NB: Met browser-functie "zoeken" ( ctrl + F ) kan ook op deze webpagina op trefwoord (naam) worden gezocht.

vijf generaties NONHEBEL in Nederland

Samenstellers: Willem de Jong, Elly Pooth-Vermaas en Esse Vermaas.       Terug: Voorwoord

Navigatie / Inhoud:

VOORWOORD.
HOOFDSTUK 1. De vroegste generaties van het geslacht Nonhebel.
HOOFDSTUK 2. De familie Nonhebel in Lingen.
HOOFDSTUK 3. Johann Peter Nonhebel en gezin.
HOOFDSTUK 4. De familie Nonhebel-Sommerwerck en Deetman-Nonhebel.
HOOFDSTUK 5. Het gezin Nonhebel-Pasman en Nonhebel-Richter.
HOOFDSTUK 6. Het gezin Nonhebel-van der Burg en hun kinderen.
HOOFDSTUK 7. Het gezin Nonhebel-van Haersolte tot den Doorn.
HOOFDSTUK 8. De familie Nonhebel-Hooft Graafland.
HOOFDSTUK 9. Het gezin Nonhebel-Sterk.
HOOFDSTUK 10. Daniël Jacobus Nonhebel.
HOOFDSTUK 11. De familie Vermaas-Nonhebel.
HOOFDSTUK 12. De familie Nonhebel-Honkoop.
HOOFDSTUK 13. Het gezin Nonhebel-Bonda.
HOOFDSTUK 14. Het gezin Fagginger Auer-Nonhebel.
HOOFDSTUK 15. Slotopmerkingen.
LITERATUURLIJST.
PARENTEEL. Johann Christoffer Nonhebel (1715 - 1774).
INDEX.
STAMBOOM.

HOOFDSTUK 15.
Slotopmerkingen.

In de voorgaande 14 hoofdstukken hebben wij getracht een achtergrond te geven van de familie Nonhebel tot aan het begin van de 20ste eeuw. In de appendix vindt U een parenteel van de hoedenmaker Johann Christoffer Nonhebel uit Lingen eveneens tot ongeveer het begin van deze eeuw. Er zijn echter een aantal onderwerpen ter sprake gekomen, die wij nog nader willen toelichten.

ZEELAND

Het is opvallend hoe belangrijk de provincie Zeeland is in de geschiedenis van de nazaten van Johann Christoffer Nonhebel en in het byzonder de nazaten van zijn zoon Johann Peter, die in 1794 in Kleverskerke tot predikant beroepen wordt.
Hij blijft daar slechts tot eind 1797. Maar zijn kinderen en kleinkinderen zullen vele jaren in deze provincie doorbrengen en er hun sporen achterlaten. Allereerst zal zijn oudste zoon, John Abraham Christoffer, in Wemeldinge staan en daarna in Serooskerke, waar hij opvalt door de wijze waarop hij Willem III begroet tijdens zijn bezoek aan Walcheren, welk bezoek langs Serooskerke voert (zie hoofdstuk 5).
Hij sterft tenslotte in Poortvliet.
De kinderen van deze John Abraham Christoffer blijken een nog sterkere band te hebben met Zeeland. Zijn oudste zoon Johannes Petrus staat 19 jaar in Middelburg. Zijn derde zoon Abraham Agathus is apotheker in Middelburg en deze wordt opgevolgd als apotheker door zijn zoon Gijsbrecht Kornelis. Een dochter van Abraham Agathus, Cornelia Adriana, trouwt met de predikant Johannes Willem Drost. En deze Johannes Willem Drost staat 34 jaar in Wemeldinge!
De vierde zoon DaniŽl Jacobus studeert na een aanvankelijk begin in de theologie geneeskunde in Middelburg. Terwijl schoonzoon Hendrik Vermaas in totaal 24 jaar zal doorbrengen als predikant in Gapinge, Yerseke en Souburg. Een dochter van Hendrik Vermaas, Johanna Catharina Agatha trouwt met een boerenzoon uit Koudekerke, die als predikant 7 jaar in Oostkapelle staat.

Wat bindt dit geslacht zo aan Zeeland? Enkele van de hierboven genoemde predikanten zijn behoudend en dat kan passen bij de aard van de boerenbevolking van Zeeland. Men voelt zich thuis. Dit geldt in het byzonder voor Walcheren. Zoals reeds gezegd in Hoofdstuk 6 is Johannes Petrus de eerste behoudende en een tijdlang de enige behoudende predikant in Middelburg. Hij heeft daar het bestand aan christelijke scholen weten uit te breiden.
Het geslacht Nonhebel wordt ook beschreven in de Encyclopedie van Zeeland en de hierboven genoemde Nonhebels worden daar vermeld.

HOLLANDSCHE BRIGADE

Het is opmerkelijk hoe weinig er geschreven is of te vinden is over de Hollandsche Brigade. En hierbij wordt niet gedacht aan de Hollandse Brigade in de laatste wereldoorlog, maar aan de Hollandsche Brigade, die in 1799 opgericht wordt op het eiland Wight. En deze brigade is belangrijk voor het geslacht Nonhebel! Immers Johannes Petrus (1758-1807), die legerpredikant wordt van het 2de Regiment van deze brigade, vindt zijn tweede vrouw Jane Hickey in Waterford (Ierland), de stammoeder van een van de twee takken Nonhebel.

Achtergrond.

Aan het eind van de 18de eeuw is het roerig in verschillende landen van Europa. Frankrijk staat voorop met de revolutie, maar ook in Nederland is het onrustig en het oude gezag wankelt.
In 1787 wordt de Stadhouder Willem V in ere hersteld met behulp van de Pruisen, nadat hij was uitgeweken voor de druk van de patriotten. Zijn positie wordt gegarandeerd door Pruisen en Engeland en er is sprake van een "Restauratie". Veel verandert er echter niet en na de revolutie in Frankrijk ontstaat weer druk vanuit het Zuiden.
Begin 1795 moet de prinselijke familie de wijk nemen en het gezag gaat over naar de patriotten, die Nederland veranderen in de Bataafse Republiek.

Het Rassemblement.

Niet iedereen is gelukkig met deze omwenteling en vele militairen trekken zich terug naar de Oostelijke Provinciën. De zonen van Willem V proberen nu deze krachten te bundelen in de omgeving van Osnabrück, waarnaar het ook heet "Het Rassamblement van Osnabrück".
Ook in Lingen bevinden zich vele manschappen en waarschijnlijk vertoeven de Oranjes meestal in Lingen, waar zij een sterke binding mee hebben al behoort het graafschap nu aan Pruisen. Men maakt zich klaar voor een inval in Nederland en dat moet samenvallen met een inval van een Engels&Russische legermacht in Noord-Holland. Deze inval vindt plaats in september 1799. Volgens "The Times" van 19 september 1799 valt de Erfprins binnen in Drenthe en Overijssel (Prins Frederik is begin januari 1799 in Padua overleden). Deze actie heeft geen succes en binnen twee maanden hebben de Engelsen een wapenstilstand bereikt met de Fransen, die de Bataafse Republiek te hulp zijn gekomen. Zij trekken zich terug uit Noord-Holland zonder teveel gezichtsverlies en het Nederlandse contingent, zowel het in Engeland gelegerde als het uit Duitsland komende trekt naar Engeland. In Duitsland was men niet meer welkom hetzij door de druk van Frankrijk op Pruisen of door een ander politiek inzicht van de regering.

De Hollandsche Brigade in Engeland.

Reeds begin 1799 heeft Graaf Bentinck toestemming gekregen van de Engelsen voor het oprichten van een bataljon op het eiland Wight. Na de terugtrekking uit Nederland wordt dit vergroot tot een Brigade, die uiteindelijk 5000 man sterk zal zijn. De Brigade staat onder de leiding van de Erfprins, Prins Willem en valt onder het opperbevel van het Engelse leger en ook de kosten worden door de Engelsen gedragen. Er wordt van uit gegaan, dat een nieuwe poging tot verdrijving van de Fransen uit de Noordelijke Nederlanden zal worden gedaan. Dit gebeurt echter niet en de Erfprins stelt de Brigade beschikbaar aan het Engelse opperbevel voor elke actie, die het haar goeddunkt. Dit is vastgelegd in een officiŽle overeenkomst. Men staat eerst klaar voor verscheping naar Portugal, maar dat wordt geannuleerd. Op 9 december 1800 worden de troepen uiteindelijk ingescheept met bestemming Ierland, o.a.Waterford.
Men verwacht daar moeilijkheden in verband met de inlijving van Ierland. Het blijft echter rustig en de Brigade keert op 1 augustus 1801 terug en wordt nu gedeeltelijk op Jersey en Guernsey gelegerd en gedeeltelijk op Wight.

De opheffing.

Op 27 maart 1802 wordt er vrede gesloten tussen Engeland en Frankrijk.
Eén van de onderdelen van de overeenkomst behelst de ontbinding van de Hollandse Brigade. Op 12 juli 1802 wordt de "Dutch Brigade" bij dagorder van de erfprins van Oranje ontslagen. Op 22 augustus schrijft Luitenant Colonel du Pont als commanding officer een afscheidsbrief aan de burgemeester van Lymington. Begin september worden de troepen teruggezonden naar Texel en Hellevoetsluis. Afgesproken is ook, dat de militairen amnestie verleend zal worden. Dat echter blijkt niet waar te zijn. Velen worden gearresteerd!

BEROEPEN.

Een ander aspect, dat wij nader kunnen bekijken zijn de beroepen, die de nazaten van de Nonhebels hebben uitgeoefend. De vroegste generaties zijn sterk gericht op textiel. Färber of verver, een belangrijk beroep, dat in de late middeleeuwen in gildeverband wordt uitgeoefend1. Immers de kunst van het aanmaken van de verfstoffen en het verven van de stoffen is veelal een overgedragen kunst, die aan de hoven en in de kloosters ontwikkeld is tot een industrie.
In de vroege oudheid of vroege middeleeuwen zijn de boeren geheel op zich zelf aangewezen en ook de textielbewerking vindt plaats in eigen beheer. Maar de ontwikkeling die plaats vindt in de kloosters en aan de hoven, doet de behoefte groeien om dit beroep ook op meer professionele wijze in de steden te beoefenen.
In de vijftiende eeuw zijn vele Vlamingen neergestreken in het gebied rond Hanau en deze emigranten zijn sterk betrokken bij de textielindustrie.
Schlüchtern ligt slechts 50 km van Hanau. Het zijn ook deze Vlamingen , die de gilden introduceren onder meer onder de ververs (hoofdstuk 1).
Wat hierboven gezegd wordt over de textielbewerking geldt voor Duitsland, waar de hoven in die tijd ministaatjes zijn met ondermeer een eigen leger maar zonder een onafhankelijke stedelijke bevolking.
In de Lage Landen is er een sterkere ontwikkeling van de steden met als gevolg een vroege ontwikkeling van het gildewezen.
Naderhand zijn er enige Nonhebels hoedenmaker. In de negentiende eeuw is deze verbondenheid met textiel verdwenen. Er is nog wel een enkele Nonhebel kleermaker geweest.
Wij treffen een groot aantal predikanten aan. Daarnaast komt de medische wereld naar voren in de persoon van Abraham Agathus (hoofdstuk 8) als apotheker en Daniël Jacobus (hoofdstuk 9), die na een aanvankelijke studie van de medicijnen zich richt op de massage.
Een derde broer gaat even dat pad op, Jacobus Everardus (hoofdstuk 12).
Opvallend is, dat hun nicht Jane Elisabeth Christina (Jeanne) Vermaas (hoofdstuk 11) ook een vooraanstaand persoon is in de massagewereld en zelfs actief tot op zeer hoge leeftijd (99 jaar).
Er zijn echter meer vrouwen in de Nonhebel familie, die in deze medische wereld hun sporen hebben verdiend. Zo ook HenriŽtte Alexandrine Gerardine Zoete (Jet) (hoofdstuk 8), die door haar werk met een spastisch jongetje, de aanzet geeft voor de oprichting van de Mythylschool in Utrecht.
Niet onvermeld mag nog blijven, dat twee zonen van John A.C., die niet gaan studeren, wel op een bepaald moment apothekers-bedienden zijn, waarvoor ook een bepaald minimum opleidingsniveau vereist is.
Het zijn Karel Philippus die ook met succes het drogisterij examen heeft afgelegd (Hoofdstuk 12) en de jongste broer Petrus Johannes. De laatste krijgt zelfs officiële toestemming dit beroep uit te oefenen in het voormalig Nederlands-Indië.

OPLEIDING.

Aan deze beroepen zijn nauw verbonden de opleidingsmogelijkheden. Voor de ververs ligt dat in die tijd binnen de gilden. Voor de theologie zijn ook vast afgebakende paden. Vermelding moet gemaakt worden van het internaat voor predikantenzonen in Huize Ruimzicht in Doetinchem (tegen lage kosten!). De Geneeskundige School in Middelburg wordt door drie broers Nonhebel bezocht. Daniël Jacobus heeft daar de beginselen van de geneeskunde in zich opgenomen, maar is verder zonder examen (was ook niet vereist) als masseur opgetreden. Deze Geneeskundige School in Middelburg is opgericht in 1824 onder een Koninklijk Besluit tot oprichting van klinische scholen ter opleiding van stads- en plattelandsheel- en vroedmeesters en vroedvrouwen en apothekers.
Ten gevolge van de geneeskundige wetten van Thorbecke wordt deze school evenals andere klinische scholen in den lande in 1866 weer opgeheven.
Ook de examens voor de drogisterij worden in 1866 afgeschaft.
Zoals hierboven al gesteld moeten ook apothekersbedienden aan minimumeisen voldoen. Onder meer moeten zij Latijn kunnen lezen en begrijpen.

Jane Elisabeth Christina (Jeanne) Vermaas mag als meisje nauwelijks over haar voorliefde voor gymnastiek spreken. Zij volgt toch een basis opleiding in Utrecht en gaat later voor een of meerdere cursussen naar Nääs in Zweden. Deze opleiding aan het August Abrahamsons Stiftelse is in het begin van deze eeuw een beroemdheid en wordt door vele nationaliteiten bezocht.

Muzikaliteit blijkt ook aanwezig, maar wordt niet gestimuleerd.
Muzikanten worden nog gezien als mindere lieden. Jane Elisabeth Nonhebel heeft een prachtige stem. Haar man Hendrik Vermaas verbiedt haar zelfs af en toe naar de kerk te gaan, omdat zij dan de koorleden teveel overstemt. Haar zoon Hendrik krijgt les van de bekende Nederlandse zangpedagoog Antoon Averkamp die een toekomstige concertzanger in hem ziet. Hij wil wel, maar zwicht voor de druk van zijn moeder om predikant te worden.
Een dochter van deze Hendrik Vermaas, Hedwig wordt violiste en speelt in het Kunstmaandorkest.
Een dochter van Jane Elisabeth Vermaas-Nonhebel, Christien (Tante Piep) wordt op latere leeftijd pianolerares.
Ook de dochter van Janus Christiaan Carel Nonhebel is zeer muzikaal en krijgt zelfs van haar man, de predikant Bouwe Zoete, na ontvangst van zijn eerste traktement een piano (hoofdstuk 8).

VAARTWEG 53-55

Het huis Vaartweg 53-55 is gedurende 75 jaar een centraal punt geweest voor de nakomelingen van het echtpaar Vermaas-Nonhebel (hoofdstuk 11). Het was zoals in Hoofdstuk 11 al werd gezegd een internaat voor kinderen, wier ouders in bijv. Ned.Indie zaten, een pension voor alleenstaanden en uiteindelijk een praktijk voor Heilgymnastiek en Massage.
Met uitzondering van zoon Hendrik hebben alle kinderen van het echtpaar tenminste enkele jaren van hun leven op de Vaartweg gewoond. Ook de kleinkinderen van het echtpaar Vermaas-Nonhebel komen er zeer regelmatig.
Na het overlijden van Jeanne Muller-Vermaas op 99-jarige leeftijd in 1973 wordt het huis verkocht en afgebroken. Er staat nu een gebouw met appartementen.

In wezen geldt het bovenstaande ten aanzien van Vaartweg 53-55 niet alleen voor het nakomelingschap van het echtpaar Vermaas-Nonhebel, maar ook voor de andere Nonhebel-takken. In de eerste plaats Jo Nonhebel, die samen met Hendrik Vermaas de Boekdrukkerij en Uitgeverij opzet.
Maar ook anderen zoals de familie Fagginger Auer en nakomelingen uit het apothekersgezin van Abraham Agathus Nonhebel komen regelmatig naar de Vaartweg. Zelfs een zoon van Melanie Marie Faro, een tante van de vrouw van Gijs Nonhebel, komt als huisarts in Hilversum wonen op een steenworp afstand van de Vaartweg. Hij is B.D.J.van der Linde (Boudewijn). En hij is uiteindelijk vertrouwensarts van de familie op de Vaartweg. Ook zien wij op de Vaartweg een nazaat uit het apothekersgezin Smeding, wiens vader of grootvader de weduwe van Abraham Agathus bijgestaan heeft na het overlijden van Abraham.

Bij de verschillende gesprekken die plaatsvonden om tot de samenstelling van dit boek te geraken blijkt ook bij andere takken de Vaartweg in Hilversum bekend te zijn. De broers en zusters uit het huwelijk Nonhebel-van der Burg hielden contact voornamelijk door briefwisseling, maar de volgende generatie kwam langs op de Vaartweg hetzij om een advies te krijgen van Jeanne Muller-Vermaas, dan wel om de familieband te onderhouden. Helaas vermelden de memoires van haar hier weinig over. Niet interessant?

Hendrik Vermaas koopt het pand in 1897. Uit de koopacte blijkt, dat het huis dan reeds de naam "Villa Jeanne" draagt. Bovendien blijkt, dat Hendrik al voor de koop enige veranderingen en verbeteringen heeft aangebracht, die niet in de koopsom (fl 13.000) zijn begrepen. Onder meer kan het zijn, dat de zijvleugels, die aanwezig zijn in de jaren, dat de samenstellers van dit boek het huis bezoeken en het zich herinneren, reeds toen zijn toegevoegd. Gezien de bij tijden vele inwonenden moeten vrijwel alle kamers in gebruik geweest zijn. Een foto met bijschrift uit de eerste wereldoorlog geeft dat ook aan. Pas na het huwelijk van Jeanne wordt het wat stiller. Een groot gedeelte wordt in beslag genomen door de praktijk. En zelf woont zij na haar huwelijk met haar man Henri Muller in de rechter vleugel. De linker vleugel is een grote gymnastiekzaal, heerlijk voor de jongere generaties. De kinderen konden zich daar zoet houden. Een grote voorkamer was gevuld met vele apparaten en uiteraard een massage tafel. Door de aanbouw van de twee vleugels waren er twee ruimten inpandig geworden en wel de keuken en de zogenaamde donkere kamer (zie het verhaal aan het eind van Hoofdstuk 14). Beide hadden een raam maar nu uitkomend op een lange gang. Hier kwam wel extra licht in door dakramen.


  1. Dr.D.A.Wittop Koning - Compendium voor de Geschiedenis van Pharmacie in Nederland.
  2. Boogman & Oosterhaven. Geschiedenis van Doetinchem.
  3. N.Basenau-Goemans - Het doel bereikt. 1.Emil Ernst Ploss - Ein Buch von alten Farben
Top   Opmerkingen: