij de administratie doen van een leprozerie.
    Zij heeft al vroeg wit haar, wat in Nederlands-Indië bij de lokale bevolking groot respect afdwingt. Men hurkt voor haar met de rug naar haar toe.
    Na enkele jaren keert zij weer terug naar Nederland en woont dan in Den Haag op "Bronovo". Zij fungeert daar als "moeder" voor aankomende verpleegsters.
    Als men in de latere jaren bij haar op bezoek komt, zit zij altijd achter de tafel op een rechte stoel. Bij haar ligt dan een boekje met alle gegevens van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. En dat zijn er 67 op het laatst van haar leven en zij weet alles van hen.
    Haar verjaardagen zijn altijd een grote familiereünie. Gezien het aantal wordt het buitenshuis gevierd.
    Het echtpaar Roijer-Nonhebel heeft 8 kinderen, waarvan er één reeds enkele weken na de geboorte sterft.
  3. Coenraad Willem Anton (Willem) (1861-1907) studeert theologie in Leiden. Hij trouwt met Helena Wilhelmina Boomer. Hij staat als Ned.Hervormd predikant in Aagtekerke en Harmelen.
    Na zijn vroeg emeritaat wegens zijn slechte gezondheid, hij is dan nog vrij jong: 41 jaar, gaat hij in Lochem wonen. Door zijn ziekte wordt het lopen hem moeilijk en hij moet zich verplaatsen in een wagentje. Ondanks dit ongemak maakt hij nog een reis in 1906 naar Curaçao, waarover een uitgebreide correspondentie is overgebleven. Hij vaart naar Curaçao met Hr.Ms.Pantserdekschip "Friesland". Terug komt hij met een zusterschip Hr.Ms.Pantserdekschip "Gelderland". Hij overlijdt kort daarna in 1907 in Lochem.
    Uit het huwelijk met Helena Wilhelmina Boomer worden drie kinderen geboren, een zoon en twee dochters. Zijn kleinzoon Coenraad Willem Anton de Jong is één der samenstellers van dit boek.
  4. Johannes Petrus (1863-1894) wordt in 1882 in Dordrecht als lidmaat aangenomen. Dit geschiedt op verzoek van zijn vader en met toestemming van de kerkeraad, want hij komt daarvoor over uit Brussel en vertrekt weer na de aanname naar Brussel met attestatie. Vandaar is hij naar Zuid-Afrika vertrokken. Het is niet duidelijk hoelang hij daar verblijft en wat hij daar doet. In de overlijdensaangifte in Rotterdam van 3-4-1894 wordt vermeld, dat hij woonachtig is in Pretoria (Zuid-Afrika) en zonder beroep is.
  5. Willem Adolf Werner (1865-1868) wordt slechts drie jaar.
  6. Johanna Elisabeth (1866-1919). Zij trekt met haar moeder na het overlijden van haar vader naar Leiden en in 1887 naar Apeldoorn. Na het overlijden van haar moeder woont zij in Amsterdam en 's-Gravenhage. Zij is verpleegster in verschillende plaatsen. Zij overlijdt in Groningen op 24-7-1919.
Top   Opmerkingen: