NB: Met browser-functie "zoeken" ( ctrl + F ) kan ook op deze webpagina op trefwoord (naam) worden gezocht.

vijf generaties NONHEBEL in Nederland

Samenstellers: Willem de Jong, Elly Pooth-Vermaas en Esse Vermaas.       Terug: Voorwoord

Navigatie / Inhoud:

VOORWOORD.
HOOFDSTUK 1. De vroegste generaties van het geslacht Nonhebel.
HOOFDSTUK 2. De familie Nonhebel in Lingen.
HOOFDSTUK 3. Johann Peter Nonhebel en gezin.
HOOFDSTUK 4. De familie Nonhebel-Sommerwerck en Deetman-Nonhebel.
HOOFDSTUK 5. Het gezin Nonhebel-Pasman en Nonhebel-Richter.
HOOFDSTUK 6. Het gezin Nonhebel-van der Burg en hun kinderen.
HOOFDSTUK 7. Het gezin Nonhebel-van Haersolte tot den Doorn.
HOOFDSTUK 8. De familie Nonhebel-Hooft Graafland.
HOOFDSTUK 9. Het gezin Nonhebel-Sterk.
HOOFDSTUK 10. Daniël Jacobus Nonhebel.
HOOFDSTUK 11. De familie Vermaas-Nonhebel.
HOOFDSTUK 12. De familie Nonhebel-Honkoop.
HOOFDSTUK 13. Het gezin Nonhebel-Bonda.
HOOFDSTUK 14. Het gezin Fagginger Auer-Nonhebel.
HOOFDSTUK 15. Slotopmerkingen.
LITERATUURLIJST.
PARENTEEL. Johann Christoffer Nonhebel (1715 - 1774).
INDEX.
STAMBOOM.

HOOFDSTUK 12.
De familie Nonhebel-Honkoop.

Het is onduidelijk hoe en waar Carel Philippus Nonhebel zich voorbereidt op het latere leven. In elk geval blijkt hij zich op 17-11-1858 te vestigen in Rotterdam als boekverkopersleerling.
Hij vertrekt op 17-11-1859 weer naar Wemeldinge, waar zijn ouders dan wonen. Vervolgens woont hij in Utrecht ( 5-6-1860), behaalt op 21-6-1865 te Amsterdam het drogist examen. Vermoedelijk heeft hij zich in de praktijk voorbereid op dit examen, vanzelfsprekend met een goede kennis van latijn en scheikunde (gymnasium ?).
Hij meldt zich op 25-6-1866 wederom in Utrecht komende van Houten. Hij woont in die periode bij de drogist Reinier Mijsberg mogelijk om nog meer praktijkervaring op te doen.
Ten tijde van zijn huwelijk in 1870 met Risje Honkoop woont hij in Alkmaar en is drogist en winkelier. De drogisterij is gelegen op de hoek Mient en Langestraat.
Risje Honkoop stamt uit een familie van zeilenmakers.
In 1885 verhuist het gezin naar Dordrecht inmiddels met 4 kinderen. Zij verblijven blijkbaar ook nog even in Zierikzee, maar in 1887 woont het gezin in Rotterdam. Als beroep staat dan aangegeven apothekersbediende. Per 9-10-1893 verhuist het gezin naar Amsterdam.
Ook in Amsterdam staat hij ingeschreven als apothekersbediende.
Van de inmiddels 10 geboren kinderen zijn er op dat moment slechts 4 in leven gebleven. Risje Honkoop overlijdt in 1913 in Amsterdam en Carel Philippus overlijdt in 1924 in Haarlem, waarheen zijn zoon Karel Philippus dan is getrokken.
Uit de namen van haar kinderen en kleinkinderen blijkt duidelijk dat Risje Honkoop nooit vernoemd is. Dit is voor die tijd ongebruikelijk. Het verhaal gaat dat zij haar naam lelijk vindt en niet vernoemd wil worden!

De in leven gebleven kinderen zijn:

  1. Martinus Willem (1873-1941). Hij is Sergeant-Majoor der Veld-Artillerie van het KNIL, hoofdbestuurslid van de Vereniging "het Generaal van Heutzfonds", lid van verdienste en medeoprichter van de Vereniging van Oud Onder Officieren van het KNIL "Madjoe" en drager van de Eremedaille in Goud van de Orde van Oranje Nassau.
    Hij trouwt tweemaal. 1. met Petronella Diederika Tulp en na het overlijden van zijn eerste vrouw 2. met Agnes Johanna Maria Pieters. Beide huwelijken blijven kinderloos.
  1. Karel Philippus (1877-1957). Hij is handelsagent en heeft agenturen voornamelijk in kruidenierswaren. Hij woont en werkt in Haarlem. Hij trouwt met Geertruida Alida Lasschuit. Uit dit huwelijk zijn 3 dochters.
  2. Fokke (1880-1961). Hij is bankbediende. Hij trouwt met Maria Johanna Honkoop, dochter van een broer van zijn moeder. Bovendien is haar moeder een zuster van de echtgenoot van Maria Elisabeth Nonhebel. Zij hebben een dochter en een zoon die beiden kinderloos blijven. Hun dochter Maria Johanna heeft 39 jaar lang de Nonhebel kleuterschool in Amsterdam-Zuid geleid. Bij haar afscheid werden haar de versierselen opgespeld behorende bij de Eremedaille in goud van de Orde van Oranje Nassau.
  3. Daniël Jacobus (1881-1974). Hij is aanvankelijk kantoorboekhandelaar in Amsterdam met een compagnon. Na het mislukken van de boekhandel wordt hij winkelbediende.
    Hij verlaat Amsterdam in 1909 voor Groningen, waar hij gaat werken als magazijnbediende bij de Franse Bazar. Hij ontmoet daar zijn latere vrouw Henriëtte Onrust.
    In 1910 verhuist hij naar den Haag, waar hij magazijnmeester is van de afdeling boek- en kantoorboekhandel van "Het Warenhuis" ook wel genaamd Grand Bazar de la Paix.
    In de Duitse bezettingstijd wordt het bedrijf geliquideerd omdat het aan Joden toebehoort. Hij staat dan op straat. Hij kan echter nog werk vinden bij het Nederlands Patriciaat en de consumenten coöperatie de Volharding, beide in den Haag.
    Hij trouwt met Henriëtte Onrust, dochter van een boer in Boschoord, Vledder. Zij volgt na haar lagere school normaallessen ter voorbereiding op het examen voor onderwijzeres. Zij haalt het examen helaas niet en wordt kinderjuffrouw.
    Het echtpaar Nonhebel-Onrust krijgt 8 kinderen.
Top   Opmerkingen: