Tip: Klik op bovenstaande titel dan krijg je de inhoudsopgave te zien.

Aan Dorith, onze kinderen en kleinkinderen

Auteur: Pecalle (pseudoniem van Fried Muller)

Pecalle is de bijnaam die ik kreeg van de studenten van de Universiteit van Craiova en betekent zoiets als Harlekijn.

 

 

Dit E-boek is eigenlijk één lange webpagina, die als geheel wordt opgehaald door de browser. Het laden van dit E-boek, waarvan de grootte nu 170 KByte tekst en 1,39 MByte beeld is, gebeurt in een oogwenk.

Zo'n lange webpagina is te lezen met de verticale scrollbar rechts.

Er is ook navigatie binnen dit E-boek: het "hoofdstuk" INHOUD toont een lijst met links naar de respectievelijke hoofdstukken. Als er op een zekere item wordt geklikt, komt het begin van het gekozen item in het leesvenster.

Door te klikken op een willekeurige hoofdstuktitel keert INHOUD in het leesvenster terug.

Dit document is ook als hard-copy te printen: typ Ctrl+p .

INHOUD

Wat je kunt vinden in dit E-boek:

Tip: Klik een item van onderstaande lijst, dan krijg je het begin van het gekozen hoofdstuk te zien.

Dit boek draag ik op aan mijn kinderen en mijn vrouw die mij zolang hebben moeten missen tijdens mijn langdurige missies.

Gedurende één van die missies heb ik lange tijd in Craiova, Roemenië doorgebracht. Ceausescu was net tot president gekozen.

Roemenië viel in die tijd onder de Russische invloedsfeer en was dus ‘communistisch’.

Ik heb geprobeerd een idee te geven hoe toen het leven in Roemenië was voor de Roemenen in de eerste plaats en voor mij in het bijzonder.

Nooit zijn wij buitenlanders op welke manier dan ook door de Roemenen in gevaar gebracht, integendeel.

Het Roemeense avontuur begon in de chocoladefabriek van Van Houten in Weesp waar ik als chef technische dienst werkzaam was.

Dit deel is een vervolg op mijn autobiografie "Verhaal van een Sinjo"

Zomer 1964 was een matige zomer en ik voelde me depressief omdat het bedrijf waarvoor ik al 4 jaar lang mijn beste technische kennis als chef technische dienst had opgeofferd, door een buitenlands multinational was opgeslorpt.

Van Houten in Weesp was altijd een familiebedrijf geweest en behoorde tot de beste chocoladefabrieken ter wereld. Wat cola is voor Amerika is chocola voor Nederland.

./fried2/vanhouten_web.jpg

Fig.1 Het van Houtencomplex Weesp 1938.

Het zag er dan ook naar uit dat deze overname door de Amerikaans multinational Peter Grace een poging was om een serieuze concurrent op een nog serieuzere manier de nek om te draaien.

Van Houten was in 1855 gesticht en was altijd door dezelfde familie, die in Zwitserland woonde, als vermogensbron gebruikt, maar werd als zodanig niet gekoesterd. De fabriek werd op een ouderwetse haast puriteinse wijze beheerd.

Er was nergens geld voor. De salarissen waren aan de karige kant. Er was nooit geld voor onderhoud.

Aan investeren werd nagenoeg niet gedacht. Men draaide door tot er iets defect raakte en de hele fabriek werd dan stilgelegd. Van preventief onderhoud had men nog nooit gehoord. Alle afdelingschefs die langer dan 25 jaar daar gewerkt hadden, kregen een gouden horloge en diegene die een gouden horloge droeg behoorde tot de chocoladefamilie en waren God op hun afdeling.

Ik kwam uit de vliegtuigindustrie door omstandigheden als chef technische dienst in deze fabriek aangesteld om het technisch noodlijdend bedrijf weer goed draaiende te krijgen.

Het was een cultuurschok die ik te verwerken kreeg, maar heb door het diplomatiek aan te pakken toch voor elkaar gekregen om preventief onderhoud in te voeren, dat uitte zich in minder stilstand en hogere productie, dat mij aan het einde van het jaar een goede salarisverhoging opleverde.

De directie was kennelijk tevreden. Alhoewel bij mijn aanstelling mijn eerste reactie was alles te slopen en nieuwe machines daarvoor in de plaats op te stellen, mocht dat tot mijn verbazing niet. Wij moesten draaien met wat wij hadden, want geld voor modernisering was er niet. Althans dat lag in de kluizen in Zwitserland opgeslagen.

Een apart verhaal was ook de samenstelling van het personeel, dat gebaseerd was op lange ervaring en lage opleiding. Hierdoor liepen er figuren rond die het moderniseren van de fabriek tegenwerkten en met angst en beven de toekomst tegemoet zagen.

Vaak was het-gouden-25-jaars-horloge het enige argument van overwicht, dat natuurlijk bij ons op de lachspieren werkte.

Zo was het ons verboden in de branderij te komen waar de cacaobonen werden geroosterd, want dat was daar het allerheiligste van alles. Moet je weten dat tientallen andere fabrieken hetzelfde doen en dat dit roosteren van cacaobonen algemeen bekend was overal ter wereld.

Een rode lamp boven de deuringang van de branderij waarschuwde dat niemand binnen mocht komen en o wee als je dat voorschrift negeerde. Dan werd het tot aan de directie uitgevochten en de branders kregen meestal gelijk.

Het product dat in 1855 aan de cacaobonen werd toegevoegd was potas, kaliumcarbonaat. Dit was het grote geheim van deze fabriek om de cacaobonen voor het roosteren met potas te besproeien.

Wat deed de potas in de boon? Die maakte het makkelijker de cacao van de cacaoboter te scheiden.

Het scheiden van deze twee elementen werd via een hydraulische pers gedaan. Door de druk van de pers hoger of lager in te stellen maak je de cacaokoeken die eruit rollen magerder of vetter afhankelijk van de vraag.

Door de potas heeft de scheiding reeds in de boon plaats gevonden, maar voordat de vloeibare cacao in de pers komt moeten de geroosterde bonen eerst nog gemalen worden.

De cultuurschok bestond hieruit dat de maalmachines nog uit 1895 dateerden en nooit waren vernieuwd.

Deze carrouselmolens bestonden uit twee platte stenen wielen waar groeven handmatig volgens een bepaald patroon in het maaloppervlak pneumatisch gebild werden en waar de geroosterde cacaobonen tussen vermalen werden.

Wat is billen? Dat is het pneumatisch uitkappen van het stenen wiel om een bepaald profiel op het maaloppervlak te krijgen.

De maalmolen had één niet roterend stenen wiel dat op en neer in het stalen framewerk gleed en op het onderste roterende stenen wiel rustte.

De onderste steen werd via een aandrijfriem aangedreven. Deze carrouselmolens hadden een zeer beperkte levensduur en moesten iedere keer uit elkaar genomen worden om de stenen wielen te vervangen.

De molenstenen moesten elke keer weer geprofileerd (gebild) worden. Het billen ging zover door tot de stenen hun minimale dikte hadden bereikt.

Door op deze manier te malen werd in de vloeibare gemalen chocolade het steengruis meegevoerd en verwerkt tot cacaopoeder of bonbons. Een betere manier van vermalen bestond toen nog niet.

Men werkte zoals eerder vermeld met zeer oude machines en het product dat eruit vloeide heeft men nog nooit gekeurd, tenminste niet op samenstelling.

Het bleek dat de transportmiddelen op een ontzagwekkende manier sleten en dat er in het geheel geen magneten aanwezig waren.

Een chocoladefabriek bestaat uit een tankpark, waarin iedere tank de cacaobonen uit één land bevat, alsmede het transportsysteem naar de breek- en ziftinstallatie, het transport naar de roostermachines, de maalstenen en persen. Zo is globaal iedere chocoladefabriek uitgerust.

Iedere fabriek heeft meestal twee productieafdelingen, een deel zoals voorheen beschreven en het ander deel is de bonbonsafdeling.

In het eerste gedeelte wordt alleen cacaoboter en cacaopoeder gemaakt en verpakt voor verkoop en het tweede deel de bonbons. Hier wordt door veel meer personeel aan gewerkt, hoofdzakelijk meisjes. Deze meisjes komen hoofdzakelijk uit Amsterdam en zijn berucht over het hele land.

Het zijn niet de intelligentste meiden, wel de luidruchtigste en brutaalste vooral in de trein. Maar ben je eenmaal bevriend met ze dan krijg je alles van ze gedaan. En wil je echt plat Amsterdams horen dan moet je tussen hen in zitten.

Meestal zijn de rijtuigen speciaal voor hen beschikbaar gesteld omdat ze het niet accepteren dat buitenstaanders bij hen komen zitten.

De rit Amsterdam-Centraal naar Weesp duurt nog geen 20 minuten maar soms wordt aan de noodrem getrokken. Dit komt meestal 's avonds voor nadat de medewerksters die de kersen in brandewijn uit de tonnen op de chocoladeplaten moeten leggen iedere keer bij iedere plaat een paar kersen in hun eigen mond proppen en na een paar uur laveloos op de grond liggen en 's avonds tussen hun vriendinnen in de trein op worden geduwd.

Als ze 's morgens om half acht moeten beginnen zijn er die om 10 uur 's ochtends zo dronken zijn dat ze per taxi naar huis gestuurd moeten worden. Er zijn meiden die huilerig worden en er zijn meiden die agressief worden en ‘s avonds in de trein aan de noodrem hangen.

Zo ook in de afdeling waar de cacaopoeder wordt verpakt waar één meisje zo’n twintigtal papieren zakjes per minuut razendsnel vult. Als je door de verpakkingszaal loop en ze allemaal goedemorgen wenst, kan je er gif op nemen dat je als groet terug een zakje cacaopoeder in je nek krijgt gegooid.

Iedereen loopt in een witte stofjas rond, ook de meiden. Het grote verschil dat je ziet tussen de meiden en mannen in witte stofjassen is dat de meiden op borsthoogte en van onderen bruin gekleurd zijn waar de kerels bij het passeren hebben gegrepen.

Het scheen dat dat getolereerd werd en niemand die er wat over zei. Je moest je stofjas iedere week verwisselen met een schone, want na een paar dagen beginnen de jassen zurig te ruiken en dat is geen aangename reuk.

Hier werd mijn belangstelling in de chemische technologie opgewekt en ik kreeg er zijdelings vaak mee te maken. Ook het ontwerpen van transportsystemen zowel pneumatische als mechanische moesten opgelost worden.

Het probleem dat ik daarbij had was dat niemand mij kon of wilde vertellen hoe dit alles tot stand was gekomen, een historische aantekening over de fabriek bestond niet en als die bestond werd die strategisch weggemoffeld.

Wat dat aangaat was het daar één grote chaos, dus begon ik voor mijzelf de systemen in kaart te brengen en kon ik na enige tijd de besprekingen gemakkelijker volgen en wist ik waarover gesproken werd. Ik begon ook mijn mening in de discussies te gooien hetgeen niet altijd werd geappreciëerd en zeker niet door de oudere garde met een gouden polshorloge, maar als je hen vroeg om andere alternatieven naar voren te brengen was het meestal doodstil.

Dit was dan het geschikte moment om hun uit te leggen hoe je dat op een andere manier beter kon oplossen. Na verloop van tijd begonnen ze mijn argumenten toch aan te nemen en hielden wij er levendige discussies op na, zodanig dat als zij als oudere ploeg het toch bij het rechte eind hadden, ik ze ook dat tot hun genoegdoening toegaf.

Hoe dan ook er werd toch een bepaalde band gesmeed, maar dat heeft maanden geduurd. Ook de oude werknemers vonden dat er iets groeide en werden stukken inschikkelijker als ik hen wat vroeg.

Ze begonnen zelfs bij mij op mijn bureau te komen om problemen te bespreken, dat wat ik nooit van hen had verwacht.

Ik voelde ook van mijn kant dat dat moest groeien. Ook met de jongere werknemers ging dat beter af. Eigenlijk had ik van die groep jonge mechaniekers nooit last gehad.

Zo mochten wij elke vrijdagmiddag naar de fabriekswinkel gaan om chocolade voor thuis te kopen. Er waren jonge gasten bij die allerlei snoep kochten en daarvan een deel op mijn bureau deponeerden met de mededeling dat ik daarmee mijn weekend beter kon doorbrengen.

Met dergelijke gestes wist ik gewoon niet wat ik ermee moest doen dan hen daar hartelijk voor te bedanken. Er waren toch nog een heleboel mensen met een goed hart. Dat heeft mijn vertrouwen in de mens heel erg versterkt en ik wist niet eens hoe ik ermee om moest gaan.

Zo asociaal was ik in mijn jeugd opgegroeid. Er waren in mijn jeugd alleen ellende, wreedheid en onvrijheid geweest, zodat die in mijn gevoelsleven een diep lidteken hebben achtergelaten.

Je wordt door de oorlog gevormd en zeker je karakter wordt of in een positieve of negatieve zin beïnvloed.

Ik werkte hier met mensen die de oorlog als een ver-van-mijn-bed-show hebben beleefd, en die normaal hun school hebben kunnen doorlopen. Die geen hongersnood hebben beleefd en geen bombardementen meegemaakt. Gelukkig maar want anders waren het ook oorlogsslachtoffers geweest net als ik.

Ook de secretaresse Kokkie van mijn direkte baas (die op Nieuw Guinea voor de Koninklijke Marine heeft gewerkt en de oorlog met Indonesië ook als een ver-van- mijn-bed-show van nabij heeft meegemaakt) was en is een schat van een vrouw. Zij woonde met haar vriendin Nel in een parallelstraat bij me vandaan in Weesp.

Als ik het niet meer zag zitten ging ik altijd naar ze toe voor een goeie borrel en een goed gesprek.

Toen de chocoladefabriek verkocht werd vertrokken Nel en Kokkie naar de Congo om daar les te geven aan zwarte kindertjes. Ik mis ze nog steeds en weet niet waar ze nu wonen en leven. Ik moest ze maar weer eens gaan opzoeken, maar moet ze nog eerst terugvinden.

Wij hadden ook een agentschap in Engeland in Chattam dat hoofdzakelijk een verkoop en distributiepunt was en waar geen eindproducten geproduceerd werden. Alles kwam van het moederbedrijf uit Weesp, Holland.

Zo gebeurde het dat bij toeval de Engelse onderminister van Landbouw en Industrie zo’n Hollandse chocoladereep kocht.

Nog verbaasder was de onderminister toen hij de reep aan het verorberen was en plotseling voelde alsof er een visgraat in zijn keel stak, hoewel hij geen fish en chips gegeten had, maar wel een van Houten chocoladereep. Een echte Hollandse chocoladereep nog wel.

Hoe komt een visgraat in een chocoladereep. Elke logica was zoek. De Onderminister moest naar het ziekenhuis om de visgraat te laten verwijderen. Maar voordat de visgraat verwijderd kon worden moesten er tal van afspraken gemaakt worden alvorens tot de ingreep over te gaan.

Maar wat bleek, de visgraat was geen visgraat, maar het was een staalsplinter.

Dat kon de Engelse onderminister helemaal niet meer volgen. Holland, haring, graten,dat kon hij nog volgen, maar Hollandse versnapering, stalen splinter in de versnapering dat ging boven zijn pet.

Dus de wareninspectie ingelicht en toen begon voor ons echt de ellende.

De hoofdvertegenwoordiger van ons agentschap in Chattam werd op het Ministerie van Landbouw ontboden. Daar gingen ze meteen over tot een derdegraads verhoor.
"Hoe lang werkt U reeds voor deze Hollandse firma?" en ze lieten meteen het verpakkingspapiertje van de bewuste chocoladereep zien.
"Dertien jaar meneer" was het stamelende antwoord.

Onze vertegenwoordiger was een keurig geklede, lange, roodharige, besnorde Engelsman, die normalerwijze zich niet makkelijk uit de tent liet lokken. Maar zo’n overmacht aan zwaarwichtig doende rechercheurs had hij toch niet verwacht. Hij wilde deze situatie zo snel mogelijk achter zich laten. Dit was een verlies van tijd en er werd niets verkocht. Wat had hij fout gedaan om op zo’n manier behandeld te worden?

"Weet u wel wat u verkoopt?"
"Jazeker heren, ik doe dit al sinds ik hier als vertegenwoordiger ben aangesteld."
"Om u het kort te maken, de onderminister van Landbouw heeft zo’n versnapering gekocht en opgegeten met het gevolg dat hij in het hospitaal moest worden opgenomen en wij zijn vast van plan bij uw firma een klacht neer te leggen. Wilt u uw directie hiervan in kennis stellen wat onze Minister van Landbouw is overkomen bij het nuttigen van zo’n Hollandse chocoladereep?"
Dat werd dan ook onmiddellijk gedaan.

Na ontvangst door onze firma was iedereen in paniek. De enige die zich kalm hield was de technisch directeur en die stelde voor om de onderminister en zijn vrouw op onze kosten uit te nodigen om naar Nederland te komen en onze fabriek te bezoeken want wij hebben niets te vrezen al onze producten zijn door magneten afgeschermd en geen staaldeeltje kan dit magnetenpakket passeren.

Zo gezegd zo gedaan en de onderminister werd met alle égards ontvangen en behandeld. Die had van zijn leven nog nooit zo’n ontvangst en gastronomisch festijn beleefd.

Keukenhof en Rembrandtmuseum in Amsterdam bezocht en op de koop toe gingen zij met een chocoladepakket naar huis waar hun kinderen nog maanden van hebben genoten. Geloof het of niet, hij koopt nu nog dagelijks zo’n versnapering niet voor de lekkere smaak maar in de hoop nog zo’n stukje staal in zijn keel te krijgen. Want je kunt nooit weten zo’n gratis vakantie in Holland is toch wat.

Bij zijn bezoek aan de fabriek werden hem speciaal onze magneetpakketten getoond die niet zonder moeite geplaatst werden, want daar ging heel wat engineering aan vooraf. Het moest heel nauwkeurig uitgezocht worden hoe dat alles uitgevoerd moest worden want dat nam nogal wat tijd in beslag. Ik was er zelf al mee bezig geweest om op strategische punten metingen uit te voeren om te zien of op die punten metaal langs kwam en waar eventueel magneten te plaatsen.

Toen deed zich dat incident voor in Engeland en kreeg ik van de directie blanco volmacht om magneten te bestellen en te plaatsen.

Het door de magneten opgevangen metaal werd iedere week verwijderd en deze operatie werd door een speciale ploeg techniekers uitgevoerd die dat werk in alle stilte moesten verrichten.

Wij moesten draaien met wat wij hadden en magneten kwamen in het oude gedeelte van de fabriek niet voor, want geld voor modernisatie was er niet. Toch werd er in het labo geëxperimenteerd en werden methodes uitgeprobeerd om de productiemethode te vereenvoudigen. Toen werd er al min of meer uitgekeken naar automatisering en werden hier en daar kleine systemen aangebouwd en aangepast.

Eén van deze machines werd in Italië besteld en na enkele weken afgeleverd. Daar ik een technische functie uitoefende werd ik belast met de opbouw van deze machine en deze werd na enkele weken in bedrijf genomen niet zonder de tegenwerking van de elektriciëns en monteurs, want die zaten in de vakbond en vonden dat ze onvoldoende waren ingelicht voordat het project begon en dat was mijn eerste sociale confrontatie van mijn leven.

Nog nooit was het mij opgevallen dat als er een project werd gedaan ook andere mensen bij dit project betrokken werden en dat je dit met een hele groep moest doen die elk zijn eigen inbreng en manier van doen had.

Dit was puur organisatie en dat was voor mij gesneden koek. Het leek of alles van een leien dakje liep met alle ups en downs, maar er werd hard aan gewerkt.

De opstelling was klaar en werd dan ook direct in bedrijf genomen en tot ieders schrik was de machine ook meteen stuk. De maaltanden braken meteen af toen de eerste brokken cacaokoeken in de molen werden geschoven en dus kreeg ik de opdracht naar een machinefabriek in Utrecht te gaan waar onderdelen van deze machine vervaardigd werden.

Na een afspraak gemaakt te hebben met de bedrijfsleider van de bewuste fabriek ben ik op een morgen naar Utrecht gereden. Toen ik me voor had gesteld liep ik met de bedrijfsleider door de fabriekshal en tot mijn grote verbazing stonden daar allemaal van diezelfde "Italiaanse" maalmachines die wij kortgeleden ook hadden aangekocht via de importeur van Leeuwen uit Amsterdam.

Ik vroeg de bedrijfsleider of ze deze machines in licentie voor de Italianen bouwden, maar niets was minder waar. Onze uit Italië geïmporteerde machine was ook hier vervaardigd. Wel dit was voor mij belangrijk nieuws, het was sensationeel nieuws, want wij zijn op z’n zachts uitgedrukt door onze leverancier zwaar bedonderd.

Dezelfde middag vertelde ik mijn technisch directeur, De Bruin, die naar ik aannam een zeer integer persoon was op elk gebied, over mijn ontdekking bij de machinefabriek in Utrecht. Dit nieuws had snelle gevolgen waaronder indirect later ook mijn ontslag uit voortvloeide.

De machine was in die tijd door de Fa. van Leeuwen uit Amsterdam geleverd. Onze directie in die tijd kon geen andere weg bewandelen dan de leverancier voor de rechtbank te slepen, waarbij bleek dat de blauwdrukken van deze machine bij een bedrijf uit Zaandam waren ontvreemd en bij de Utrechtse machinefabriek werden gebruikt om deze machines aan bedrijven als het onze te slijten als Italiaanse machines.

Omdat de Fa. van Leeuwen een tiental andere chocoladefabrieken in de Zaanstreek op dezelfde manier deze machine verkocht had, hebben deze fabrieken een consortium gevormd en van Leeuwen gezamenlijk voor de rechtbank gesleept.

Want dit is diefstal, plagiaat en misbruik van vertrouwen. De leverancier van Leeuwen werd tot een hoge geldboete veroordeeld daar hij niet alleen ons maar meerdere chocoladefabrieken daarmee heeft opgelicht. Hij wist ook wie de oorzaak van deze narigheden waren en dat was ik.

Zeg nou zelf: zoiets kun je je niet laten aanleunen, dit schreeuwde om wraak en die liet niet lang op zich wachten.

Van Houten was door een Amerikaans multinational Peter Grace opgekocht. Een multinational is geen multinational als die zich niet door zwaarwichtige personen laat omringen.

De nieuwe multinational directeur had veel geld te spenderen en één van zijn adviseurs was niet minder dan de leverancier van de bewuste 'Italiaanse' machine van Leeuwen uit Amsterdam.

Ik was dan ook niet verwonderd toen mijn technisch directeur mij ontbood en mij het hele verhaal deed en mij vertelde dat tijdens de eerste vergadering met de nieuwe directeur mijn naam gevallen was en hij vroeg mij te gaan solliciteren, want hij was in zo’n situatie niet meer bij machte om mij de hand boven het hoofd te houden en er zat mij niets anders op dan dat ook te doen.

Eigenlijk was ik blij dit te horen, het dwong mij iets anders te doen dan met prehistorische machines en mensen te werken en was ik ook uit die zure stank weg die in al je kleren doordrong en je tot een lopende bal zure gehakt omtoverde.

Ik kan mij levendig voorstellen dat de betreffende echtgenotes hun man al niet kunnen zien laat staan ruiken.

Intussen werd mijn zoon geboren, thuis wel te verstaan zoals in die dagen gebruikelijk was. Thuis bevallen was heel populair in Nederland, zo ook bij ons.

Mijn vrouw moest regelmatig naar de gymlessen voor zwangere vrouwen en werd thuis krachtig getraind.

De huisarts woonde niet ver bij ons vandaan, maar de vroedvrouw woonde op het platteland buiten het dorp.

Toen onze zoon te kennen gaf dat die komen wou, was de dokter snel ter plaatse, maar geen vroedvrouw te bekennen. Dus dan maar naar het politiebureau en die zou de vroedvrouw halen. Ik reed weer snel huiswaarts, want ik was er toch niet gerust op.

Toen ik thuis kwam vroeg de dokter of ik warm water wou maken, want de geboorte was nakend en zonder vroedvrouw moest ik maar zelf als vroedvrouw fungeren. Ik was echt wel nerveus maar alles ging goed.

Het was meer een tewaterlating dan een geboorte, zo snel ging alles. Toen mijn zoon geboren was, werd er aan de deur gebeld en vroedvrouw en politie-escorte kwamen zich melden.

De vroedvrouw was nog niet binnen of de huisarts schold haar de huid vol en intussen lag mijn zoon gezond te blèren. Die werd alsnog deskundig door de vroedvrouw gewassen en in zijn eerste kleertjes en luier gewikkeld.

Maar door de voorspoedige geboorte van mijn zoon werd de feeststemming er niet door gedrukt.

Zoals bij alle pasgeborenen werd het slaapschema danig in de war geschopt. Overdag naar het werk en 's avonds melk voeden en luiers verwisselen.

Toen ik op een nacht druk bezig was luiers te verwisselen werd er bij ons aangebeld. Mijn zoon direct terug in zijn wieg gestopt en daarna de beneden deur open gedrukt.

Aangezien wij op de tweede verdieping woonden, kon ik toch duidelijk op de begane grond een oude man in zijn pyjama zien staan die allerlei verwarde taal stond uit te kramen. Ik deed gauw mijn jas aan en rende naar beneden.

Ik wist niets anders te doen dan hem in mijn VW kever te hijsen en naar het politiebureau te rijden. De dienstdoende wachtmeester keek mij met zeer grote en slaperige ogen aan en ik vertelde hem het verhaal en vroeg hem: kent u deze man en de wachtmeester stamelde "Ja, Ja ik ken hem het is mijn schoonvader."

Nu bleek later dat zijn schoonvader zwaar onder de medicijnen zat en dat hij daardoor is gaan slaapwandelen en plotseling vanwege de kou wakker werd in een donkere straat en licht zag branden op mijn verdieping en hiernaartoe is gegaan om hulp te zoeken.

Het vervolg van dit verhaal is nog frappanter dan de vorige anekdote. Dag na de gebeurtenissen werd er overdag aangebeld en mijn schoonmoeder deed de deur open en de politie stond voor de deur.

Het bleek de dienstdoende wachtmeester te zijn van de vorige nacht met een doos sigaren als dank voor mij omdat ik zijn schoonvader naar het politiebureau had gebracht.

Ikzelf zat op het werk, maar mijn schoonmoeder schonk meteen een bakje koffie in en hij bezocht tevens mijn vrouw en mijn zoon in de kraamkamer. Mijn zoon lag naast haar in zijn kot. Mijn zoon die nogal getint is uitgevallen was niet echt een Hollands kind van uiterlijk.

De wachtmeester vroeg of zijn vader uit de tropen kwam en na het bevestigende antwoord vertelde hij dat hij vlak na de oorlog ook 2 jaar als militair in Indië had doorgebracht.

Na veel over en weer gevraag, bleek dat hij lange tijd in mijn geboortestad heeft gewoond en waarschijnlijk in hetzelfde huis waar wij vroeger gewoond hebben vlak naast het station.

Te bedenken dat dat plaatsje op zo’n 15.000 km af ligt van waar wij toen woonden en dan de persoon ontmoeten die vroeger op dezelfde plaats heeft gewoond als dienstplichtige en elkaar op deze manier ontmoeten. Wat is de wereld op zo’n moment toch klein.

ureum-fabriek TAROM en tsuica

Na mijn aanzegging ben ik meteen overal gaan solliciteren en kreeg ik in de herfst een uitnodiging van een bedrijf uit Limburg om mij bij hen te melden voor een psychotechnische test.

Het was een mooie zonnige herfstdag. Je rook het aan de frisse lucht, dat het koud ging worden.

Ik had er wel zin in en deed mijn uiterste best om zo alert mogelijk te reageren en zorgvuldig alles in te vullen. Daarna was het wachten geblazen, maar eigenlijk niet lang want na twee weken moest ik mij alweer melden voor de laatste selectie-test.

Ook hier ben ik weer doorgekomen, maar het lijden was nog niet voorbij bleek later. Ik was met 11 andere kandidaten uit de paar honderd kandidaten die gesolliciteerd hadden uitverkoren om voor ureumspecialist opgeleid te worden.

Er kwam een lange opleidingstijd aan te pas en ook tijdens deze opleidingsperiode moesten testen en examens afgelegd worden.

Van de groep vielen hierdoor telkens mensen af en wij bleven met een kleine groep van 7 man over.

Heel veel theorie werd afgewisseld met de praktijk en niets werd gespaard om onze parate kennis alsmaar uit te bouwen. Dat waren tijden waar gewerkt werd zonder op of om te kijken, je was helemaal in de ban van een moderne manier van aanpak en werken.

Nog was de leertijd niet voorbij maar in wezen is die nooit voorbij, je blijft je hele leven door leren en ervaring opdoen. Sommigen onder ons werden er manisch van.

De chemische technologie werd steeds interessanter. Ik had eigenlijk een voorsprong op alle candidaten omdat ik bij de KLM reeds een training gevolgd had inzake al die gecompliceerde vliegtuigsystemen en instrumentatie.

De training duurde langer dan 7 maanden, waarbij wij 2 maanden bij de RTD ( Röntgen Technische Dienst) moesten doorbrengen. Wij moesten genomen foto’s van lassen meteen kunnen interpreteren. Wij moesten zelf met allerlei lasmethoden kunnen lassen. Materiaalonderzoek en testen van allerlei roestvrijstaalsoorten, teveel om op te noemen.

Maar ik had in die periode een ander probleem en wel een huwelijksprobleem. Dat liep niet zoals het zijn moest en eerst zocht ik het bij mijzelf, maar al gauw bleek het dat bij de andere partij lag.

Mijn vrouw wou van het begin af aan niet, dat wij buiten Amsterdam gingen wonen. Zij zag er tegenop dat te doen.

De ware reden wist ik in het begin niet. Ik heb mijn vrouw voor de keuze gesteld, òf mee te gaan òf te scheiden. Zij koos voor scheiding en datzelfde jaar waren wij gescheiden en niets hield mij nu tegen om in het buitenland te werken ver van huis en haard, ver van de familie die ik toen niet meer had.

Mijn eerste uitzending naar het buitenland was aanstaande, want ik werd steeds vaker getest en getraind op allerlei systemen. Ik moest naar Roemenië en dat was een land achter het IJzeren Gordijn.

Ceausescu was net tot president verkozen. Een vrij onbekend terrein voor onze westerse begrippen toentertijd. Daar moest een ureumfabriek afgebouwd en opgestart worden.

Ik werd 's morgens heel vroeg met de taxi afgehaald en naar Schiphol Airport gereden. Het was een koude heldere herfstdag. Ik had mij ingecheckt en via de pascontrole wat taxfree spullen gekocht. Daarna wachten tot wij moesten instappen.

Ik had gedacht dat ik met de KLM zou gaan vliegen, maar dat bleek met TAROM, de Roemeense luchtvaartmaatschappij, te gaan.

Wij werden met de bus naar het Taromvliegtuig vervoerd dat vrij afgelegen op het tarmac stond geparkeerd. Twee politieagenten stonden aan beide kanten van het vliegtuig.

./fried2/ilyushin.jpg

Fig.2 Ilyushin 18 turboprop

Bij het betreden van het vliegtuig stond een mollige stewardess, met hoge zwarte leren laarzen en in een blauwgrijs kostuum gestoken, me niet vriendelijk aan te kijken en vroeg in het Roemeens om mijn instapkaart.

Ik bleef in de eerste klas compartimenten, die uit wijnrood fluwelen stof beklede stoelen bestond als in een cowboyfilm voor de rijke slechteriken. Het rook er ook naar alcohol en sigaretten.

Ik keek vanuit mijn zitplaats direct in de cockpit van de Ilyushin 18 turboprop. Cockpit was uitgerust als in een bommenwerper. Alles zeer rudimentair, maar het gaf mij toch een geruststellende indruk.

./fried2/cockpitilyushin.jpg

Fig.3 Cockpit Ilyushin18

Wij waren net opgestegen en de stewardessen maakten aanstalten om het ontbijt te serveren. Dat werd ook door een mollige struise vriendelijke stewardes geserveerd. Zij schoof een vol dienblad op het klaptafeltje voor me en vroeg of ik thee of koffie wou drinken.

Ik kreeg een flink stuk stokbrood, zachtgekookt ei gepeld en geprakt in een kopje klaar om zo door te slikken, jam, yoghurt en geen glaasje maar een groot glas vol tsuica, Roemeense pruimenbrandewijn.

Ik denk dat ze de tsuica serveren om de passagier een beetje te verdoven, om in zo’n halve bommenwerper te vliegen eiste vroeger toch wel wat van je zenuwen.

Ik had eerst zo rondgekeken hoe de Roemenen met dat glas tsuica omgingen en het was voor hen geen belemmering om dat volle glas in een paar teugen achterover te slaan. Ik probeerde hetzelfde te doen maar dat lukte mij maar half. Ik denk dat het een kwestie van oefenen is.

De vlucht zelf verliep vlekkeloos, de Ilyushin 18 was een heel stabiel toestel. In Boekarest aangekomen werd iedere passagier bij aankomst gefotografeerd.

Dan stonden douanemensen, ook in die fameuze blauwgrijze jassen en rode petten ons op te wachten. Je voelde alsof je James Bond zelf was coming into the cold. Moeilijk te omschrijven, maar wel opwindend.

Daar werd ik opgewacht door één van de medewerkers van de Duitse fa. Uhde die mij naar een groot hotel bracht midden in de stad. Na mij wat opgefrist te hebben ging ik naar het restaurant waar tot mijn verbazing alles geserveerd werd behalve voedsel.

De menukaart was een indrukwekkende lijst, maar alles wat je vroeg was er niet.

Brinza de Vaca cu paine, brood met kaas was het avondeten of gebakken hersenen met brood en een fles wijn. Dat werd mijn eten voor de komende anderhalf jaar in de restaurants.

Al het vlees in Roemenië werd toen geëxporteerd en alleen het afval werd lokaal geconsumeerd.

De armoede is met geen pen te beschrijven, dat zie je niet direct op het eerste gezicht als je door de straten van Bucharest loopt.

Pas als je de volgende morgen uit de stad rijdt naar waar de fabriek staat, een 250 km westelijk van Boekarest, zie je de armoedige verveloze dorpen en mensen die vaak in lompen rondlopen.

De tocht ging van Boekarest naar Craiova een 250 km naar het Westen. Niet veel verkeer maar wat zo opviel zijn de vrachtwagens die langs de weg stonden en gerepareerd werden, dit was de staat van het vrachtwagenpark van de socialistische staat.

./fried2/craiova_1mei69_web.jpg

Fig.4 Craiova 1 mei 1969

In de zomer 250 km koren en maïsvelden. Roemenië was vroeger de korenleverancier van de Balkan. Nu (onder Ceausescu) niet meer. Ze kunnen zichzelf niet eens bedruipen.

Nu het een socialistische staat is geworden wachten de boeren totdat ze een sein uit Boekarest krijgen om te mogen oogsten. Als het sein niet komt is de hele oogst verloren en dat ging vaak zo dat de verantwoordelijke niet in het land was of ziek was en het hele land verhongerde.

Dat waren de geneugten van het socialistische stelsel. Door dat centrale bestuurssysteem waren er nog andere communicatieproblemen en wel het internationale telefoonverkeer. Dat kon alleen vanuit het hoofdpostkantoor gebeuren.

Niemand had thuis een telefoontoestel en zeker de buitenlanders niet. Die moesten wel 2 tot 3 uur en soms langer op hun beurt wachten in het hoofdpostkantoor.

Maar om deze wachttijd te omzeilen hadden wij een unieke methode ontwikkeld. Bij de aanvraag schoven we de lokettiste eerst een nylon panty toe en dan pas gaven we ons nummer in het buitenland.

Dan werd door de loketiste naar Boekarest gebeld, alles liep via Boekarest, om een lijn onmiddellijk vrij te geven en die kreeg je dan onmiddellijk.

De panty’s brachten we mee van thuis of als wij met de wagen naar Roemenië reden haalden wij ze in Italië op de markt bij honderden tegelijk. Met deze panty’s en met onze fameuze Kent sigaretten die wij taxfree kochten openden we alle deuren tot bij de ministers aan toe.

De Roemenen zelf bleven er stoïcijns onder. Door het tekort aan goederen en financiën liep het hele systeem op deze manier in het honderd en of dit corruptie wordt genoemd of een andere leefmethode zo ging het daar in die tijd toe.

Zo kwam ik met mijn VW kever met koffers vol levensmiddelen en medicijnen uit Nederland aan bij de grens van Roemenië.

Een Roemeense militair hield mij aan ver van de douane vandaan. Ik deed mijn raampje open, groette hem beleefd. Hij vroeg mij meteen mijn 'passeporte' en autopapieren en vroeg beleefd daar te blijven wachten.

Voordat ik hem mijn papieren gaf, had ik op het deksel van het zijvak een slof sigaretten een gasaansteker en een ballpoint klaargelegd en hem erop gewezen dat dat voor hem was.

Hij stak de geschenken meteen in zijn jacket en salueerde daarvoor. Nogmaals zeggen dat ik mij niet moest verplaatsen. Na 10 minuten kwam hij terug en liet mij zien dat ik stempels had gekregen om het land binnen te komen. Hij salueerde en zei welkom in Socialistisch Roemenië en ik kon doorrijden.

Hij heeft mij getoond hoe Roemenië binnen te komen van waar dan ook met allerlei contraband.

Zo ook als je per vliegtuig binnenkomt en een tas vol met 6 whisky flessen meesleurt, bij de douane bovenop de flessen een carton Kent sigaretten plaatst en hem vooraf zegt dat dat voor hem is. Neemt hij dat rustig van de flessen af en legt dat onder zijn tafel en haalt dan iedere fles omhoog en zegt dan "this is no whisky" en ik antwoordde dan "no, no whisky" en dat doet hij met alle 6 flessen en dan zegt hij welkom in Roemenië en je kunt doorlopen.

De meeste boeren lopen met een winterjas, rubberlaarzen en een chapka bontmuts op hun hoofd zomer en winter, rond.

./fried2/zigeuners_web.jpg

Fig.5 Zigeunervrouwen (blootsvoets)op zoek naar brandhout.

De meeste huizen zijn verveloos en weinig onderhouden. De boerenvrouwen lopen er ook niet al te elegant bij. Een hoofddoek, een geitenlerenjas, en meestal ook rubberen laarzen vanwege de enorme modder die je overal aantreft.

Ik werd in Craiova ondergebracht in een wijk met grote woonblokken van 7 verdiepingen met 20 flats op iedere verdieping. De wijk heet Brazda Lui Novac.

In één van de blokken op de 1e etage is alles ingericht voor de buitenlandse technici die zonder gezin naar Roemenië zijn gekomen. Als je uit de lift stapt en rechts de gang inloopt staat er rechts tegen de muur een tafel en een vrouw op een stoel en die noteert iedereen die langs komt, dat was mijn eerste aanraking met het communistische systeem.

De technici met gezinnen wonen in een andere wijk in kleinere woonblokken. Iedere nationaliteit kreeg één woonblok toegewezen. Russen, Polen, Tsjechen en Oost-Duitsers bij elkaar. Belgen, West-Duitsers, Fransen en Engelsen ook bij elkaar.

Als je in de stad loopt moet je er heel erg wennen aan de eentonigheid van kleding en aan massa’s mensen die daar rondlopen. De Duitsers noemen deze afgeladen winkelstraten met lege winkels "der Springschanse," de springschans.

./fried2/spcraiova_web.jpg

Fig.6 Der Springschanse (voor vlooien).

Heeft niets te maken met skispringen maar wel met de mogelijkheid om vlooien op te pikken.

Lange rijen mensen voor de broodwinkels en lege etalages. Waar het wel vol was waren de theerestaurants. Hier kon je behalve thee en koffie ook sterke drank bestellen met koekjes of cake, meestal heel zoet. Het zat hier meestal vol met vrouwelijke studentes.

Het beste was naar de markt te gaan om groenten en fruit te kopen. In de zomer was een overvloed aan groenten en fruit te krijgen en in de winter alleen paardenwortelen en uien.

Meeste Roemenen maakten groente in. In grote weckflessen werden paprika, augurken en andere groente voor de winter ingemaakt. Zuurkool was 's winters ook altijd te krijgen.

Vlees was niet te krijgen, alles moest weg voor de export.

Kleding, wol en andere basismaterialen waren schaars. Er bestond een weelderige zwarte markt waar alles nagenoeg te krijgen was alleen voor een veel duurdere prijs.

Zo heb ik een Chapka bontmuts van bisamrat voor 3000 Lei gekocht. Dit is in die tijd een jaarsalaris voor de gemiddelde Roemeen. Wij kregen overuren en wisseldiensten extra betaald in lokale munt, die de Roemenen niet kregen.

Iedereen is er op uit om iets voordeligs te kopen of om plotseling aangeboden sinaasappelen uit Israël te kopen, die volop te krijgen zijn en dit komt heel zelden voor in communistische landen.

Roemenië in die tijd was het enige land dat goede betrekkingen had met Israël omdat er veel Roemeense Joden naar Israel mochten emigreren.

Wij stuurden onze tolken de stad in om sinaasappelen te kopen om een grote voorraad aan te leggen, want als ze uitverkocht waren, duurde het weer een hele tijd voordat ze weer aangeboden werden.

Het verhaal in die tijd ging, dat Roemeense Joden die naar Israël geëmigreerd waren, wat voor hun oude moederland wilden doen. Zij stuurden dan gezamenlijk een paar honderd ton sinaasappelen naar Roemenië voor hun arme ex-landgenoten die onder Ceausescu aan het zuchten waren.

Een andere blijk van de goede relatie tussen de beide landen was, dat Joden die naar Israël wilden emigreren dat konden doen zonder al teveel obstructie van het communistisch regiem.

Ceausescu was de enige communistische leider die goede betrekkingen had met Israël.

Wij kregen van het Kombinat, dat is het Roemeense Chemisch Staatsbedrijf, zoveel geld als daggeldvergoeding en overuren die gemaakt werden, dat we dat met eten en drinken alleen niet op kregen en daar allerlei onzinnige dingen van gingen kopen omdat die valuta niet in buitenlandse valuta gewisseld kon worden.

Daar er toch al niet uitbundig gegeten kon worden vroegen wij bij de bestelling altijd 2 flessen Russische champagne te leveren. Ieder van ons deed dat en iedereen ging aan een aparte tafel zitten. Het was altijd de kunst om niet in het midden van de groep te zitten, want als de champagneflessen aankwamen werden deze zo opengetrokken dat de kurken met alle kracht naar onze collega’s die in het midden zaten werden afgeschoten.

Met als gevolg dat de diensters niet in onze buurt dorsten te komen, want die hadden de kans ook in het kurken gevecht verstrikt te raken om de volgende dag met blauwe plekken rond te lopen.

De Roemeen is van huis uit een zeer gastvrij mens net als alle Slavische volken en het is helemaal niet moeilijk om bij hen uitgenodigd te worden, maar het is o zo moeilijk om daar weer buiten te komen zonder het nodige aan wijn en alcohol naar binnen te hebben geslagen.

Met een bestelling in een restaurant komt gewoonlijk ook een fles wijn en een fles aqua microba, zoals wij dat daar noemen, dit is een fles sodawater dat naar dieselolie smaakt.

Als je een restaurant binnenkomt ruikt het naar allerlei poetsmiddelen op basis van petroleum, dit om de vlooien en kakkerlakken die er welig tieren zo min mogelijk de kans te geven het lang te overleven.

Het wachten op je bestelling is een kwestie van uithoudingsvermogen, want sneller dan een uur komt je maaltijd niet, wel de wijn met de aqua microba dat is er in een mum van tijd.
Daar wordt ook het meest op verdiend.

Het wemelt in ieder restaurant niet alleen van de vlooien, maar ook van de mooie vrouwen en dat is een chapiter op zichzelf, want voor je het weet komt er één naar jouw tafel om te vragen of je alleen bent en indien zo of ze erbij mag komen zitten.

En mocht er één in mannelijk gezelschap zijn en je glimlacht net iets te lang naar haar kan je er wel gif op innemen dat als je thuis bent gekomen niet lang daarna je een klop op de deur krijgt en het mooie vrouwtje staat voor de deur met de vraag of ze binnen mag komen om een ernstig gesprek te mogen voeren en dat sla je meestal niet af als je zo lang alleen hebt doorgebracht.

Er zijn er van die heel brutale bij die op de deur kloppen en doe je de deur open dan duiken ze onder je arm door, je kamer in en zijn op één of andere manier zo razend snel uitgekleed en in je bed nog voor je je hebt kunnen realiseren wie er op de deur heeft geklopt. Maar in het algemeen maken ze een beleefde afspraak met je voor aleer ze meegaan naar je appartement.

De meeste vrouwen of meisjes werken of studeren en willen graag met je mee omdat je anders bent dan een Roemeen, financiëel er beter bij zit en door je kleding een wezen van een ander planeet bent.

Zo word je in het algemeen bekeken en ingeschat. Het is daar heel normaal dat je niet één maar meerdere vriendinnen hebt. Dat kan hen meestal niet zoveel schelen, alhoewel je niet te sterke banden moet smeden, want dan worden het tijgers.

Het was een bijzonder mooi meisje dat door het Minerva restaurant liep en ik zat aan mijn tafel met een Roemeense vriend. Ik zei zo tegen hem: wat een mooie meid is dat.

Hij stond meteen op, liep naar dat meisje toe en praatte wat met haar en toen hij terug kwam zei hij dat ze na sluitingstijd buiten op mij zou wachten, wat ook gebeurde.

Wij liepen naar mijn flat en zij vroeg of zij mocht blijven overnachten. Dat vond ik natuurlijk goed, want daar had ik haar eigenlijk voor uitgenodigd.

Ik wilde haar de volgende avond weer ontmoeten, maar ze kwam niet opdagen. Ik zag haar die avond met een andere man en ik had moeite te erkennen dat zij nu eenmaal zo was.

Ik was nog erg onervaren op dat gebied. Ik zag haar de volgende dagen niet meer in het restaurant.

Je zag meestal dezelfde gezichten in dat restaurant. Er liep een bloemenvrouw die niet alleen bloemen verkocht, maar ook als intermediair fungeerde. Dat gaat als volgt.

Je komt het restaurant binnen en vraagt de gérand twee zitplaatsen. Je volgt de gérand nooit direct naar je tafel toe maar maakt een omweg via de tafels die reeds bezet zijn om te zien welke mooie vrouwen er al zitten. Meestal vergezeld van een manspersoon, maar dat zegt vaak helemaal niks.

Heb je respons bij het voorbijlopen van de dames en bevalt ze met haar oogopslag, dan komt de bloemenvrouw wat later aan tafel en vraagt je of je wat bloemen wilt hebben. Je kiest een bos bloemen uit en legt haar uit aan wie ze die moet afleveren met de hartelijke groeten. Je rekent de bloemen af met een flinke fooi daarbij en alles wordt netjes geregeld.

Meestal wijst de bloemenvrouw naar de persoon die de bloemen heeft laten bezorgen en je krijgt een grote zwaai van die bewuste dame toegewuifd.

Als de belangstelling van dameskant positief is, komt de bloemenvrouw langs om te vragen je naam en adres op een papiertje te schrijven die zij dan weer bij de bewuste dame afgeeft.

Contact is gemaakt door een lopende katalysator die bloemen rondstrooit. De reacties zijn heel erg verschillend. Als de bewuste dame in hoge nood is, wordt er zeker nog na het thuiskomen op de deur geklopt.

Afhankelijk van de eerste ontmoeting wordt de kennismaking gevolgd door een tweede, dat kan uitlopen naar een vaste relatie, maar niet noodzakelijk.

Een los-vaste relatie kan ook. Als de bewuste dame gehuwd is en veel liefde mist, wordt dat op deze wijze gecompenseerd.

Gezien vele Roemeense mannen zich te pletter zuipen, komt van vrijen meestal niets in huis. Zo is het mogelijk een hele schare vriendinnen op te bouwen, maar als ze alleen voor één man komen kan de relatie snel uit de hand lopen.

De meesten weten ook dat je daar voor een korte periode bent en hebben je alleen als vriend en zijn daar heel gelukkig mee. De Roemeense vrouwen zijn vaak heel goed opgeleid en hebben een lief karakter. Zijn niet egoïstisch en heb je ze als echte vriendin dan laten ze je dat ook echt voelen en weten.

Om terug te komen naar mijn one-night stand. Zij schreef mij een brief dat ze in het ziekenhuis zat en of ik haar wou bezoeken.

Ik weet dat als je in Roemenië in een ziekenhuis wordt opgenomen, je ongeveer hetzelfde ervaart als in een gevangenis. Alleen je krijgt daar geen eten. Het is je familie die je moet komen voeden, anders verhonger je en ga je dood, zo simpel is dat in Roemenië.

Je deelt een éénpersoons bed met z’n tweëen. Dat meisje zat in grote nood en ik bezocht haar in het ziekenhuis. Ik had vooraf reeds een bankbiljet van 100 Lei heel klein gevouwen en dat lag klaar in mijn broekzak.

Terwijl ik met haar sprak stond een politieman vlak bij ons en ik vroeg hem wat verder af te staan wat hij ook deed.

Zij vroeg mij naar het ziekenhuis te komen om mij te laten onderzoeken want ze was bang dat ze mij had aangestoken. Ik heb het haar beloofd. Ik heb haar gevraagd als ze uit het ziekenhuis ontslagen was langs te komen, wat ze mij beloofde maar achteraf toch niet heeft gedaan.

Ik zag haar later met een Fransman lopen die vlakbij in dezelfde buurt woonde.

Toen ik in het ziekenhuis afscheid nam had ik het rolletje van 100 Lei in mijn hand. Toen ik haar de hand schudde voelde ze dat ik wat ik mijn hand had en pakte ze dat ongemerkt aan. Daarna liep ik naar buiten en toen ik omkeek zag ik dat ze van de politieman een paar klappen kreeg.

Waarschijnlijk omdat ze met een buitenlander had gesproken en misschien een relatie had en dat was in communistisch Roemenië verboden.

Daarna zag ik haar nog eens voorbij lopen. Mijn poetsvrouw vroeg mij of ik haar kende. Zij vertelde mij dat zij bij een Fransman inwoonde en met hem zou gaan trouwen. Dat is het laatste wat ik van haar heb gehoord.

Ik hoopte echt dat die mooie Roemeense met die Fransman getrouwd is en nu buiten Roemenië woont, weg van alle ellende.

Het Minerva restaurant waar wij iedere avond naar toe gingen om te dineren, was vroeger een harem van de Sultan van Craiova geweest. Het was voorheen een prachtig gebouw en is het nu nog steeds. Vooral binnen is de architektuur bijzonder.

Vroeger behoorde Craiova tot het Ottomaanse Rijk. Eén van de mooie culturele overblijfselen uit die tijd was dit gebouw, dat later in een mooi restaurant werdt omgetoverd.

Hier werden dan ook altijd de communistische feestdagen gevierd. Feesten, die meestal in drank orgiën ontaardden, waarbij iedereen zich ernstig aan alcoholmisbruik te buiten ging.

Ondertussen moesten wij de fabriek opstarten en er werd in ploegendienst gewerkt.

./fried2/ureum_control_web.jpg

Fig.7 Controlekamer Ureumfabriek.

Onze hoofdcontractor in Roemenië was een Duits bedrijf uit Dortmund met de naam Uhde die de Engineering had gedaan. Wij waren de opstarters uit Holland van de Staats Mijnen met de naam Stamicarbon. Stamicarbon bezat het patent op het vervaardigen van het Urea-proces en hierdoor moest er altijd een ploeg van Stamicarbon tijdens het opstarten van een Urea- fabriek aanwezig zijn.

./fried2/ureum_fac_craiova_web.jpg

Fig.8 Ureumfabriek Craiova

De Duitse Hoofdingenieur was in de 2de Wereldoorlog nog SS-officier geweest, maar liet daar niets van merken.

Wij kregen ‘s avonds thuis vaak bezoek van Roemenen, die Duitse roots hadden. Zij werkten ook op het Kombinaat en lieten weten, dat ze graag naar Duitsland wilden terugkeren.

Dat deden ze aanvankelijk bij de Duitse werfleider thuis maar dit had tot gevolg dat ze de volgende dag meteen gearresteerd werden, en de werfleider kreeg een waarschuwing zich daar niet mee in te laten.

Van toen af wisten we dat al onze flats vol zaten met afluistersensoren.

Ik kwam op een gegeven moment in contact met een jonge man Mihai genaamd, die ik in het grootste restaurant Minerva van Craiova had leren kennen. Hij kwam vaak met zijn vriendin langs om over alles te praten.

Mihai en vriendin wisten dat wij afgeluisterd werden. Als ze kwamen, hadden ze een krant in hun hand die ze tot een bol hadden gerold en waarmee ze voortdurend zaten te ritselen als ze spraken. Want ze wilden beslist niet door de veiliheidsdienst herkend worden.

Later bleek dat de meeste flats vol met bugs (= afluisterapparatuur)zaten en dat de veiligheidsdienst al alles over ons wist. Hoe laat je elke dag vertrok, wanneer je weer thuis was gekomen, alleen of met een Domnashoara, jongedame.

Het kwam zelfs zover dat Roemenen gearresteerd werden, omdat ze gezegd hadden graag naar Duitsland te willen gaan, maar dat ze door familie hier gebonden waren. Dat was genoeg om iemand te arresteren.

Daaraan merkte je dat je in een communistisch land vertoefde. De Roemeense veiligheidsdienst ging zelfs zo ver om een vrouwelijk ingenieur die op een suikerfabriek werkte, helemaal naar Suceva aan de Russische grens te verbannen enkel en alleen omdat zij met een strain, vreemdeling, één van mijn collega’s was gaan dineren.

Ze kon van haar directie meteen haar boeltje inpakken en afreizen. Dat was toen in dit socialistische land normaal. Dictatorialisme en socialisme in die tijd lagen niet zo ver uit elkaar.Ik beschouwde in die tijd alles wat op –isme eindigde als eender.

Om terug te komen op Mihai en zijn vriendin, die nodigden mij eens uit om bij hen op bezoek te komen. Dat was bij een familie met 4 kinderen waarvan de moeder de taak had zowel vader als moeder te spelen. Het scheen dat ook in dit gezin de vader was weggevallen of weggelopen.

Hoe dan ook ik werd er hartelijk onthaald en ging er vaak naar toe als ik niets te doen had.

Hier werd ik met koffiedik-kijkerij in aanraking gebracht. Iedereen kiepte zijn kop koffie, nadat die leeg was gedronken, onderste boven op de schotel en liet het drab drogen. Een ander in het gezelschap bestudeerde het opgedroogde drab en voorspelde de naaste toekomst.

Dat moest ik ook laten doen, want dat was toen in Roemenië een algemene leefcultuur. Ook hier kreeg ik te horen dat mijn huwelijk schipbreuk zou lijden, maar dat ik weer zou hertrouwen en meer kinderen zou krijgen.

In de tussentijd leerde ik Felicia kennen. Zij studeerde voor Agronome aan de Universiteit van Craiova. Vanaf onze eerste ontmoeting heeft zij mij nooit bij mijn voornaam genoemd, maar mij de bijnaam Pecalle opgeplakt. Zo heette ik voortaan bij alle Roemenen in Craiova en zeker op de Universiteit aldaar.

Als Felicia andere studenten tegenkwam die haar vroegen wie ik was, antwoordde ze: Pecalle.Iedereen wist wie Pecalle was, maar als je m’n echte voornaam noemde, kende niemand die naam.

Zo kwam ik vaak op studentenfeestjes en raakte ik ook bekend bij de professoren, die mij meneer Pecalle noemden. Pecalle is in de Roemeense cultuur zoiets als onze Harlekijn en daar zagen ze me voor aan in Craiova. Ik vond het wel leuk om op zo’n manier zoveel mensen te leren kennen met een eigen Roemeense naam.

Ik begon mij zelfs voor te stellen als Pecalle en ze lagen al onder de tafel vooraleer je met hen begon te eten of drinken.

Ik was eigenlijk nooit verliefd geweest op Felicia ofschoon ze een mooie meid was, leuk en gezellig om mee uit te gaan, maar om serieus wat mee te beginnen, nee dat was zij beslist niet.

Maar door samen vaak uit te gaan, raakte je aan elkaar gewend en trad er een soort gewoonte op alsof alles eenmaal zo hoorde. Er zat echter geen diepte in onze relatie. Ik kon de tegenpartij ook moeilijk peilen, wat ze dacht, of ze blij was of verdrietig, en of ze het naar de zin had of niet. Dat maakte de situatie er niet gemakkelijker op.

Maar zeker was dat ze niet kon koken en alleen in een kantine of restaurant kon uit eten gaan. Thuis kon er dus nooit gekookt worden op een gebakken ei na. Dat stuitte me tegen de borst, want als je van je werk kwam, moest je niet eerst naar een restaurant om wat te gaan eten terwijl je bij wijze van spreken niet meer op je benen kon staan van moeheid.

Want auto’s hadden wij die tijd niet altijd tot onze beschikking. Die ene auto die wij in de ploeg tot onze beschikking hadden, moest je met je collega’s broederlijk delen en dat betekende dat je meestal geen auto had als je wilde gaan eten.

Maar dat zij een vriend had die Pecalle heette, dat wist heel Craiova. Eigenlijk was Felicia niet altijd bij mij op de flat. Heel zelden eigenlijk omdat ze angst had voor de veiligheidsdienst. Die kon via de Communistische Partij allerlei veiligheidsmaatregelen uitvoeren en meestal is dat verbanning naar een ver afgelegen plaats. Dat is gelukkig met Felicia nooit gebeurd.

Als je normaal dagdienst liep dan ging je ‘s avonds drinken bij je buurman of in het restaurant dan had je de volgende dag meestal een kater.

Werkte je in de avond-shift dan kwam je tegen middernacht thuis en kon je normaal slapen en was je de volgende morgen vrij tot 14.00 uur namiddag. Je had de hele morgen om de stad in te gaan, naar de markt of achter de huisvrouwen aan te rennen. Daar werden wij gewaar van het spreekwoord, “ Its not the fuck that kills you but running after the fuck”.

Als wij 's avonds laat het restaurant verlieten, stond het buiten altijd vol van de veiligheidsmensen die meestal in dikke bruine jassen en leren laarzen en met bruine bontmutsen op, ons vriendelijk begroetten. Wij stapten op ze af om hen een hand te geven.

Wat erg opviel was dat zij behangen waren met allerlei metalen tekens die aanduidden dat ze tot een bepaalde veiligheidsgroep behoorden van het Roemeense politiesysteem. Op hun muts een groot teken tot welke plaats en afdeling ze behoorden en ze waren er vol mee behangen.

Omdat wij altijd met Kent sigaretten rondliepen vroegen wij hen of zij hun badges (= insigne, distinctief) tegen sigaretten wilden inruilen. Nou dat was alsof ze allemaal in koor zeiden dat dat altijd kon.

Wij konden die kleine tekens één tegen één ruilen en voor die grote van hun muts voor 3 sigaretten. Nou dat was een ruilpartij geweest en zo hebben wij tientallen van die batches kunnen ruilen totdat zij van hun chefs het verbod kregen dat ze dat niet meer mochten doen.

Nadien gaven wij hen bij het naar buiten komen Kent sigaretten kado zonder die tegen wat dan ook te ruilen dan alleen verzekerd te zijn dat zij de stad veilig hielden. Want je liep ongeacht in die tijd door de straten zonder het gevoel te hebben om beroofd te kunnen worden. Er had in de stad nooit één beroving plaatsgevonden zover ik me kan herinneren, maar altijd vriendelijk groetende politie-agenten.

Als je nachtdienst had was dat de meest funeste van alle diensten. Want ‘s morgens kon je niet slapen van het vele lawaai en dan zaten wij meestal op het balkon bier te drinken voordat je in bed kroop. De lege blikjes werden overboord gegooid waar de zigeuners op staan te wachten.

Tegen de avond moest je je klaar maken om naar de stad te lopen om te gaan eten. Dan werd er meestal weer teveel gedronken en je nacht was weer verpest.

Om ons leven in Roemenië wat te veraangenamen konden wij eens per maand via een Deense leverancier alles taxfree kopen. Bier, whisky, sigaretten en elektrische apparatuur was nagenoeg voor niets te koop.

Ik had meestal 13 kratten Deens bier in mijn keuken staan, om de maand door te komen, en 8 flessen whisky op mijn dressoir. Dat waren de normale voorraden bij mij en ik denk dat iedereen van de ploeg hetzelfde in zijn appartement had.
Zelfs de wilde feestjes waren die niet voldoende om van het geestrijke vocht af te komen.

Wij hadden ook veel kontakten met artiesten. In een succesrijk communistisch land hebben artiesten geen plaats. Het zijn de bloedzuigers van de staat. Effectieve productie maken ze niet, dus zijn het parasieten, dat is hen ook wel aan te zien.

Eén van deze artiesten was een schilderes die heel mooie reproducties kon maken. Ze mocht voor mij enkele schilderijen maken. Ze vroeg één slof sigaretten, liefst Kent sigaretten want die waren in die tijd heel erg populair: voor elke schilderij één slof.

Met Kent sigaretten en nylon panty’s opende je in die tijd alle deuren tot bij de president. Daar een slof Kent sigaretten op de Roemeense zwarte markt US $20 kost en mij via Denemarken $1,75 was de rekening snel gemaakt.

Ik had een maandblad van Life magazine met vele bekende schilderijen o.a. van Buffet, Dali, Badong en Chagall. Ik heb haar eerst een proefschilderij laten maken en het resultaat was verbluffend, uit de blauwe tijd van Dali.

Voor mij heeft zij 6 schilderijen gekopiëerd en die hangen nu bij mijn hele familie. Deze zes schilderijen heeft zij voor mij voor 6 sloffen Kent sigaretten (geen $11.5 totaal) gemaakt, maar voor haar was het $120 waard en zo waren en zijn het meerdere artiesten die potentiëel heel sterk vertegenwoordigd zijn zoals in sculpturen, metaalbewerking juwelenmakers en zo kan ik nog een dozijn opnoemen.

Een andere groep artiesten voor mij waren de zigeuners, die in Roemenië een groep levenskunstenaars zijn en ook alweer niet productief voor de communistische maatschappij, dus ook parasieten.

De Roemeense zigeuners zijn van uiterlijk vaak heel mooie mensen, vaak met blauwe of groene ogen. Meestal hebben ze een licht bruine huidskleur. Ze leven zeer dicht bij de natuur en wensen dat ook zo te houden door in huifkarren te wonen. Ze zwerven van het ene deel van het land naar het andere, daar waar ze het minst gestoord worden en dat is het zuiden van Roemenië wat ook het minst bewoonde deel is.

Op feestdagen trekken deze zigeuners met al hun hebben en houden naar de stad om hun koopwaar aan te bieden, dat meestal bestond uit bronzen potten, pannen en ander huishoudelijke voorwerpen.

Als zij op die feestdagen geld verdiend hebben, wordt dat meteen gevierd.

Het is een enorm evenement om te zien hoe deze mensen feest vieren. Dan wordt er gedanst, muziek gemaakt, gegeten en gedronken totdat ze er laveloos bij neervallen. Want feesten dat kunnen ze.

Zo ook worden er strikte tradities op na gehouden zoals bij bruiloften. Als er tot een huwelijk wordt overgegaan, wordt er tussen de ouders over en weer bruidsschatten betaald en met een daarbij behorend feest. Aan het eind van het feest trekken bruid en bruidegom zich terug in hun huifkar. Als de bruid en bruidegom zich terugtrokken hebben drommen de moeder, schoonmoeder van de bruid en familieleden meestal alleen vrouwen voor de huifkar en wachten totdat het geschreeuw en gekreun over is en vaak gaat de schoonmoeder de huifkar binnen en komt gauw weer naar buiten en zwaait de met bloedbevlekte onderlaken boven haar hoofd en gooit die naar buiten als teken dat de bruid maagd was. Dan gaat er een luid gejuich op.

Wee degene die geen maagd meer is, dan komt de schoonmoeder met een bord naar buiten waar een gat in zit waar je makkelijk je vuist doorheen kan steken en iedereen begint dan weer te schreeuwen.

Je weet niet of het schreeuwen is uit nijd of van plezier, dat is daar heel moeilijk uit te maken. In elk geval is er dan ruzie over de bruidschat.

Dat zigeuners intens leven merk je uit de manier hoe ze leven, zonder luxe. Maar iedereen die niet in dat wereldje leeft, denkt dat ze lui zijn en niet willen werken en alleen maar stelen. Maar de werkelijkheid is toch anders.

Ze leven volgens een strikt patroon met ongeschreven wetten.

Als er een kind in de winter geboren wordt en er sneeuw buiten ligt, wordt het pas geboren kind in de sneeuw gerold en ingewreven en daarna droog gewreven en dan warm ingepakt aan de moeder teruggegeven. Dat doen ze om het kind te harden voor het leven dat gaat komen.

Zigeuners zijn vrijbuiters, die kun je niet opsluiten in een kooi. Ze moeten buiten in de open lucht kunnen leven.

De mannen verkopen handwerkartikelen en de vrouwen gaan vaak alleen de parken af om de mensen de toekomst te voorspellen.

Ik had eens avonddienst en was ‘s morgens vroeg de stad ingegaan want ik kon niet slapen en was veel te onrustig om thuis te blijven. Zo kwam ik in het grote park van Craiova en zette me op een bank neer want het was prachtig weer.

Je ziet hier van allerlei vogels rondlopen, in die zin dat die op twee benen rondlopen. Eén van de kleurrijkste varianten daarvan zijn de zigeuners. Ik vond het leuk om een vergelijking te maken met vogels.

Vele mensen lijken op huismussen vooral mensen in hun bruine politie-uniform. Dan heb je de merels en spreeuwen, dan heb je veel vinken dat is al een betere klasse en soms een pauw maar meestal een pauwin vooral als het voorjaar wordt en hun dikke mantels en mutsen worden opgeborgen dan komt al dat moois weer tevoorschijn en een enkele keer zie je een tijgerin rondlopen. Alhoewel die niets met vogels te maken heeft is dat toch wel het vermelden waard en dat doet mij goed om al dat moois rond te zien lopen en dan zou je denken dat ik als enige daar zit om de mooie beestjes te bekijken maar niets is minder waar.

Kinderen, mannen, vrouwen, grijsaards, bedelaars alles is één mooie bonte verzameling. Er waren niet veel mensen in het park toen plotseling een zigeunervrouw mij benaderde en vroeg of ze mij de toekomst mocht voorspellen. Ik knikte en zij ging naast mij zitten en nam mijn linkerhand in haar beide handen en draaide die om en bekeek mijn handpalm.

Zij bleef er vrij lang naar staren en wilde niet doorgaan. Ik vroeg haar of ik snel dood zou gaan maar zij schudde haar hoofd. Toen zei ik, vertel het mij maar het geeft niet; ik weet wat je mij wil vertellen.

Eerst zei ze, dat ik veel verdriet had en zeeën van tranen waren gevloeid in mijn leven. Toen zei ze met horten en stoten dat mijn vrouw mij ging verlaten, maar dat ik mijn kind altijd zou blijven zien en dat het later met mij weer goed zou komen.

Ze zag er zo tegenop dat mij te voorspellen, dat ik haar een hele grote fooi had gegeven waar ze zeker weken haar gezin mee kon voeden. Voor ze wegging bleef ze mijn hand aaien om mij maar proberen te troosten. Droem boen ('t gaat u goed), zei ze toen zij vertrok.

Ik vond het frappant, dat ze heeft kunnen zien of voelen wat er met mij aan de hand was.

Toen ik op verlof ging, had ik ook besloten om mijn huwelijk te beëindigen, want het had geen zin om zoals het toen ging bij elkaar te blijven. Mijn vrouw wilde mij niet naar het buitenland volgen en verkoos in Nederland te blijven. Zij wilde ook scheiden en dat hadden wij dan ook zo gedaan.

Nu wordt er in Roemenië veel aan waarzeggerij gedaan. Er wordt daar als gevolg van de historische ontwikkeling, waarbij Roemenië deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, enkel maar Turkse koffie gedronken. Bij deze manier van koffie drinken, die ik persoonlijk wel lekker vind, blijft er altijd een drablaag in het kopje achter. Als de koffie is opgedronken wordt het kopje snel op het schoteltje omgedraaid en men laat dit drogen en als het zover is kijkt de koffiedik-kijker in de opgedroogde koffiedrab en maakt uit allerlei lijnen en bogen de nabije toekomst bekend.

Het eerste wat je meestal krijgt te horen is, Droem Boen (het gaat je goed). Het is een soort ritueel geworden en daar geloven Roemenen heel sterk in. Het zit in hun leefcultuur gebakken.

Er bestaat zoiets als voorspellingen op korte en lange termijn en dat wordt via overlevering doorgegeven generaties lang. Ze schuwen niet ongelukken en catastrofen te voorspellen, dat hoort erbij.

De Roemeense regering heeft een projekt ontwikkeld om de zigeuners meer honkvast te maken door in Turnu Magarele een paar honderd huizen te bouwen. Toen die gereed waren, werden de zigeuners bij elkaar gedreven om deze huizen te bewonen. De gevolgen had de regering niet verwacht.

Zigeuners bleven in hun huifkar slapen en dreven al hun vee en dieren in deze huizen. Stookten vuurtjes in de huizen om te roosteren.

Het project werd na een jaar gestopt wegens de grote mislukking, want deze mensen maak je niet zomaar tam door ze in kooien te plaatsen.

Het zijn levensgenieters en daarom horen ze niet in het communistisch Roemenië thuis. Daarom worden ze weer vervolgd, geslagen en vermoord, maar ik heb ze altijd bewonderd omdat ze zo dicht bij de natuur zijn blijven staan en leven.

Ik weet niet waarom deze mensen zich niet in een vaste woning willen vestigen, alhoewel als ze zich bij een grote stad vestigen, zij alle moeite en energie besteden om materiaal en flessen te verkopen om aan eten voor hun gezin te komen. Zij wonen meestal in krotten en huifkarren en hebben het geld niet om in normale woningen te kunnen wonen.

./fried2/zigeunerwagen_web.jpg

Fig.9 Huifkar van een zigeunerfamilie

Het probleem begint al bij de geboorte. De gezinnen zijn meestal grote gezinnen en de kinderen volgen geen school, dat betekent dat ze nooit geschoold werk kunnen vinden en altijd ondergeschikt werk, als er al zulk werk is, moeten aanvaarden. Dat betekent dat ze nooit regelmatig werk en inkomen zullen vinden. Tevens betekent het dat ze nooit uit hun armoedig bestaan zullen kunnen komen.

Boerenarbeid is voor hen ook niet weggelegd ze kennen de boerenstiel niet. Hoe moet je dit zigeuner-probleem oplossen? Volgens mij moet er op regeringsniveau een project komen waarbij de kinderen gedwongen worden school te volgen. De ouders gedwongen worden in normale woningen te wonen en te leven. En men zou ze moeten verplichten alle stielen te leren ook de boerenstiel. Ze moeten uit de armoedecyclus gebannen worden.

De kinderen moeten van schoolplichtige leeftijd van de ouders gescheiden worden tot hun 18e jaar. Zij die willen gaan werken verlaten de school en keren naar hun ouders terug die in normale woningen wonen en zij die door willen studeren blijven in het instituut.

Zij die in het armoedecircuit willen blijven voortleven komen niet meer uit hun armoede-cultuur. Toch zou men een methode en planning moeten ontwikkelen om deze groep op een menselijke manier op een hoger welvaartsniveau te brengen met behoud van hun wooncultuur.

Het voedselprobleem in Roemenië was verergerd doordat de Roemeense regering besloten had om al het vlees dat geproduceerd werd te exporteren teneinde aan vreemde valuta te komen.

Alleen de top Partij genossen en top officieren kregen regelmatig vlees toebedeeld. De rest van de bevolking werd gedwongen genoegen te nemen met afvalvlees.

Ook dit was moeilijk te krijgen want indien dat werd aangeboden stonden hele lange rijen kopers voor de winkels. Geen haar op ons hoofd die er aan dacht ook een halve dag ervoor in de rij te staan.

Vlees was dus moeilijk te krijgen en daarom zijn wij buitenlanders ons in dit socialistisch paradijs op andere voedingmiddelen gaan toeleggen zoals op vis. Waar is vis te krijgen? Niet in de steden. Daar waren geen viswinkels te vinden. Alleen in het zuiden van Roemenië langs de mooie Donau is vis verkrijgbaar.

Via de Sociale dienst van het Kombinat waar wij werkten hebben wij adressen gekregen van dorpen waar wij via de plaatselijke communistische partijleider aan vis konden komen.

Op een goede morgen ben ik met enkele vrouwen van mijn collega’s met grote plastic zakken vol “zwart” brood, dit zijn hele grote bruine broden, flessen cuica pruimenbrandewijn en sloffen Kent sigaretten naar één van de dorpen aan de Donau gereden.

Wij kwamen uit de heuvels naar beneden gereden en zagen de mooie brede grijsblauwe Donau liggen. Het dorp op zich bestond uit verveloze houten woningen die langs de weg stonden met links een open haventje vol met vissersboten. Vele vissers waren hun netten aan het repareren.

Het schijnt dat deze boten ‘s nachts de Donau opvoeren en ‘s morgens vroeg binnenkwamen. Er waren nog boten aan het vissen die snel binnen zouden lopen.

Wij zijn daar gestopt en hebben gevraagd naar de man bij wie wij zijn moesten.

./fried2/wolspinsters_web.jpg

Fig.10 Landelijk tafereel, wol spinnende boerinnen.

Eerst hebben wij de plaatselijke Commissaris van de Communistische Partij opgezocht en verteld, dat het onze bedoeling was om aan vis te komen. Met een fles whisky en een slof Kent sigaretten kon hij ons niets meer weigeren. In tegendeel, hij gaf een verordening uit om de verse binnenkomende vis tegen het brood en cuica te ruilen.

Dat brood daar zo belangrijk was, kwam doordat er geen bakkerijen in die rurale gebieden waren en de aanvoer van meel heel gebrekkig was georganiseerd.

De daarbij gegeven sloffen sigaretten waren een cadeau voor alle vissers. Wij mochten zoveel vis inladen als wij wilden. Ik schat dat wij die dag drie grote plastic zakken vol vis hebben meegenomen, een kleine 100 kg, die we bij terugkomst in Craiova aan alle buitenlanders van onze groep uitgedeeld hebben.

Dit hebben wij maandelijks herhaald tot aan het einde van ons projekt in Craiova.

Daarna hebben wij de directeur van de staatsabattoir bewerkt om ons regelmatig vlees te bezorgen. Wij hadden hem gevraagd wat hij graag zou willen hebben. Hij wou een winterjas. Die gaven wij hem. Onmiddellijk daarna mochten wij 2 kg vlees per persoon per week inkopen.

In wezen leefden wij daar als God in Frankrijk, want als wij graag eens slakken wilden eten dan gingen wij naar het park vlak tegenover onze wijk en wij konden daar slakken rapen zoveel wij maar wilden. Echte slakken om ze op Bourgondische manier te bereiden.

Roemenië exporteerde in die tijd 50 ton slakken per jaar naar Frankrijk, maar wij stalen daar iedere maand een tiental kilo’s van voor onszelf.

Die stopten wij in grote kartonnen dozen en gaven ze sla gedurende 3 dagen om ze allemaal dezelfde smaak te geven.

Dan gingen ze allemaal de hete waterpan in om gaar gekookt te worden.

Daarna werden de slakken één voor één uit hun slakkenhuisje gehaald en de slakkenhuisjes werden nogmaals gewassen en uitgekookt.

Vervolgens werden de huisjes met de opening naar boven op een plaat gelegd en het slakkenvlees terug in de huisjes gelegd en met kruidenboter besmeerd. Dit alles ging dan in de oven en na een half uur hadden wij escargot à la Bourgignon.

Dit wordt met brood gegeten en met een goede Roemeense rode Traminats doorgespoeld. Roemenië had en heeft altijd al goede wijnen geproduceerd. Deze drank was in grote hoeveelheden en zeer goedkoop beschikbaar.

Hetzelfde gold ook als wij kikkerbilletjes wilden gaan eten. Dan reden wij naar het dichtstbijzijnde meertje, niet ver van de bouwplaats en dat deden wij meestal met 3 man.

Het meertje zat zo vol met kikkers dat één de hengel uitwierp met aan de haak een rood wollen draadje, dat na enkele seconden in het water gelegen te hebben er meteen een kikker aan had hangen. De tweede haalde de kikker van de haak en kapte hem doormidden en de derde trok de kikker zijn broek van zijn kont af en gooide het billengedeelte in een plastic zak.

Binnen een 45 minuten hadden we zoveel kikkerbillen dat de hengelpartij werd gestaakt en wij huiswaarts konden keren.

Thuisgekomen werden de kikkerbillen een paar uur gemarineerd en met veel knoflook in boter gebakken. Dit doorspoelen met witte wijn en eten met warm wit brood. Gegarandeerd beter dan in welk restaurant dan ook.

Maar waarom klaagden wij buitenlanders zo over dit land? Er was 's zomers een overvloed aan voedsel, maar in de winter was er door hun middeleeuwse conserveringsmethoden haast geen voedsel te krijgen.

Daarom waren er in de winter geen verse groenten te krijgen. Alles werd in de zomer ingeweckt voor de winter.

Wat er in de winter veel gegeten werd was Sarmale cu Mameliga. Dat is een polenta met een gemengd rijstgehakt in koolbladeren gewikkeld en tomatensaus met zuurkool in lagen gestoofd. Heel lekker, maar ook hier niet voor elke dag.

In het begin van de winter die heel koud kan zijn vanwege het landklimaat, waren er nog verse kool en spruitjes en vooral uien te koop. Ook dat raakte middenwinter uitverkocht en dan moest men op andere groentensoorten overgaan.

Zo reed ik met Martin, mijn collega, naar Boekarest via een andere route dan wij normaal zouden nemen. Plots reden wij voorbij een grote kolchoze en wat zagen wij vlak langs de weg een groot veld vol spruitjes, dus besloten Martin en ik dat er ‘s avonds op de terugweg spruitjes werden gerooid.

Nadat wij boodschappen hadden gedaan en goed gedineerd hadden in een groot hotel in Boekarest waren wij weer begonnen aan onze terugtocht richting Craiova dat zo’n 200 km van Boekarest lag met nog steeds onze spruitjes in ons achterhoofd.

Wij hadden op de heenweg veel last van regen gehad en om 200 km in een volkswagen te zitten met zo’n ruitenwisser voor je neus is ook geen pretje. Ik zat aan het stuur en plots zagen wij de kolchoze uit het niets opdoemen en we stopten bij het spruitjesveld.

Martin was al uit de auto en sprong met een plastic zak het spruitjesveld in dat lager gelegen was dan de weg en ik hoorde meteen ai ai, maar ik volgde zonder daarop te reageren en sprong hem na en zakte ook kuitdiep in de modder.

Geen nood, wij gingen gewoon door en graaiden naar de eerste struik, geen spruitjes, tweede struik geen spruitjes, nergens meer spruitjes. Die kolchoze moest geweten hebben door telepathie of op een andere manier dat hun spruitjes gevaar liepen. Die had die zelfde dag alle spruitjes gerooid en wij konden met onze met klei besmeurde schoenen zo in de volkswagen stappen en dat was levengevaarlijk want je kon noch remmen, noch ontkoppelen. Met veel kunst en vliegwerk zijn wij toch thuisgekomen, maar naar spruitjes hadden wij nooit meer gezocht.

Ik kan er nog steeds niet achter komen waarom onze mensen o.a mijn collega’s het nog steeds niet naar hun zin hadden in communistisch Roemenië. Wij hadden alles, maar om sommige artikelen te vinden, moest je wat meer inspanningen leveren.

Eén van de vrouwen die op voedselzoektocht altijd meeging was Marie-Paul, vrouw van mijn beste vriend. Ze is Belgische en Frans sprekend. Die kon geweldig koken en ik moest daar altijd komen eten, want ik was zonder gezin in Roemenië en ze wisten van mijn a.s. scheiding.

Jean-Claude was haar man, een echte Waal, een man met een hart van goud. Helaas leefden die twee niet zoals het zou moeten zijn, want Marie-Paul vertrouwde haar man voor geen cent, speciaal niet wat de relatie met de Roemeense vrouwen aangaat.

Ik was weer eens door Marie-Paul uitgenodigd te komen eten en ik zou direct van het werk bij hen komen. Ik stapte uit de jeep voor hun blok met nog een collega die was uitgenodigd.

Jean-Claude zou wat later thuis komen met de firma-wagen. Wij kwamen binnen en kregen direct een aperitief van Marie-Paul. Zij was heel nerveus en vroeg waar Jean-Claude bleef en wij antwoordden dat hij iets later zou komen.

Terwijl wij zo in de huiskamer stonden te praten zag ik Jean-Claude met de auto passeren en ik in mijn onwetendheid schreeuwde naar Marie-Paul,” oh daar is hij”, maar hij reed door waarschijnlijk om de secretaresse thuis te brengen.

Marie-Paul werd nog nerveuzer en vroeg ons of wij wisten of Jean-Claude een verhouding had met de secretaresse. Wat wij ontkenden, maar zij geloofde ons niet.

Een 10 minuten later verscheen Jean-Claude en groette iedereen joviaal en ook zijn vrouw. Nam ook een aperitief en wij moesten aan tafel om te beginnen.

Terwijl wij zo aan tafel zaten kwam Marie-Paul met de soeppan binnen en kieperde die over Claude heen. Claude schreeuwde het uit van de pijn en Marie-Paul schold hem uit voor rotte vis en dat hij die Roemeense meiden met rust moest laten.

Claude rende naar de badkamer met alle soepslierten over zijn hoofd om alles af te spoelen en tegen brandwonden af te koelen. Wat een geschreeuw. Wij zijn stilletjes vertrokken en hebben de maaltijd in de stad moeten nuttigen. Zij zijn altijd mijn vrienden gebleven ook nadat wij uit Roemenië waren teruggekeerd.

De Roemenen wisten dat wij geen vlees konden krijgen. Ik kreeg op een dag een enveloppe in mijn brievenbus met een in het Frans geschreven brief daarin. Het was van een bovenbuurvrouw die mij graag zou willen ontmoeten en of ik om 7 uur vanavond achter het gebouw wou komen om haar daar te ontmoeten. Ik om 7 uur naar de achterkant van het gebouw gelopen en uit het duister kwam een slanke vrouwefiguur op mij afgelopen.

U bent domnu (meneer) Muller? Ja, zei ik en zij gaf mij een hand. Het was heel donker dus stelde ik haar voor om naar mijn appartement te gaan om daar wat te praten met een lekker glas thee. Whisky wou zij niet. Het was een heel mooi meisje en hoog opgeleid gelet op de manier waarop zij sprak.

Voor je het weet is de avond in zo’n gezelschap heel snel voorbij. Dus kwam de kernvraag wat doe jij, ga je naar huis of blijf je bij me slapen. Zij bleef slapen.

Toen wij gevreeën hadden, waren wij nog wat aan het nababbelen en ik vroeg haar: Ben je getrouwd? Ja, zei ze. En ik woon hier op de 6e verdieping. Mijn man is een generaal, maar die is op manoeuvre voor een paar weken. Waaaat!! Wat is jou man? Ja, generaal. Ik zag mij al achter de tralies zitten. Zij was zo rustig en lief en had helemaal geen enig besef hoe ik mij voelde.

Het was die nacht voor mij toch een onrustige nacht geworden. Ze was ‘s morgens al heel vroeg op en naar haar appartement teruggekeerd. Voordat zij vertrok vroeg zij of zij die avond terug mocht komen. Ik had er geen bezwaar tegen. Zij wist precies wanneer ik thuis kwam, want als de Kombinaat jeep aankwam zag zij mij altijd uitstappen.

Zo ook deze avond. Ik was nog niet thuis of er werd al aangeklopt en daar stond mijn mooie buurvrouw met een klein pakje in haar hand, dat ik toegestopt kreeg. Wat zat er nou in dat kleine pakje? Een stuk heerlijk varkensvlees! Ze wilde dat meteen gaan bakken en ik moest dat opeten. Wat een heerlijke vrouw.

Roemeense vrouwen zijn wat dat aangaat heel erg opofferend en cijferen zich helemaal weg, helemaal niet slaafs of kruiperig heel uniek en alleen om de man te behagen. Ik heb dit in geen ander land in de wereld meegemaakt.

Zo begonnen wij al aardig de Roemeense levensstijl aan te nemen, zelfs de taal begonnen wij al aardig onder de knie te krijgen en dat opende voor ons toch al aardige perspectieven en de taalbarrière was er niet meer en je bent geen ‘strain’, vreemdeling, meer.

Het liep al enkele weken tegen Pasen en dat is in Roemenië een feest waar je u tegen zegt. Zoals Kerst bij ons wordt gevierd, wordt Pasen in Roemenië gevierd.

Iedereen voelt zich geroepen om een lam te kopen, een levend wel te verstaan. Maar waar naar toe met zo’n lam in een groot woonblok? Je zou geen Roemeen zijn als je je voor één gat liet vangen, maar nee Roemenen zijn grandioze uitvinders.

Ze plaatsen de lammeren op het balkon om het voor Pasen vetgemest te hebben. Moet je even natellen dat zo’n woonblok totaal 338 balkons heeft en dat elke bewoner daar minstens 1 lam heeft staan en die produceren tezamen een geluid van een Jumbojet in stijgvlucht.

Als je je hand op de muur houdt voel je je binnenkamermuur meetrillen van het geblaat van die beesten.

Sommige eigenzinnige Roemenen houden die beesten wel 2 weken op hun balkon, maar de meesten maar één week. Net genoeg om dat net ietsje teveel van die slapeloze nachten en dagen te krijgen en om dat alles te vergeten drink je je maar weer een stuk in je kraag. Het werd mij steeds duidelijker hoever het uithoudingsvermogen van een mens getart kan worden.

Plotseling alsof er een antwoord kwam uit de hemel, want reken maar dat er aardige discussies met de heilige familie in het heelal geklonken hebben, meestal één richting uit, want de wereld kent op dat gebied alleen een éénrichtings verkeer. Door een bovenmenselijk teken verstomt het geblaat op een enkele overblijver na die niet op dat moment wordt geslacht uit medelijden.

Het is Paasavond. Alle Roemenen staan in de keuken zich uit te sloven om de feestmaal van het jaar voor te bereiden voor familie en vrienden.

Pasen is voor iedereen in Roemenië een vrije dag. Wat doe je op een vrije dag als vreemdeling? Een beetje rondrijden met je collega’s. Alle restaurants zijn bomvol of enkel open voor partijleden. Dus dan maar thuis zelf koken.

Er waren ook collega’s die vroeg uit de veren sprongen om één of andere trektocht door Roemenië te maken want veel vrije dagen hadden en kregen wij niet. Het is ook een manier om je Lei’s kwijt te raken.

Deze bewuste Paasmorgen begon heel stil tot op het ogenblik één van onze Duitse collega’s die met een Franse auto reed en door zijn Duitse collega’s niet voor vol werd aangezien, buiten op de parking stond te razen en te tieren op z’n Duits natuurlijk en dat deed onmiddellijk alle flatbewoners naar het balkon trekken om te kijken wat er gaande was.

Wat bleek, deze bewuste Duitser, Herr Becksie genaamd, parkeerde zijn auto nooit op de parking maar vlak onder zijn balkon vlak voor de deur van Roemenen die onder hem op gelijkvloers woonden.

Becksie vertrouwde niemand en zeker geen Roemenen en daarom parkeerde hij zijn auto nooit op de normale parking waar iedereen zijn auto parkeerde. Hij dacht dat door de auto zo dicht onder zijn balkon te parkeren de Roemenen het wel uit hun hoofd laten om in te breken, dit natuurlijk tot ergernis van de Roemenen, die iedere keer een auto vlak voor hun deur en in hun tuin vonden.

Wat een gelegenheid nu met Paasavond deze Duitser aan te tonen dat zijn auto hier niet gewenst is, dus wat hebben de Roemeense bovenburen van deze Duitser gedaan?Alle darmen en magen die niet voor consumptie werden gebruikt gingen over het balkon op Becksie’s Peugeot 404 en al deze vieze darmen, magen en bloed was geen fris gezicht en het leek op een modern beeldhouwwerk in kleur.

Het vieze gedoe had natuurlijk al de hele nacht op zijn auto gelegen en het bloed was overal reeds begonnen op te drogen. Om deze viezigheid allemaal zelf af te trekken en de auto schoon te wassen was natuurlijk een heel ander verhaal. Dat dreef onze Herr Becksie natuurlijk tot het hysterische gebrul van een gorilla, die daarnet zijn prooi heeft laten ontglippen. Geen een van de Duitse collega’s heeft hem geholpen om die rot Franse wagen van hem schoon te maken.

Wij hebben ons ook schielijk van het balkon terug getrokken en ons bezonnen wat wij deze Paasdag zouden gaan doen.

Er zijn zo van die mensen die door hun manier van optreden de irritatie bij hun medemens opwekken en zo was het ook met deze Herr Becksie. Misschien ook omdat hij een Ossie was en niet door zijn Wessie collega’s voor 100% werd aangekeken.

Hij wilde bijvoorbeeld door ons en dan onmiddellijk in contact gebracht worden met vrouwen. In plaats van zelf er op uit te trekken naar een groot restaurant of theehuis waar het in Roemenië sterft van hunkerende vrouwen en studentes die geen sou hebben om zelfs een kop koffie te bestellen.

Op een avond zat Herr Becksie alleen op zijn kamer zogenaamd brieven te schrijven en wij dronken een biertje bij één van zijn collega’s en wie belde er aan? Wawa! En wie is Wawa? Zij is een operatie-verpleegster van het lokale ziekenhuis, ongehuwd en die bij ons graag wat gezelligheid kwam halen en ook wat sex.

Nu wist iedereen van ons dat als Wawa klaar komt, ze dat gillend deed en ook beet, dus besloten wij Wawa bij Herr Becksie te brengen en die stemde meteen in.

Wawa bleef bij Herr Becksie en wij bleven voor zijn deur bier drinken, maar ieder half uur werd er op zijn deur geklopt om hem iets te vragen.

Het eerste half uur was Herr Becksie nog aangekleed, het tweede halfuur deed Herr Becksie open in zijn kamerjas, het derde halfuur deed hij open in zijn singlet, maar werd toch wel kwaad dat hij iedere keer gestoord werd. Maar Wawa kwam op een bepaald moment toch gillend klaar en iedereen buiten de deur brulde mee en er werd op zijn deur getrommeld en dat hebben zijn collega’s tot heel laat volgehouden en Becksie van een wilde nacht beroofd.

Toen hij de volgende morgen misnoegd op het werk kwam, liet hij dat duidelijk merken over het wangedrag van zijn collega’s. Wij werden ‘s morgens om 7.00 uur opgehaald , maar Wawa was nog vroeger vertrokken, want die begint al om 6.00 uur. Wawa zou ons later nog veel meer diensten bewijzen.

Mijn Roemeense vriend Mihail die dokter was en boven mij op de 2e etage woonde met zijn vrouw Eleana, nodigde mij uit om ’s avonds langs te komen voor een drink.

Hij had een klein feestje, maar ik zou na het avondeten komen. Eten moest ik in de stad want gekookt had ik niet. Die avond had ik geen bloemen bij ons bloemenvrouwtje gekocht, want na het eten was ik naar huis gegaan en bij het naar buiten lopen zat een boerin bosjes sneeuwklokjes te verkopen. Ik kocht een handvol boeketjes voor de eventueel aanwezige dames bij mijn vriend de dokter.

Bij het binnenkomen stond het al vol van de mensen en Eleana die vooraan stond gaf ik een handkus dat daar gebruikelijk is en een bosje sneeuwklokjes. Dat werd zeer geapprecieerd door de dames want ik dacht dat ze dat nog nooit meegemaakt hadden.

Eleana stelde mij aan iedereen voor en ik liet een bosje sneeuwklokjes en een handkus achter bij iedere dame. Tenslotte kwam ik bij de laatste en mooiste vrouw van de avond, Vicky.

Ze vroeg mij waarom zij als laatste werd voorgesteld, maar ik antwoordde dat zij alle laatste bloemen en meeste bloemen heeft gekregen. Ze was mooi, slank, elektrificerend als 10 000 volt.

Een poosje later kwam zij naar mij toe en vroeg mij of ik met haar wou dansen en ik zei natuurlijk geen nee. Scheen dat de aantrekking ook van mijn kant heel groot was want de manier hoe zij zich aan mij vastkleefde was niet normaal.

Niet dat ik daar wat op tegen had, integendeel, het maakte wel wat remmen los. Deze manier van dansen maakte wel onze tongen los, dus als standaard vraag vroeg ik haar wat zij alzo deed.

Zij was een juriste bij het gerechtshof van Craiova. En of zij gehuwd was? Jazeker, antwoordde zij, hij staat hier vlak naast ons en zij klemde zich nog steviger aan mij vast.

Hij is de hoofdaanklager bij dezelfde rechtbank waar ik werk. Ik was wat beduusd door de openheid en recht toe recht aan antwoorden en de zalige omklemming van deze mooie dame.

Ze vroeg mij waar ik woonde en wat ik deed en of zij mij eens mag komen opzoeken en daar had ik helemaal niets op tegen, dat overkomt je niet iedere dag.

Het feestje verliep verder heel erg leuk iedereen ging beneveld zijn weg, ik ook naar mijn eigen klein flatje vlak onder de dokter zijn stulp. Mijn gedachten waren wel bij die mooie Vicky gebleven, want daar had ik wel wat voor over.

Ik zag de tralies al voor me en zij maar pleiten, maar dat gebeurde gelukkig niet, maar zij kwam mij ook niet opzoeken, want het was gewoon uittesten van hoe een buitenlander zou reageren en die reactie was normaal zoals iedereen zou reageren.

Vicky kwam ik vaak in de stad tegen en kreeg dan alleen maar een vriendelijk knikje als groet meer niet.

Eén ding was wel waar als in die tijd een Roemeense vrouw zich aan een buitenlander afgaf, kon zij verwachten dat zij naar een of ander ver oord verbannen kon worden en misschien was dit het wel, maar Vicky bleef voor mij wel het toonbeeld van een echte Roemeense vrouw, charmant, verleidelijk, onderhoudend, bezorgd, echt vrouwelijk.

De vrijgezellen woonden allemaal op de eerste etage van een groot woonblok in de Brazda. Een nieuwe wijk in Craiova vlak bij het station. Rond deze betonnen woonblokken waren ook kleinere woonblokken van 3 etages hoog en in één van deze kleine woonblokken was onze kantine gevestigd in een benedenflat.

Er was een grote etensruimte waar 3 tafels tegen elkaar zijn geplaatst met daaromheen zo’n 20 stoelen. Daar werd alleen door de week ’s middags om 12 uur een warme maaltijd geserveerd. Het begon meestal met een soep, dat gevolgd werd door aardappelen met vlees en soms groenten met daarna een pudding of in de zomer fruit en koffie, drank was weer de fameuse aqua microba.

Wij werden altijd geholpen door twee oudere vrouwen en een man die het huis schoonhielden, maaltijden kookten en de voedsel voorraden moesten bewaken. Het eten was eetbaar maar het brood was van een slechte kwaliteit.

De broden die geserveerd werden zijn in vergelijking met die in West Europa zeer groot in diameter. Voor ons alleen eetbaar als ze vers gebakken waren.

’s Avonds moesten de vrijgezellen naar een restaurant in de stad of zelf gaan koken wat wij om beurten vaak deden. Recreatie was meestal drinken bij je buren met of zonder Roemeense vriendinnen. Hier werden afspraken gemaakt om een vriendin voor je te vinden als je zonder zat.

Ik werkte toen voor een speciale afdeling van de Nederlandse Staatsmijnen in Limburg en was gespecialiseerd in het construeren en opstarten van chemische fabrieken. Deze fabrieken produceerden kunstmest voor de landbouw en fruitteelt.

Het project waar ik mij bezig hield was een vrij nieuw type proces in die tijd een unicum in de wereld behalve bij de Japanners en ieder agrarisch land dat zichzelf respecteerde kocht zo’n fabriek en zeker Roemenië dat hoofdzakelijk agrarisch was ingesteld had zulke fabrieken nodig en één daarvan werd door een consortium van Duitse firma’s in Craiova gebouwd.

Gezien het een Staatsmijn patent bezat werden wij er op uitgestuurd om in dit geval de Duitse constructeurs op te volgen of het volgens onze voorschriften werd uitgevoerd.

Daar komen op zo’n bouwplaats dus veel buitenlandse technici, ik schat voor één fabriek toch wel zo’n 15 man technici en 2 administratieve personen.

Het opstarten werd door ons gedirigeerd met de hulp van de klant, het Kombinat in ons geval. Onze opstartploeg bestond meestal uit 4 personen. De ploegleider en 3 opstart technici.

De opstartleider is meestal overdag aanwezig en de 3 technici lopen in ploegendienst. Zo’n ploeg functioneerde meestal wel en is heel sterk afhankelijk van de persoonlijke inbreng van de ploegleider.

Nu was in ons geval de ploegleider een gewezen officier van de koopvaardij dus het gesprek ging hoofdzakelijk over hoe goed hij het vroeger had gedaan en hoe braaf hij zich in het buitenland heeft gedragen.

Hij deed voorkomen dat hij leefde als een gecastreerde kater, want over vrouwen praten was voor hem taboe. In feite was hij wel goed van inborst, maar het was zijn vrouw die in feite de ploegleider was, die hem sterk beïnvloedde en speciaal op het sociale vlak.

Omdat het zo’n gevaarlijke vrouw was werd ze gemeden als de pest, maar zij verzamelde wel alle gegevens over hun privé leven als over het werk en rapporteerde dit bij onze directie.

In die tijd vierde de hypocrisie bij ons nog zulke hoogtij dagen dat haar verslag als zoete koek werd aangenomen en in plaats van haar terecht te wijzen dat dit haar zaken helemaal niet waren, maar werd zelfs aangemoedigd.

Dit was in feite het begin van mijn later besluit om hier bij de Staatsmijnen mijn carrière te beëindigen. Dit gedrag viel bij vele collega’s ook niet in goede aarde en resulteerde veelal in ontslag of overstappen naar andere afdelingen.

Het was voor mij duidelijk het was van haar kant gewoon sexnijd met zo’n fossiel als echtgenoot en niets anders. Ze werden zo gemeden dat niemand graag met ze weg wilden op nieuwe projecten.

Het ging zelfs zover dat mijn directe baas zich daarmee ging bemoeien en dat bij het volgende project de ploegleider de instructies meekreeg om mij in de gaten te houden, maar in de praktijk was het juist andersom, de groepsleider moest door ons afgeschermd worden wilde hij niet met dezelfde directie in conflict komen.

Maar nu genoeg over deze ploegleider wij gaan een ander chapiter bekijken. Ik ga terug naar de fabriek.

In die tijd kregen wij tolken toegewezen. De hoofdtolk was een mooie struise blonde vrouw. Zij was gehuwd, maar dat zei in Roemenië niets, en had een dochter. Haar schoonouders woonden bij haar in. Haar hobby was breien.

Zij als grote uitzondering naaide niet, ze breide: kilometers. Als ik met verlof ging moest ik enkel breiwol meenemen.

Zij was onze vertrouwensvrouw want ze vertelde alleen datgene wat zij nodig vond en wij konden onze harten bij haar luchten zonder verklikt te worden.

Ze was in Besarabië geboren en haat de Joden nog steeds want ze is een afstammeling van de Sudetendeutschen en die zijn wat dat betreft onverbeterlijke antisemieten.

Onze tweede tolk was Frau Blum, die was eigenlijk te oud voor dat werk, maar is aangenomen voor 2 reden en wel dat ze niet zo snel aangerand zal worden en ze loopt langzaam, dat als wij door de fabriek lopen en plots ammoniakgas ruiken moet zij direct een pi doen en is ze verdwenen voor het eerste half uur. Verder spreekt ze barslecht Duits ondanks zij daarvan afstamt. Die kreeg ik toegewezen. Ze had ook nog een spraakgebrek. Ze sprak op een heel hoge monotone toon en dat werkte echt op mijn zenuwen en wel zodanig dat ik er impotent van werd dat dacht ik tenminste en dat is iets in Roemenië wat je in die dagen het ergste kunt overkomen, want dat is zoiets als de Eifeltoren beklimmen op krukken.

Maar het ergste van alles was, alhoewel Craiova een inwonertal had van 450 000 zielen, alle vreemdelingen die daar verbleven bekend waren, speciaal bij de vrouwen. En wees eerlijk waar gaat zo’n gerucht niet sneller rond dan bij de vrouwen.

Om kort te zijn ik had mijn bezwaren bij de klant kenbaar gemaakt en de Roemeense plantmanager had het direct begrepen en de vrouw direct aan iemand anders toegewezen, die haar wel aanhoren kon, dus kreeg ik een andere tolk, de gratenkut.

Ze was vrij jong maar brood en brood mager. Ze sprak goed Frans en zag er leuk uit. Verder zag ze er helemaal niet tegenop om met iedereen in bed te duiken, proberen ook één vast aan de haak te slaan om dan mee naar het kapitalistische Westen uit te wijken.

Maar helaas viel ze bij iedereen tegen. Haar bijnaam speelt waarschijnlijk een grote rol mee. Dus die ervaring was gauw uitgeblust en als je het over de gratenkut had wist iedereen wie je er mee bedoelde. Eigenlijk wel wreed om zo’n meid zo genadeloos het bed in te boren.

Wij werkten met verschillende nationaliteiten en daar was een Fransman bij die met zijn familie in Craiova zat. Laten we hem François noemen, die ook een sexuele afwijking had, die randde alles aan dat een gat had.

Zo waren wij bezig met het opstarten van de fabriek en moesten iedere keer naar de top van de priltoren, dat is een ronde toren van wel 75 m hoog met daarbovenop een machinekamer waar het produkt in korrelvorm door middel van een machine naar beneden werd geslingerd.

De bovenruimte is vrij groot en warm, maar om zonder masker daar rond te lopen wordt toch veel van je ogen en longen gevergd. Nu moesten wij naar boven om de reserve machine bij te zetten, dus gingen wij met z’n vieren met de lift omhoog.

Een Roemeense Ingenieur, twee operators en ik. Normaal ga ik nooit met de lift omhoog maar met zo velen tegelijk was ik wat geruster en er gebeurde niets. De lift ging prachtig omhoog zonder enig incident.

Kun je onze verbazing voorstellen toen wij in de dichte rook twee halfnaakte lichamen op de grond zagen liggen. De één bovenop de andere en ze waren niet dood, integendeel daar kwamen allerlei kermende kreten vandaan.

Wij stonden rond deze twee elkaar afmakende figuren mee te geilen. Toen merkten ze dat er een koude wind binnenwaaide en ontwaarde mensen rondom zichzelf en de snelheid waarbij ze allebei weer op hun benen stonden was ook verbluffend. Het was de Gratenkut met François. Grijnzend gingen ze af en wij stonden daar met onze bek open nog niet begrijpend wat zich daar afspeelde.

Ze kregen allebei van de plantmanager een waarschuwing, want zo erg is dat in Roemenië ook niet, iedereen doet het, dan kun je ze dat toch niet verbieden, maar niet op de vloer van de priltoren die is 50°C heet.

Ik ben er zeker van dat de Gratenkut er nog lidtekens aan over heeft gehouden.

Wij hadden in de groep van tolken ook een roodharige tolk, die alles voor ons deed behalve vertalen, want daar was zij bar slecht in. Voor de rest was het een heel joviaal meisje niets was haar teveel. Wij stuurden haar altijd weg om bootschappen voor ons te doen. Naar ons gevoel was zij daar geplaatst door de veiligheidsdienst als spionne om de Roemeense autoriteiten op de hoogte te houden dat er geen subversieve activiteiten worden gepleegd. Per slot van rekening woonden wij in een communistisch land.

Die griet deed de gekste dingen. Wij wisten dat zij niet zo best gehuisvest was en daarom probeerde ze altijd bij één van ons een bad te nemen en dus namen wij haar vaak mee om bootschappen te doen en als dat gedaan was vroegen wij haar altijd moet je geen bad nemen en dan ging ze mee om een bad te nemen, maar meestal eindigde het niet met een bad alleen.

Zo namen wij haar vaak mee om onze inkopen de doen, want hoe ze dat ook deed, zij deed het heel snel en wij verloren geen tijd om in die lange rijen wachtenden te staan.

Zo vertelden wij haar dat ons bad stuk was en niets meer deed, maar bij Marie-Paule echtgenote van Jean-Claude daar kon ze ook een bad nemen. Dus brachten wij de tolk tot bij Jean-Claude z’n flat en zij belde aan. Marie-Paule deed open en de rooie zei dat zij een tolk is en van Jean-Claude bij hen een bad mocht nemen. Marie-Paule zei niets en liet haar een bad nemen.

Na het bad vroeg Marie-Paule aan de Rooie of zij een goeie vriendin van Jean-Claude was en in haar onschuld beaamde ze dat. Marie-Paule was weer door het dolle heen en wachtte op Jean-Claude met een emmer warme zeepsop bovenaan de trap.

Om vier uur kwam Jean-Claude niets vermoedend de trap op gelopen en nog voor hij iets kon uitbrengen kreeg hij de warme zeepsop over zich heen. “Maar Marie-Paule wat is dit nu weer voor onzin, wat is er nu weer aan de hand”, vroeg hij? “Was jij je rooie tolken maar ergens anders, maar stuur ze niet meer naar mij toe. Ik ben hier geen openbare wasgelegenheid voor jouw rooie temeiers en hoef jou vriendinnen hier niet toe te laten.” De situatie dreigde voor Marie-Paule en Jean-Claude echt uit de hand te lopen. Wij hebben ons voorgenomen dergelijke streken niet meer uit te halen want dat kan in dit geval op een moord uitlopen en zouden wij het op ons geweten hebben.

We leefden in die tijd iedere dag naar het weekend toe, want iedereen maakte plannen en organiseerde feestjes en meestal was het zo dat iedereen wat kookte en gingen dan gezamenlijk eten, dansen en drinken.

Iedereen probeerde zijn eigen groep te vormen, maar meestal werd dat een grote groep doordat de genodigden hun eigen groep meebrachten.

Meestal werden de feestjes zaterdagavond georganiseerd en gezien er geen andere uitgaansmogelijkheden waren, kwam iedereen naar het feest.

Wij hadden een heel leuke spontane groep en iedereen deed zijn best om de schwung erin te houden.

Zondags gingen wij meestal naar het dichtbij gelegen Victoriameer. Een 30-tal km van waar wij woonden met rondom de oevers kleine gekleurde weekend huisjes zoals die eigen zijn voor het gebied rond Craiova.

Zij doen mij denken aan Dr. Zhivago even afgelegen van alle leven. De transport karren, getrokken door 2 ossen volgen traag hun weg en rijden meestal in karavaan. Wee je gebeente diegene die roekeloos zo’n karavaan durft in te halen, die eindigt meestal in één of ander boerenerf met zijn wagen goed verhakkeld.

./fried2/volgeladenkar_web.jpg

Fig.11 Volgeladen ossewagen.

Deze boerenkarren reden ‘s avonds zonder verlichting. De voermannen moesten wel kattenogen hebben om in het donker hun weg te vinden. Maar dat deden niet alleen de boerenkarren, maar ook alle auto’s. Die reden zonder licht en als ze merkten dat er van de tegenovergestelde kant een andere auto aankwam, deden ze hun grote lichten aan en verblindden iedereen die van de andere kant aan kwam rijden.

Wij waren als de dood om een ongeluk te krijgen waarbij slachtoffers zouden vallen. Want de buitenlander kreeg altijd de schuld en ging de gevang in. Het was maar of de firma hiertegen verzekerd was, of die DM 32.000 borg wilde of kon betalen, om hun specialisten uit het gevang te krijgen.

Alhoewel wij toch sneller rijden dan de gemiddelde Roemeen zijn wij toch zeer alert op elke mogelijke onvoorziene problemen die plots op kunnen duiken zoals dronken Roemenen op de fiets op de snelweg. Die zijn het gevaarlijkst om te passeren.

Zo vind je in het Zevengebergte nog vele dorpen waar ganzen worden gehoed en groepen van 500 en meer ganzen zijn geen uitzondering. De ganzen worden ‘s morgens naar de weide gehoed door echte ganzenhoedsters en tegen de avond weer terug. Als ze hun woning ruiken of zien wordt de hele groep onrustig en de voorste ganzen nemen een aanloop en vliegen laag boven de weg een stuk naar de boerderij.

Nu bestaat er in Roemenië een wet, dat iedere boer zijn vee op zijn eigen erf moet houden. Gebeurt er een ongeluk op de openbare weg dan is de boer daarvoor verantwoordelijk en de autobestuurder heeft het recht een deel van het gedode dier op te eisen of te rechtmatigen; dit om schadeloosgesteld te worden.

Meestal is de verhouding schade tot het gedode dier groot.

Het gebeurde ons wel eens dat als wij ‘s middags naar huis reden we midden in de ganzen terecht kwamen, en zelfs ganzen die snel thuis wilden zijn laag vliegend over de weg naar hun boerderij vlogen maar geen auto zagen aankomen, met als gevolg dat we er een half dozijn van dood reden.

Dit doodrijden van ganzen werd vaak als reden gebruikt om aan vers vlees te komen en wel op een wettelijke manier. Een paar keer snel op en neer rijden in het dorp waar ganzen gekweekt worden levert altijd wat op.

Dit gebeurde niet alleen met ganzen maar ook met schapen, want het komt vaak voor dat schapen alleen bij nacht via een snelweg naar een bepaald weidegebied kunnen komen omdat overdag de weg veel te druk is om met zo’n kudde over te steken.

Ook hier gebeurt het vaak dat je met vrij grote snelheid in zo’n kudde terecht komt en ongelukken zijn dan niet uitgesloten als zo’n schaap door de voorruit wordt gereden.

./fried2/schapen_web.jpg

Fig.12 Herder (met fiets) en kudde schapen blokkeren het verkeer.

Schapenvlees is in vele opzichten een vleessoort dat te prefereren is boven alle andere verkrijgbare vleessoorten. Veel schapenvlees wordt gedroogd om dit dan tijdens de druivenoogst samen met de pas uitgeperste druivensap te nuttigen.

Dit gedroogde schapenvlees wordt eerst boven houtskoolvuur geroosterd en daarna geklopt. Vervolgens wordt het vlees in water geweekt en dan weer geroosterd. Deze bewerking wordt wel vier maal herhaald.

Het dunne gedroogde schapenvlees is nu uitgzet tot wel 1 cm dik en wordt met brood en vers gistend druivensap (pastrama) genuttigd.

Eet men bij het drinken van dit gistend druivensap geen geroosterd schapenvlees dan kan men verzekerd zijn dat je na 12 uur afgaat als een reiger. Het geroosterde schapenvlees werkt als Norit.

Mochten ze je tijdens de druivenoogst verse druivensap serveren, eet dan ook dit geroosterd vlees om alle onnodige ellende te voorkomen.

Voedselproducten vinden werd voor buitenlanders een heel belangrijk tijdsverdrijf speciaal in de winterperiode en wanneer je lange tijd in Roemenië moet verblijven.

Altijd in een restaurant eten komt al snel je neusgaten uit. De meesten beginnen thuis te experimenteren en vaak met groot sukses. Ik stond bekend als goede kok want ik kon altijd in noodgeval snel nasi of bami en zelfs tjap-tjoy klaarmaken, maar ook de lokale “mamaliga cu sarmale” polenta en een koolgerecht en dat is Roemeense kost.

Mijn collega’s en vrienden konden op speciaaldagen op mijn kookkunst rekenen.

Het gedachtegoed dat wij daar ontwikkelden ging soms heel ver. Op het werk liet ik een houtskoolrooster fabriceren klein genoeg om die op het balkon te zetten en daar alles op te barbecuen en dat deden wij ook.

Het probleem was alleen hoe kregen wij de asla leeg. Heel eenvoudig zij onze Beierse pompenspecialist. Hij verwijderde het rooster van de barbecue en kieperde alles buiten het balkon naar omlaag. Geluk dat het zo donker was dat niemand dat heeft opgemerkt.

Intussen ging het feest rustig zijn gang en er werd veel gedronken en geflirt.

Tijdens zulke feestjes waren geen Roemenen aanwezig want die zouden door andere Roemenen aangegeven kunnen worden als heulen met de kapitalisten. Dan zouden ze overgeplaatst kunnen worden naar een verafgelegen plaats waar geen contact met buitenlanders meer mogelijk is.

Dit overkwam vaak vrouwen die op een staatsbedrijf werken en op één of andere wijze met buitenlanders in contact kwamen. Door jaloezie werden ze verklikt en overgeplaatst om dienst te doen honderden km verder weg van Craiova. Dit is communisme. 15% van de kiesgerechtigden zijn aangesloten bij de communistische partij, maar zij hadden alle touwtjes in handen. Op communistische feestdagen moesten iedereen mee paraderen. Wee diegene van de Roemenen die dat niet deed. Mijn vrienden doktoren en andere hoogwaardigheidsbekleders moesten ook daaraan voldoen.

Wij hadden een vrije dag en op zulke dagen nodigde ik mijn Roemeense vrienden uit bij mij te komen eten en dan kookte ik iets speciaal voor ze.

Drank en sigaretten waren in overvloed dus werd er meestal goed gefeest. De Roemenen begonnen dan te zingen en dat konden ze. Onze poetsvrouw gaf ik de volgende dag een pakje sigaretten en die deed de hele afwas.

Het leek toen dat wij niets anders deden dan koken en feesten, maar heimwee begon toch ook aan mij te vreten als je zo’n 6 maanden van huis ben geweest.

In mijn geval was er niemand die op mij opwachtte en was de thuiskomst dubbel zo zuur.

Mijn vrouw en zoon woonden samen met haar vriend in Zaandam, vlak bij Amsterdam en dat lag een 200 km bij mij vandaan.

Het was geen leuke ervaring om zo thuis te komen. Wat was dat een moeilijke tijd om zo gedeprimeerd door het leven te gaan.

Mijn zoon ben ik altijd komen opzoeken. Die had het ook niet altijd zo makkelijk gehad. Zeëen van tranen hebben er gevloeid tot hij begreep dat ik hem nooit zal achterlaten.

In de herfst wil het vaak heel sterk misten. De mist kan vaak zo dicht zijn dat je geen 5 m voor je uit kon zien. Met zo’n dikke mist werd van je verwacht, dat je gewoon naar je werk reed met alle risico’s van dien.

Maar in die tijd hadden wij nog zoveel plichtsbesef, misplaatst of niet laat ik in het midden. Als je er nu nog aan terug denkt, kun je nog uit je vel springen van onverantwoorde beslissingen die je vroeger zelf nam. Dat deed je om je eigen ego op te poetsen tegenover de klant, want dat was wel nodig, daar wij met het opstarten van de fabriek niet opschoten.

Als je jong bent, zie je ook minder gevaar en per slot van rekening was je en voelde je je een macho. Overal ter wereld kwamen “bang” en “kan niet” niet in het woordenboek van de macho. Alles kon, dus ook rijden in dikke mistsoep.

Wij reden die tijd nog allemaal in VW Kevers. Dat waren in die tijd de enige wagens die het redelijk in zo’n zigeunerland uithielden, vooral door het eenvoudig onderhoud dat voor zo’n wagen vereiste.

Oliewissel, nieuwe bougies en contactpunten deden wij allemaal zelf. Remmen bijstellen was een fluitje van een cent, dachten wij.

Hoe dan ook die bewuste mistige soepdag ben ik in mijn Kever gestapt en met een open raam gereden om beter aankomend verkeer te horen. Ik hield de trottoirband als leidraad en oriënteerde me via specifieke kruispunten. Ons werk echter lag ver buiten de stad en direct na de laatste huizen was er geen trotoirband meer te zien en tot overmaat van ramp was de weg vierbaans.

Het was alsof je op het platform van een vliegveld aan het rondrijden was zonder op een eindpunt aan te komen. Het deed mij zeer aan mijn ogen om niets te zien en zo in die dikke mist te blijven turen.

Van achtermistlampen hadden Roemeense vrachtwagenchauffeurs nog nooit gehoord, van lichten aan in de mist evenmin.

Hoewel ik maar 15 km per uur reed, zat ik me toch te knijpen als een ouwe dief. De motor draaide vrij rustig hoewel een volkswagenmotor altijd wat lawaaierig aandoet. Toch had ik alles wel ondercontrole.

Ik merkte dat ik in het dorp vlak bij de bouwplaats was toen ik plots een enorme klap hoorde tegen de rechter voorkant van de wagen en mijn eerste reactie was te remmen, maar kort daarop zag ik de mist verdunnen en de bouwplaatsverlichting doorschijnen en tegen alle regels in ben ik toch doorgereden en ben pas op de parking met knikkende knieën gestopt.

Niets was aan de voorkant ingedeukt dus het kon geen hard voorwerp zijn geweest, dan moest het een mens geweest zijn, maar met zo’n klap moet je minstens iets gebroken hebben of dood zijn.

Ik vertelde dit voorval aan mijn collega’s en wij besloten even te wachten totdat de mist wat zou optrekken. Om een uur of 10 was het zover en je kon al 20 meter voor je uitkijken.

Dus reden wij met een andere wagen naar de bewuste plek. Ik wist waar het ongeveer gebeurd moest zijn. Wij konden ecter niet tot aan de overkant van de weg kijken en om niet op te vallen reden wij maar eerst terug richting Craiova dat zo’n 10 min rijden was en gingen eerst wat koffie drinken om wat bij te komen, want ik zag mijzelf alweer achter de tralies zitten.

Na de koffie begon de mist nog meer op te trekken, dus maar weer naar de plek waar ik dacht iemand doodgereden te hebben. We reden heel traag en wat zagen wij plotseling rechts vrij ver van de weg gelegen? Een dooie hond en die hond lag er gisteren niet dus is die vandaag doodgereden. Die aanrijding zou de klap deze morgen veroorzaakt hebben. De bumper had de klap opgevangen.

Maar dat ik met knikkende knieën op de bouwplaats aankwam, ofschoon ik mij die morgen zo macho voelde, dat kan ik je wel verzekeren. Want als je iemand doodreed in Roemenië al was het slachtoffer nog zo dronken, je ging als buitenlander direct de bak in.

De gevangenissen in Roemenië behoren niet tot de modernste ter wereld en ook niet tot de gezondste.

De eerste dag dat ik op de werf aankwam, kreeg ik een hele groep politieke gevangenen in zwart wit gevangeniskledij aangeboden. Zij moesten het zware grondwerk verrichten.

Er was voordien al een hele rij openlucht toiletten aangelegd. Geen dak daarboven en je zag iedereen zitten die moest pissen en/of kakken. Vrouwen of mannen maakt geen verschil. Iedereen die zijn behoefte kwijt wou deed dat daar.

Er kwam eerst een compagnie militairen het terrein opgemarcheerd met machine geweren en al. Daarna kwamen de gevangenen aangewandeld als een groepje ongeregeld. Dan werden ze in groepjes ingedeeld en begonnen ze gleuven en gaten te graven daar waar de bekisting en betonijzer moesten komen.

Als dat gedaan was, gingen ze weer andere zandheuvels afgraven. De ijzervlechters waren professionele vakmensen evenals de bekisters, maar als er iets fout gestort was, moesten de gevangenen dit weer uithakken. En dat gebeurde regelmatig. Het leek wel of ze dat expres deden om de gevangenen maar buiten de gevangenissen te houden.

Als het rusttijd was, lieten de gevangenen zich vallen daar waar ze hun laatste schep hadden gehaald en bleven daar liggen totdat ze weer beginnen moesten.

Sommigen hadden een homp brood bij zich en aten die met een rauwe ui. Water dronken ze uit een emmer. Ze pisten vaak daar waar zij stonden.

Het is weerzinwekkend te zien hoe dit allemaal gebeurde; om nog slechter te worden behandeld dan een beest. Deze gevangenen waren meestal politieke gevangenen. Velen van hen hadden een universitaire graad.

De betonfundatie voor onze CO² compressor was net gegoten en ook hier bleek dat de niveaus niet klopten en weer een deel uitgehakt moest worden. De volgende morgen kwam een voorman mijn kantoor binnen vergezeld van een gevangene en ik keek er toch van op deze grote man die zich voorstelde als Micha.

Ik moest hen uitleggen wat ik wilde dat zij deden om het niveau voor de compressoren weer goed te krijgen.

Eerst via de voorman maar dat lukte niet zo goed. Micha bleek vloeiend Frans te spreken, want hij was professor op een universiteit geweest, maar door zijn opvattingen in gevangenschap beland.

Ik had iedere morgen 2 pakjes sigaretten bij me en stopte het Micha stiekem toe als ik op de tekeningen aan het uitleggen was hoe ver ze waren gekomen en wat er nog aan gekapt moest worden.

Dit heeft een paar weken geduurd tot alles weggekapt was en Micha kwam plots niet meer, maar mijn 2 pakjes sigaretten lagen er nog steeds op hem te wachten. Ik was gewoon geworden hun iedere morgen 2 pakjes te geven.

Ik zag Micha niet meer en ik weet ook niet of hij dit avontuur overleefd heeft in een land waar maar 15% van de bevolking zg communist is. De meesten zijn broodcommunisten want de Roemenen zijn van huis uit geen communist zoals in Rusland het geval is; daarvoor was Roemenië te ver ontwikkeld.

Boekarest was voor de 2e wereld oorlog het Parijs van de Balkan. De inwoners hielden van het leven van Wein, Weib und Gesang en zo is het nu nog. Het is een bevolking met een Latijnse cultuur.

Roemenen zijn geen Slaven, zoals de andere Slavische volkeren. De taal ligt dicht tegen het Italiaans aan. Beheers je de Italiaanse taal dan spreek je binnen de kortste keren ook Roemeens indien je voor een beperkte periode daar door moet brengen.

Veel intellectuelen zaten in kampen opgesloten, omdat zij een gevaar vormden voor die weinige communisten, die tot de lagere bevolkingsklasse behoorden. Je zal er maar geboren zijn en geen kant opkunnen, dan weet en voel je wat communisme betekent. Het is een vloek en een pest voor dat land. En daar zat ik middenin destijds.

Iedereen begint met hobby’s als je zo lang in het buitenland verblijven moet en zeker in Roemenië, want veel is daar niet te doen en zeker niet in de winter, geen theater, geen concert, wel film die je niet kon verstaan.Meestal waren het Russische films met Roemeense ondertiteling.

Dus wat overbleef ter vertier waren theehuizen, restaurants en vrouwen. Wat dat laatste betreft hebben wij er genoeg, restaurants kwamen wij elke dag in, theehuizen zaten wij ‘s avonds, dan maar fotograferen, maar wij hadden geen fototoestel. Dan maar eentje aanschaffen.

Wij zochten naar Canons en Nikons, maar die Japanse fototoestellen waren destijds in Roemenië niet te krijgen alleen Zenith reflex camera’s van Russische makelei en achteraf waren deze camera’s niet eens van zo’n slechte kwaliteit.

De proeffoto’s waren heel scherp, dus toch maar ééntje kopen. We moesten sowieso van onze Lei’s af.

We waren met ons drieën, want één wilde nog een pijl en boog kopen en de ander een muziek instrument en langspeelplaten, want die waren echt goedkoop. Meestal klassieke muziek, maar ook veel Musica Popular Roemaniste, Roemeens volksmuziek en meestal met de panfluit daarbij, dit Roemeens nationaal symbool wordt tijdens het muciseren veel gebruikt.

Dus wij op een zaterdagmiddag wanneer alle Roemenen zich geroepen voelen om zich op straat te begeven om te kijken en om bekeken te worden op naar de “Springschanze” de grote winkelstraat in Craiova.

Wij waren eerst in de muziekwinkel begonnen, want die verkochten allerlei instrumenten evenals platen. Wij verloren veel tijd door die enorme mensenmassa in de winkel. Het werd al laat toen wij ons naar de fotowinkel begaven. Wij vonden toch de camera die wij zochten de Zenith reflex met standaard en met een instructieboek daarbij in het Russisch.

Wij konden nu beginnen met experimenteren, want zulke keien in fotograferen waren wij ook weer niet. Het was al donker toen wij de zaak verlieten en dus besloten wij maar eerst te gaan eten en intussen werd in het restaurant de wachttijd gedood door met de camera te oefenen.

Vanuit onze plaats namen wij al onze zijtafels op de korrel. Overal waar wij een mooie meid zagen zitten vroegen wij of wij een foto van haar mochten maken en zelden werd dat geweigerd. Wij beloofden haar een foto naar haar toe te sturen dus vroegen wij ook hun huisadres en ook dat werd niet geweigerd, het mes sneed weer aan beide kanten en wij voelden ons in een opperbeste stemming en zeker nu de wijn aangelengd met de fameuze aqua microba onze adrenaline nog sterker door onze aderen deed vloeien.

Na de maaltijd wilden wij nog niet naar huis, toen werd er opeens geopperd om van Craiova by night foto’s te maken.

Maar waar zou het beste een foto van Craiova by night gemaakt kunnen worden? Wij vroegen dat aan onze tafelburen en dat waren ras Craiovanen. Die adviseerden het vliegveld. Dat was het hoogste punt in de omgeving.

Zo gezegd zo gedaan, wij stapten in de auto en weg waren wij naar het vliegveld dat op 15 minuten rijden was. De laatste kilometer ging de weg vrij steil omhoog tot wij bij een veld kwamen waar wij de auto parkeerden.

We draaiden ons om en zagen een prachtig helder Craiova liggen. Hel verlicht en echt iets aparts. Alle fotospullen uit de auto gehaald en de statief opgesteld.

Juist toen wij de camera wilden opschroeven hoorden wij een woest gebrul achter ons en voelden iets scherps in onze rug prikken.

Nog groter was onze verbazing toen wij in het donker overal soldaten ontwaarden met bajonet op hun Kalashnikov en daar werd driftig mee naar ons toe gestoken.

We begrepen alleen dat wij mee moesten en na wat geloop met een bajonet in de rug kwamen wij eerst in een wachtlokaal van een kazerne vermoedde ik, daarna werden we de kazerne binnengebracht en in en lokaal gestopt met een soldaat met een bajonet op zijn geweer.

Ze waren met z’n tweeën, maar één daarvan rende snel weg en kwam hijgend van het rennen terug met een houder patronen voor de Kalashnikov van de soldaat die ons bewaakte.

Spionnen werd er gebruld, dus begonnen ze ons direct te ondervragen. Hoe wij heetten, wat wij kwamen fotograferen en dat wij spionnen waren.

Anderhalf uur later kwamen 3 mannen in zwart leren jassen van de Securitate, Ceausescu’s Gestapo ons echt ondervragen.

Alsof wij in zo’n 2e wereld oorlog film terecht zijn gekomen. Het leek allemaal zo onrealistisch alsof het een droom was. Ze wisten wie wij waren bij naam en toenaam, wat wij deden enz.enz. Maar omdat wij op verboden militair terrein stonden en foto’s aan het maken waren was het nogal duidelijk dat wij spionnen waren.

Maar hoe aan hun verstand te brengen dat wij dat niet waren. Ik moet zeggen ze waren helemaal niet hardhandig of ruw, ze deden hun job en vulden formulieren in.

Na een 2 uur met hen gesproken te hebben verscheurden ze hun formulieren en schudden ons de hand. Jullie zijn onze vrienden en hebben ‘s nachts niet gezien dat er niet gefotografeerd mag worden want bordjes stonden er wel maar ‘s nachts kon je ze niet lezen, dus werden er handen geschud en mochten wij vertrekken echter zonder filmrol.

Wij deelden onze laatste Kent sigaretten uit en iedereen was happy.

Wij hebben nooit meer een foto van Craiova by night kunnen nemen, niet vanuit dat hoogste punt bij Craiova. Wij werden met militaire begeleiding tot onze auto gebracht, geluk dat ze onze Zenith niet in beslag hebben genomen.

Wij hebben nooit meer ‘s nachts foto’s gemaakt behalve binnenskamers op feestjes of kunstfoto’s als ik één van mijn vriendinnen op bezoek kreeg. Ik heb nooit begrepen waarom die vriendinnen zich zo graag op kunstzinnige manier wilden laten fotograferen. Wat was de kick die ze daarbij kregen?

Eén van de twee collega’s die mee was geweest om Craiova bij nacht te fotograferen en die een boog met pijlen had gekocht, had er natuurlijk balen van gekregen dat hij zo laat ver na middernacht thuis was gekomen, want hij had zijn boog nog willen uittesten.

Dus de volgende morgen vroeg, vroeger dan wij normaal opstonden heeft hij op een witte zakdoek een rond zwart doel geschilderd en dat aan de binnenkant van zijn voordeur geprikt. Zo heeft hij een goede afstand als hij op het balkon stond kon hij door de zitkamer en gang naar de voordeur schieten.

Zo gezegd zo gedaan, dus hij met zijn splinternieuwe boog en pijl het balkon op. Zette de pijl op de snaar, spande mikte en schoot. Geen pijl meer te zien. Hij deed zijn deur open om te zien of het bij zijn overbuur in de deur stak, geen pijl te zien, maar zag wel een gaatje in de deur van zijn overbuur. Geen geluid van gekreun of gekerm dan maar op de deur kloppen.

Na veel geklop werd de deur geopend en een slaperige kop van de overbuur vroeg wat hij moest. Mag ik naar mijn pijl kijken. Neen, je krijgt haar niet te zien. Ach doe niet zo flauw. Mag ik mijn pijl dan terug hebben. Nee zij is nu van mij. Wat zeg je me nou, die heb ik net jouw kamer ingeschoten. Jij vuile moordenaar, je wou me kapot maken hè, omdat je niet kon hebben dat ik nu met haar slaap.Wat slaap, wie slaap. Ik denk dat wij beiden het over het verkeerde onderwerp hebben. Er volgde een uitleg dat er met pijl en boog schieten ergens een pijl dwars door twee deuren is gevlogen en ergens bij de overbuur in zijn boedel moet steken. Beide mannen gingen nu op zoek naar de pijl en ja daar stak die in de lage opbergkast van de overbuur. De pijl was verbogen en niet meer bruikbaar, dus werd die ruw uit het hout getrokken. Mijn collega bood zijn verontschuldigingen aan en dat werd breed grijnzend aanvaard, maar zijn pijl bleef met haar hoofd onder de dekens en liet zich niet zien, misschien ook een generaalsvrouw in bed. Niemand weet het en niemand heeft het ooit geweten en dat is ook helemaal niet zo belangrijk.

Het was dit jaar een bar slechte zomer geweest met veel regen en overstromingen. Craiova ligt in de provincie Walachije en dat zijn de laaggelegen gebieden van Roemenië. Maar het ergste van alles was dat de landerijen voor lange tijd ondergelopen waren met als gevolg dat alle gewassen gingen rotten en in deze provincie heerste echte hongersnood en er moesten voedingsmiddelen uit de noordelijke provincies aangevoerd worden.

Het grote probleem was het distributiesysteem dat werkte van geen kant, dat had nooit goed gewerkt onder dit communistisch systeem en dat betekende dat basisvoedingsmiddelen zoals aardappelen, meel en olie niet te krijgen waren.

Onze groep bestond uit 6 gezinnen en 6 vrijgezellen. Ik besloot naar de Karpaten te rijden dicht bij de Russische grens zo’n 400 km van waar wij zaten. Daar had men niet veel van de regens te lijden gehad.

Met brood en brandewijn konden wij geen voedingsmiddelen ruilen. Waar dan wel mee? Ik had met mijn laatste verlof via mijn broer die in de textiel zit enkele mantelpakjes en een kostuum meegenomen. Van de vrouwen had ik een inzameling gevraagd of zij wat textiel konden missen om te ruilen. Geld had ik voldoende uit de bouwplaatskas. Twee flessen whisky en 5 sloffen sigaretten was mijn mondvoorraad voor de tocht.

De wagen volgetankt en een extra jerrycan met benzine en twee flessen drinkwater.

Heel vroeg vertrokken naar het Noorden. Waar precies naar toe wist ik ook nog niet. Op de kaart had ik een naam gelezen van Gheorghu midden in de Karpaten en dat was mijn reisdoel en dan maar zien wat dat zou opleveren.

Via Pitesti en Brasov moest ik in Gheorghu proberen te komen. Hoe meer ik naar het noorden reed hoe welvarender de mensen leken. Ze waren beter gekleed. Waren veel mobieler. In de dorpen veel karren met paarden of tractoren die wagens voorttrokken.

Eerste aanlegplaats was Sibiu. Zo’n 200 km noordelijker van Craiova. Bekend om zijn salamiworst, maar iedereen hield zijn aardappels vast en wilde niets verkopen.

Tweede aanlegplaats was Brasov, maar dit is een toeristenoord en agrarische zone. Nu vond je in die dagen bij elke uitvalsweg van een stad of groot dorp een checkpost van de politie en die hield het verkeer in de gaten.

Ik reed in een rooie Volkswagen Kever. In die periode waren er maar 4 standaardkleuren voor de kevers: rood, groen, blauw en geel.

Iedere keer als ik een politiepost voorbij reed kwam de politieman naar buiten stond in de houding en salueerde en ik salueerde terug. Ik vond de politie in Roemenië heel vriendelijk dat ze mij zo’n welkom gaven.

Brasov was niks, mooi toeristenoord maar geen aardappelen. Verder doorgereden richting Russische grens voorbij Gheorghiu Dej. Hier waren boerinnen geïnteresseerd in de kleding die ik bij mij had en vroegen wat dat alles moest gaan kosten.

Ik wil dat tegen aardappelen ruilen en dat wilden ze, heel graag zelfs. Ik mocht zoveel aardappelen meenemen als ik wou. Ik zei tegen hen alleen in zakken. Ook dat kon ik krijgen.

Achterbank opgeklapt en dan begonnen ze de wagen vol te laden. Ik was goed beladen, maar had aardappelen voor de hele ploeg voor een maand.

Mijn eerste stop was Brasov en ik verbleef in een skihotel en de auto parkeerde ik vlak bij de hoofdingang, zodat er altijd veel licht en mensen zijn, want als ze wisten dat er een auto vol aardappelen geparkeerd stond zou die voor mijn neus opengebroken worden.

De volgende morgen vroeg eerst getankt en dan vol gas terug naar Craiova met hetzelfde salueringspatroon als bij alle voorgaande steden totdat ik in Craiova aankwam en ik ingehaald werd door een politie-auto die mij te verstaan gaf te stoppen wat ik ook onmiddellijk deed.

Twee agenten stapten uit en vroegen mij correct om hen te volgen en ik had alweer hartkloppingen en ik dacht nu hebben zij mij toch te pakken, dus volgde ik ze naar het hoofdbureau van politie.

Ik moest ze volgen en werd kort daarop bij de Hoofdinspecteur van Politie gebracht, die mij een hand gaf en vroeg van wie de rode kever was. Van mijn firma was mijn antwoord en na veel gepraat en palaver vertelde de commissaris dat zij dezelfde wagens voor de politie hadden aangekocht, maar geen reserve onderdelen hadden en of ik hun geen reserve onderdelen kon bezorgen. Dat kan, zei ik heel bravourig, maar wat staat daar tegenover. Geld hadden ze niet zei de commissaris, maar ik heb een voorstel. Ik bezorg ze gratis onderdelen als de politie de overtredingen van mensen van onze groep door de vingers zou zien. En zelfs bij dodelijke ongelukken zouden onze mensen niet in de gevangenis zouden worden gestopt. Dat werd plechtig beloofd en ik ging opgelucht weg met de auto vol aardappels.

Ik hoef nu niet uit te leggen hoe de huisvrouwen mij gefêteerd hebben toen ik met zoveel zakken aardappelen kwam aanrijden. Er werd voor mij die avond speciaal gekookt en de volgende dag ging er meteen een telex uit om allerlei onderdelen en lampjes voor de politiekevers te bestellen.

In die tussentijd hadden wij de politie al de nodige reserve onderdelen bezorgd. Maar toen de echte bestelling kwam moest er even op gedronken worden op de vriendschap en de verklaring dat ons niets meer kon overkomen van politiewege, althans geen gevangenisstraffen of zoiets dergelijks.

Ik moet zeggen dat zij zich goed aan hun woord hadden gehouden. Er is gedurende mijn tijd niemand van onze groep, noch van de andere nationaliteiten, iemand aangehouden of vervolgd. Toch een mooie overeenkomst die wij met de lokale politie gesloten hadden voor al die jaren.

Als wij de fabriek moesten opstarten of als er voorbereidingen moesten worden getroffen om de fabriek op te starten, was er ‘s nachts meestal niet veel te doen en dan werd er met de chefs van diensten veel gepraat over het leven in Europa, hoe goed het is in vergelijking met Roemenië, maar de meeste Roemenen zouden voor geen geld in de wereld hun land willen ruilen voor het buitenland en wel om allerlei reden.

Eén van de reden was de gehechtheid aan het stukje grond dat ze bezaten meestal met een huisje en wat vee en een boomgaard of moestuin.

Zo ook één van de chefs van diensten, hij woonde nog bij zijn ouders in en volgens hem wordt er in zijn regio de beste wijn verbouwd van heel het land, dus moesten wij maar eens naar toe komen als wij een vrije dag hadden en hij zei er lachend bij: ik heb ook een mooie zuster.

Nou dat hoef je mij maar één keer te vertellen en ik zit al in de Kever. Wij maakten een afspraak om over 2 weken te gaan, dan had hij een vrije dag en ik ook en zo vertrokken wij die bewuste dag naar zijn ouderlijk huis, dat zo’n uur verwijderd lag van Craiova.

We reden hoofdzakelijk over zo’n typisch erbarmelijke macadamweg vol met gaten, dus snel rijden kon je vergeten en de tocht duurde dubbel zo lang, maar wij kwamen daar zonder problemen aan.

Het was een vrij groot huis-boerderij en ik werd meteen aan zijn ouders voorgesteld en de eettafel lag vol bestek en allerlei vleeswaren. Je ontkomt er niet aan want dan moet er eerst gedronken worden op de kennismaking, een tweede op de vriendschap en een derde ga zo maar door.

Ik voelde binnen een 20 minuten al aan mijn theewater dat we zo niet door konden gaan. Dan werden de gebakken eieren met spek binnen gebracht en het feest kon beginnen. Het was weer zo’n typisch voorbeeld van de Roemeense gastvrijheid en ze geven werkelijk alles wat ze in huis hebben.

Het is niet moeilijk een Roemeens huis binnen te komen maar o zo moeilijk er weer uit te geraken zonder eerst volgegoten te worden met cuica en wijn. Dat ging zo van het middaguur tot een uur of drie, want er was natuurlijk veel te vertellen en vooral van mij moesten ze alles weten, maar met al deze gastvrijheid en zuiperij ben ik niet vergeten dat hij mij verteld had dat hij nog een zuster had maar die helemaal niet aanwezig was tijdens de kennismaking en drinkerij.

Plotseling stond er een vrouwspersoon tegen de buitendeurpost aangeleund. Ze droeg over haar jurk een schort met aan de voorkant een vrij grote zak die schijnbaar gevuld was met walnoten. Ze keek verlegen glimlachend in onze richting. Ik kon niet uitmaken of ze direct naar mij keek of naar haar broer, maar iedere keer zag ik dat ze in die grote zak in haar schort graaide en dan hoorde ik haar een walnoot verbrijzelen en dat deed ze met één hand waarbij ze dan glimlachend naar mij keek. En weer ging die hand in haar voorschort en krak ging het zonder enige moeite.

Die vrouw moest een kracht in die handen hebben waar je u tegen zegt. Wie is dat, vroeg ik mijn vriend de chef van dienst? Oh ja dat is mijn zuster. Zo sterk zei ik. Ja antwoordde de chef van dienst. Ze is heel sterk.

Mijn nieuwsgierigheid en droomvoorstelling van een mooie romantische ontmoeting verdwenen als sneeuw voor de zon. Ja er overviel mij zoiets als een onderhuidse paniek, ik moest er niet aan denken hier de nacht door te brengen dat aanvankelijk de bedoeling was. Want als wij zo doorgingen met de cuica en wijn moesten wij wel blijven overnachten.

Eigenlijk hoopte ik dat we dat zouden moeten doen. Misschien was zij niet zo’n Kenau in bed als ze zich voordeed. Dat wij alleen aan sex dachten was typisch voor Craiova, daar was niets anders om aan te denken.

Ik moest dan maar leugens vertellen om mij uit de situatie te redden. Ik vertelde mijn vriend de chef van dienst dat we vanavond nog een vergadering moesten bijwonen en of hij dat aan zijn familie kon vertellen en dat wij vroegtijdig weg moesten.

Dus moesten wij nogmaals door die spek met eieren rite met cuica en wijn, die mensen dachten dat mijn auto een automatische piloot had of zoiets, want de jerrycan en plastic containers werden met wijn gevuld en in de auto geladen en na een heel lang afscheid stapten wij in de auto hopend zonder kleerscheuren in Craiova te geraken.

De nutcracker stond ons op een afstand op te nemen en van de zenuwen ging haar hand iedere keer in haar voorschort denkelijk om een noot te verbrijzelen. Of was het wel een noot. Zo komt er in de klassieke muziek van Tjaikovski de ‘notenkraker’ voor, maar ik weet niet of hij dezelfde notenkraker voor ogen had als ik die tijd.

Kerst en Nieuwjaar vierde je in Roemenië nooit alleen. Dat deed je met de Communistische Partij en met je vrienden.

Daar de Staat Kerst niet officiëel erkent moesten zij toch wel wat anders organiseren om een bepaalde feestdag te laten samenvallen met Kerst, want iedereen neemt de laatste 2 weken van het jaar verlof.

Zo is de Dag van het Licht geschapen om de Kerstdag toch officiëel vrij te geven zonder hun vingers te branden aan religieuze feiten die bestaan. Wij konden ook met verlof gaan want die dagen werd echt niets gedaan.

De laatste 2 weken van december en de 1e week van het nieuwe jaar. Iedereen voelde zich dan ook verplicht om met verlof naar huis te gaan en zo ook mijn collega’s, maar er moest iemand blijven om in geval van nood contact te houden met het thuisfront en daar ik thuis niets te zoeken had bleef ik vrijwillig achter en met mij nog enkele buitenlanders maar veel waren het er niet, iedereen was weg, naar huis voor Kerst.

Wij probeerden al maanden lang onze bier- en whisky-voorraad voor deze gelegenheid op niveau te brengen en alles te organiseren om toch niet helemaal niets te doen op die bewuste dagen.

Het Kombinaat chemisch staatsbedrijf waarvoor wij werkten bleef ook niet achter en nodigde alle achterblijvers uit voor een drankje en etentje in de staatskantine vlak bij de woonblokken waar alle families gehuisvest waren.

Zo gingen wij met verschillende nationaliteiten naar het officiële staatsbanket en dat draaide natuurlijk uit op een zuipfestijn. Ik besloot aan het zuipen niet mee te doen en ben vrij vroeg vertrokken na de gastheren bedankt te hebben. Met mij gingen ook een paar andere collega’s. We wandelden terug naar een feestje dat bij één van de achtergebleven families gehouden werd.

We liepen toevallig lang het woonblok van de Russen en daar was een enorm feest aan de gang op gelijkvloers. Hoewel wij helemaal niet uitgenodigd waren klommen wij op het balkon over het hekwerk en wij waren binnen. Wij werden met veel gejuich binnengehaald hoewel ik moet bekennen dat ik geen van de Russen kende.

Direct brood, ham, kaviaar en wodka in overvloed en wij moesten met onze Towarich kameraad op duurzame vriendschap drinken, maar onze Russische kameraden waren heel snel geveld omdat wodka met waterglazen vol geledigd werden. Ook wij voelden dat niet langer vol te kunnen houden, dus gingen wij gezamenlijk naar huis.

Mijn twee spitsbroeders waren Duitsers en één daarvan woonde in een blok vlak bij de Russen en aangezien hij ook lam was brachten de Russen uitkomst door degene die nog op de been was tussen hen in te nemen en met hem mee te lopen.

Waar is je huis? Waar woon je? Oh niet ver hier vlakbij, hier zijn we, even mijn sleutel zoeken en hopla hij was binnen. Nu moet je weten dat in Roemenië elke sleutel op iedere deur past. Dus de eerste de beste deur die hij tegenkwam deed hij open, ging naar binnen, maar werd door enorm vrouwengegil onthaald. Entschuldigung, Entschuldigung verkeerd gegokt, dus ging hij naar een verdieping hoger opende de deur en ging binnen, dit leek wel op zijn appartement en moest dringend naar het toilet. Toen hij klaar was werden handen en gezicht gewassen en merkte dat er zoveel flesjes en vrouwelijke spullen boven de wastafel stonden. Hij opende de kasten en zag nog meer vrouwenkleding. Dit werd hem toch te gek. Hij schreeuwde van woede “welke hoer zich nu weer in zijn appartement genesteld heeft”. Ik krijg je wel stom loeder ik krijg je wel, eerst jou spullen opruimen. Hij deed het raam open en smeet eerst alle potjes en opmaakspullen uit het raam, daarna volgden de kleren en schoenen en toen hij dacht dat alles opgeruimd was ging hij naar bed.

De volgende morgen vroeg werd er hard op zijn deur gebonsd, hij deed open. Het was de personeelschef voor buitenlanders met de politie.

Meneer uw buren hebben mij gemeld dat u eerst bij hen en nu hier ingebroken heeft. Ik ingebroken in mijn eigen appartement zeker. Nee meneer uw appartement ligt hierboven. U bent nu in het appartement van uw benedenburen en die zijn nu op verlof. Wij zullen op hun terugkomst wachten om de schade vast te stellen.

En zo gebeurde het ook. Onze vriend Heinz moest meer dan 1000 DM vergoeden voor alle kleding en andere spullen die hij voor de zigeuners had klaargelegd, want zoiets moet je niet te vaak doen anders wachten ze als gieren onder je raam om alles mee te pikken alles wat bruikbaar is en waarde heeft.

In elk geval zal Heinz ervoor zorgen dat dit hem niet meer zal overkomen.

Als er feest werd gevierd met een gemengde buitenlandse groep moest er altijd een polonaise worden gehouden en zeker bij de Duitsers. De Fransen krijg je meestal niet zo snel gek.

Omdat de Roemeense vrouwelijke genodigden meestal vroeg naar huis moesten, dwongen wij ze toch om langer te blijven, maar onze Duitse collega’s hebben daar weer wat anders op gevonden en trokken de vrouwen hun blouse en rok uit en gooiden die door het raam naar buiten, want half naakt dorsten ze toch niet naar buiten, dus moesten zij wel bij ons blijven, maar dit liep zoals gewoonlijk weer uit de hand en plots waren alle vrouwen verdwenen ze hadden er genoeg van, die buitenlanders zijn toch gek en terug komen konden ze altijd zeker bij die seksueel onverzadigbare buitenlanders.

Als je dit zo vertelt leek alles in Roemenië rozengeur en maneschijn, maar in werkelijkheid was je heel erg eenzaam ver van familie en kennissen, misschien ook daarom gedroegen wij ons in onze vrije tijd niet normaal.

Veel hing ook af van de samenstelling van de groep. Zo merk je heel sterk of je in een geestige groep zit of een agressieve of in een apathische. Deze laatste vermeden wij als de pest omdat dit jezelf ook neerslachtig maakte.

Wij hadden veel technische moeilijkheden op te lossen tijdens het opstarten van de fabriek. Een groot probleem was de onwetendheid van de operatoren en van de technische onvolmaaktheden van de materialen. Onze eigen onervarenheid met dit nieuwe systeem maakte het voor ons er niet gemakkelijker op om de fabriek op te starten.

We hebben er 2 maanden over gedaan om de fabriek zover te krijgen dat we nu eens echt konden opstarten, want daarvoor ging alles fout wat fout kon gaan en alles dat stuk kon gaan ging stuk.

Maar nu was het zover, we konden starten. Wij hadden een optimistischer beeld dan het in de werkelijkheid zou blijken, maar wij konden alle systemen een waterrun maken, dat is het simuleren in koude toestand van alle systemen. Niemand geloofde er nog in en er werd meestal in de nacht opgestart.

Ik had de late dienst en toen ik opkwam zei de teamleider tegen mij, jij mag van mij opstarten, maar ik ga naar huis. Zo daar stond ik dan alleen in de controlekamer met de Roemeense operatoren en chef van diensten.

Ik vroeg hen wat wij zouden doen, starten of slapen. Het verwonderde mij dat iedereen riep om te starten.

Ik stond er helemaal alleen voor. Normaal startten wij met minimaal 2 specialisten, maar de teamleader had het laten afweten.

Het was al middernacht toen wij echt begonnen te starten. Alle systemen waren op temperatuur gebracht. De CO² compressor draaide op circulatie als ook de ammoniakpompen.

Dus ik gaf een order om de ammoniakpompen op de reactor te schakelen en daarna de CO² compressor. De eerste uren verliep alles vrij rustig, maar hoe dichter wij tegen de morgen liepen hoe onrustiger de systemen zich gedroegen.

Ik kon de drukken in de systemen niet rustig krijgen en die liepen snel op. Tegen 7 uur ‘s morgens bliezen de drukveiligheden af, maar ik zag nog geen reden om de fabriek te stoppen.

De dagdienstploeg nam de dienst over van de nachtploeg en iedereen rende met gasmaskers rond. Het stonk er van jewelste, maar de echte problemen deden zich ver buiten de fabriek voor.

Door de zachte wind werden de ammoniakgassen langzaam maar zeker naar de andere fabrieken gevoerd. Hierdoor was er paniek onder de operators van de andere fabrieken die weg probeerden te komen van die zware ammoniakdampen.

Langs het Kombinaat liep een hoofdweg waar veel verkeer was, maar door de sterke gaswolk stopten de meeste truckchauffeurs en renden voor hun leven de maïsvelden in.

Ik was al die tijd in de controlekamer en overzag niet wat er buiten allemaal zich aan het afspelen was, want geen van onze operators kwam mij iets melden hoe het buiten was. Totdat één van mijn collega’s binnen kwam en mij waarschuwde dat we veel ammoniak naar buiten bliezen.

Ik gaf onmiddellijk opdracht om de fabriek te stoppen. Ondertussen was de bedrijfsbrandweer uitgerukt maar die kon niets uitrichten dan alleen een waternevel rond de fabriek op trekken om op die manier de ammoniakgassen te neutraliseren, maar veel hielp dat niet.

Het ergste van alles was dat wij hoog bezoek kregen van de minister van Chemische Industrieën, dat was een vrouw. Iedereen kreeg een masker mee als je het fabrieksterrein op kwam. Zo ook de minister en onder leiding van de directie ging het hele gezelschap richting onze fabriek die aan alle kanten gassen uitbraakte.

Niemand heeft mij voorheen daarvan op de hoogte gebracht dat er hoog gezelschap in aantocht was en van de gaswolken die ik aan het afblazen was. Niemand die de directie en minister op de hoogte bracht dat het onveilig was onze kant op te komen. Dezen kregen dus ook de volle gaswolk te verduren en iedereen deed zijn Russische gasmasker op.

De Russische gasmaskers moeten helemaal over het hoofd getrokken worden om een goede afsluiting te verkrijgen. De onze sluiten alleen geheel het gezicht af, maar zijn veel efficiënter in gebruik.

Nu heeft die bewuste vrouwelijke minister een dikke haarknoet op haar achterhoofd en kon met geen mogelijkheid haar masker over haar knoet krijgen met als gevolg dat zij tekort aan lucht kreeg en buiten bewustzijn raakte en in het lokale ziekenhuis met zuurstof bijgebracht moest worden.

Er kwam een heel onderzoek op gang door de staatsveiligheidsdienst en ik werd natuurlijk op het matje geroepen omdat ik zo onvoorzichtig was geweest de minister het ziekenhuis in te blazen. Dit rook naar sabotage. Wij hebben er wonderwel nooit meer wat over gehoord.

Het onrustig draaien van de fabriek werd veroorzaakt door een combinatie van verschillende factoren. Eén daarvan waren de pompen. Die moesten omgebouwd worden en wel bij de leverancier in Duitsland.

Hoe die snel in Duitsland te krijgen. Er werd besloten om de onderdelen in 3 auto’s te laden en zelf daar naar toe te rijden en direct laten bewerken en dan direct terug rijden. De hele operatie zou een week in beslag nemen. Als wij dat langs de officiële weg zouden doen minstens één maand.

Dus werden er 3 auto’s volgeladen met elk 2 chauffeurs die om de beurten een gedeelte van de route moest afleggen. De wagens waren alle 3 te zwaar beladen en dat kon ons onderweg moeilijkheden geven, want de wegen waren overal niet even goed.

Wij deden de hele tocht in 15 uur. Bij de pompenfabrikant werd er meteen aan gewerkt en wij installeerden ons in het dichtstbijzijnd hotel waar de anderen ook al waren aangekomen.

Nu zat één van de knapen met een ons onbekende vrouw en nog voor hij iets kon zeggen schreeuwde mijn maat vanuit de balie,’wat voor temeier heb jij nu weer aan de haak geslagen’ en dat hij beter eerst kon gaan slapen alvorens zich weer met dergelijke dingen in te laten en het zou beter zijn deze temeier aan hem over te laten.

Luister, zei de perplex kijkende collega, deze temeier is mijn vrouw. Waaat! Is dat zo en dat moet jij mij weer eens vertellen, dat heb je altijd verteld als je met een griet zit. De man geloofde het niet totdat de projectmanager binnenkwam en vroeg aan het nog steeds perplex en met stomheid geslagen echtpaar of ze het geen verrassing vonden om zo verenigd te worden. Ja ja maar voor die lul daar en daar werd mijn schreeuwerige bijrijder mee bedoeld, had je voor hem geen opblaasbare pop mee kunnen nemen dan had hij zijn schreeuwerige bek kunnen houden.

Het echtpaar trok zich terug, mijn bijrijder kon nog steeds niet geloven dat het werkelijk de andere man zijn echtgenote was, maar probeerde zich op allerlei manieren goed te praten, maar niemand was geïnteresseerd in zijn praatjes en iedereen wou gaan slapen en uitrusten van de vermoeiende reis, want het was lang geleden dat wij zo moe waren geweest.

Wij namen het er goed van en lieten ons goed verzorgen. We deden inkopen om dat mee te nemen waar wij in Roemenië tekort aan hadden.

De auto’ kregen alle een goede onderhoudsbeurt en nieuwe banden en we staken ons in nieuwe kleren. Toen was het zover dat wij weer terug moesten met al het gerepareerde materiaal.

Ook de terugtocht werd zonder problemen gemaakt en de pompen waren binnen 10 dagen weer helemaal opgebouwd om verder gebruikt te worden. Het was al bij al een vermoeiende reis geweest maar iedereen van de groep was blij dat hij even buiten Roemenië was geweest alleen al om de batterij weer op te laden.

Toen wij terug kwamen waren er nieuwkomers die op onze etage gehuisvest waren. Het waren opstartspecialisten en een waarnemer die wel een hele hoge dunk van zichzelf had, maar in wezen zelf niet wist waar hij naar moest kijken om de problemen die wij gehad hebben op te lossen.

Wij konden hem missen als kiespijn. Het was een pain in the ass. Als hij in de controlekamer stond had hij een kort stokje onder zijn oksel die door militaire officieren vooral in het Britse leger werden gebruikt. Hij dacht dat hij nog in het leger was en ook in rangorde hoger stond dan alle operatoren die in de controle kamer kwamen. Het verpestte de sfeer enorm. Hij verwachtte wel dat als wij voor het avondeten de stad in gingen, we hem mee zouden nemen, maar het was een hypocriet van de bovenste rangorde, want de morele waarden werden telkens aan tafel opgerakeld en dan moesten wij aanhoren dat hij gedurende zijn stationering in het buitenland nog nooit vreemd was geweest en wij maar doen dat hij groot gelijk had, maar wat moet je nou met zo’n knaap beginnen.

We hadden al zo’n moraalprediker als baas en nu nog zo één daarbij. Hij had dominee moeten worden en geen opstartspecialist of wat daarvoor door moest gaan. Het enige was zijn mond te snoeren met wijn, dus begonnen wij het op de wijn te gooien en vertelden hem dat de Roemeense wijnen beter waren dan de Franse, maar dat kon hij nog niet bewijzen dat het ook zo was, dus bestelden wij een Traminatz rode wijn en nog een ander merk en dat moest geproefd worden en dat vond hij wel lekker en deed met ons mee het dronk makkelijk en die 2 flessen met z’n drieën gingen snel op.

Bij het eten hadden wij nog twee flessen besteld en die gingen ook op en wij deden of wij het fijn vonden dat hij de wijnen zelf ook lekker vond dus wij bleven zijn glas vol houden.

Hij moest zonder dat hij het zelf wist minsten 2 flessen wijn opgedronken hebben, dan kwam de Turkse koffie met een brandy en ik denk dat dit wel de nekslag was geweest, want zijn tong was zo dik en hij begon al onsamenhangend te praten.

Zoals gewoonlijk zien wij vele kennissen in het restaurant en wie zagen wij daar ook, dat was Wawa onze fameuse vriendin. Ik moest naar het toilet en gaf haar een teken om mee te komen, wat zij ook direct deed. Ik heb haar de situatie uitgelegd en haar gevraagd bij onze nieuweling te blijven slapen, want hij had beslist iemand nodig die de hele nacht op hem moest passen en heb haar gevraagd dat hij van al zijn kleding ontdaan moest worden en zij ook? Wat ze verder met hem uitvoerde is haar zaak maar zij moest zo blijven tot wij hem de volgende morgen uit bed zouden kloppen. De lovebites niet vergeten op zichtbare plekken. Wawa had alles begrepen. Wij hadden Wawa beloofd dat zij iets mocht kopen die zij graag zou willen hebben en daar had zij wel oren naar.

Wij zijn naar huis gegaan en onze dronken opstartspecialist tussen ons ingenomen en naar huis gereden, zijn schoenen uitgedaan en hem op zijn bed gelegd, maar dat kon onze specialist zich niet meer herinneren want hij viel meteen in een comateuze slaap.

Wawa was ook met ons meegereden en we hebben haar in zijn kamer achtergelaten. Wij hebben zijn sleutel van de voordeur meegenomen zodat geen mogelijkheid was Wawa uit de flat te zetten.

Nu was het de beurt van Wawa en die wist wel hoe je zulke varkens wassen moest, daar had zij niet de minste moeite mee. Zij had onze specialist in zeer korte tijd poedelnaakt uitgekleed en onder de dekens gestopt en zij met hem ook onder de wol.

Volgende morgen waren wij er al vroeg uit en wij niet alleen. Met nagenoeg de hele groep expats van de eerste etage stonden wij op zijn deur te kloppen zoals wij dat altijd doen voordat wij wegreden naar ons werk.

Vandaag was het wel heel vroeg. Eerst werd Wawa wakker en daarna door Wawa gewekt stond hij op ontdekkend dat hij geheel naakt naast het bed stond en een vreemde vrouw ook naakt in bed en dan nog dat geklop op de deur, dat maakte de verwarring die zich van hem meester maakte geheel kompleet.

Hij deed eerst een handdoek om zijn lenden om de deur open te doen om te zeggen dat hij wakker was. Toen hij open deed stormde het hele zootje bij hem naar binnen om te vragen hoe hij Wawa vond.

Wij van de opstartgroep hielden ons wat op de achtergrond, deden of onze neus bloedde en de anderen vroegen Wawa hoe onze specialist zich in bed gedragen had. Dat deed Wawa alleen door haar vinger omhoog te steken en deze langzaam naar beneden te buigen. Grote hilariteit maar iedereen wist dat hij met Wawa geslapen had en daar ging het ons om.

Dit bericht ging rond als een lopend vuurtje en zelfs onze baas kreeg het te horen en zeker zijn vrouw die het wel weer aan het hoofdkantoor doorgegeven heeft.

Of dit moreel te verantwoorden was laten wij in het midden, maar dat wij zulke collega’s zo pleegden af te straffen vind ik persoonlijk een intelligente oplossing van het probleem die hijzelf veroorzaakt heeft.

Zo stond hij dezelfde morgen weer in de controlekamer met zijn officierstok onder zijn oksel de verrichtingen van de controlekamer operators te controleren. Wij waren daar ook aanwezig om de operators bij het opstarten te helpen.

Toen wij wat rust hadden stonden wij naast hem en plots zagen wij een lovebite in zijn nek. Wat is dat vroegen wij hem dat is een lovebite man, bind er snel een sjaal om, de baas is in aantocht.

De snelheid om een doek te vinden om Wawa’s beten te camoufleren was fabuleus. Hij wist nu dat wij ook argumenten hadden om onze directie over hem in te lichten als het over moraal ging.

Wij hadden bij onze jaarlijkse beoordeling geen negatieve punten gekregen, want Wawa heeft hem denk ik zeker sterk beïnvloed.

Zo zijn er meer van die figuren tussen de expats die zo opvielen door hun geaardheid en één van deze figuren was Peter Voss der Millionen Dieb, die bijnaam kreeg hij van zijn Duitse collega’s omdat in die periode in Duitsland een hele ophef aan de gang was over een meesteroplichter met dezelfde bijnaam als Peter Voss die heeft gekregen.

Onze Peter was in die tijd niet zo in miljoenen DM als wel in seks geïnteresseerd. Hij had de pech om direct in de ploegendienst mee te draaien en veel vrije tijd om achter de rokken aan te jagen had hij niet. Hij wist ook niet hoe het er in Roemenië toeging. Hij draaide toevallig in dezelfde ploeg waar ik ook in zat en wij werkten in de nacht en om ‘s morgens direct in bed te duiken kon je toch niet. Daarom dronken wij gezamenlijk eerst een biertje op ons balkon.

Die dag zaten wij er met ons drietjes een biertje te drinken. Niet lang daarna zagen wij achter de vensters en balkons van het tegenover gelegen blok gezichten verschijnen van vrouwen die niet naar het werk waren gegaan of ziek waren en ons in de gaten hielden.

Plotseling verscheen op een van de balkons niet ver van ons gelegen een mooie meid die op allerlei manieren onze aandacht probeerde te trekken en nagenoeg een striptease weggaf. Met ons stonden ongeveer alle niet werkende vrouwen van ons blok dit schouwspel ook te volgen.

Peter die ook bij ons zat vroeg hoe hij het aan moest pakken om met die meid in contact te komen. Wij vertelden hem dat dat meisje wat in hem zag en zich daarom zo uitsloofde. Ons kende ze want het was niet de eerste keer dat wij op het balkon zaten.

Eerst geloofde hij ons niet, toen zeiden we hem steek je hand maar op wat hij ook deed en kreeg prompt een grote zwaai terug. Hij probeerde met gebarentaal haar duidelijk te maken om bij hem op de flat te komen, maar dat weigerde zij.

We vertelden hem dat het hier in Roemenië de gewoonte is dat je gewoon naar het huis of flat van het meisje ging voor de kennismaking en haar uitnodigde mee te gaan en misschien nodigde ze je wel uit bij haar op de flat te komen.

Hij geloofde het nog niet zo erg, maar raapte al zijn moed bijeen en liep naar het blok tegenover ons. Wij zagen hem nog om de hoek verdwijnen en verder niets meer. In de tussentijd moet iemand van ons blok de politie gebeld hebben, want Peter was daar nog niet binnen of de politie belde bij het meisje aan.

De politie vroeg of ze allebei mee wilden komen voor ondervraging, dus die twee mee in de politiejeep. Na twee uur kwam Peter weer vrij, ziedend dat hij er zo was ingelopen en het meisje mocht na een paar uur ook weer naar huis terugkeren. Zo heeft Peter een meisje leren kennen met politie interventie en zal dat ook van z’n leven niet meer vergeten.

Het Roemeense systeem was officiëel een communistisch systeem dat in de Russische invloedssfeer viel. Dat betekende dat alles centraal werd beslist en geregeld.

In onze beginperiode was Ceausescu als president aan het bewind en het ging er echt niet kalmpjes aan toe, want elk gerespecteerd burger dient zijn bijdrage aan de staat te leveren en hoe dat toegaat is een andere zaak.

In elk geval heeft dat land voor iedereen werk zelfs voor de zigeuners, maar omdat iedereen ook werk had, verdiende iedereen ook niets.

Hoe deze mensen het klaarspeelden om met deze bar lage lonen nog te kunnen overleven blijft voor mij nog steeds een raadsel, maar ze deden het.

De corruptie vierde in alle gelederen hoogtij. Zo wist ik dat je in die tijd met panty’s wonderen kon verrichten tot het openen van de deur van de minister toe.

Het beste en lucratiefste was op doorreis naar Roemenië in Italië op de markt een veertigtal panty’s te kopen. Een deel daarvan, zeg de helft, werd op de zwarte markt verkocht waarbij het 10-voudige werd betaald en met dat geld gemakkelijk een 2 weken durende vakantie aan de Zwarte Zee betaald kon worden.

Als je met thuis of kantoor buiten Roemenië moest bellen deed je dat vanuit het hoofdpostkantoor. Daar staan tientallen mensen op hun verbinding te wachten en dat kon soms heel lang duren tot wel 3,5 uur alvorens een poging gedaan werd om je met je thuisland te verbinden.

Als je nu bij de receptioniste één panty eerst liet vallen en haar heel lief in het Roemeens vroeg van ‘liefste ik heb niet veel tijd verbind mij alsjeblieft met Nederland’, dan was de verbinding binnen 10 minuten gemaakt en als je geluk had vroeg ze je adres om eens op een avond langs te komen om over meer serieuze zaken te praten, wat dat aangaat zit je in Roemenië goed want een tekort aan vrouwen bestaat daar niet en dat is nog steeds zo.

Zo was er een enorm gebrek aan allerlei artikelen, waar de Roemenen zeker weg mee wisten en naar uitkeken. De centraal gerichte organisatie was zodanig stroef dat dit altijd één grote puinhoop werd. Een centraal bestuurd systeem zal op één of andere manier vastlopen door bureaucratie, primitieve communicatie, corruptie en tekort aan specialisten.

Een organisatie of bedrijf in Roemenië was zodanig opgebouwd dat allereerst de partijleden de topfuncties bekleedden met of zonder kennis van zaken voor wat betreft datgene waarvoor ze zijn benoemd. Dit komt doordat de communistische partij uit maar 15% van de beroepsbevolking bestaat. Al de rest was neutraal voor zijn eigen hachje of contra met de mogelijkheid in de gevangenis, strafkamp of inrichting geplaatst te worden. Dit fnuikend systeem werkte door tot de laagste niveaus van de bevolking.

Zo had ik een vriend die op een agronomisch bedrijf werkte als landbouwingenieur, daar werden koeien voor de slacht vetgemest. Dit combinaat had wijngaarden, koeien, varkens die daar werden vetgemest voor de export en een kaasfabriek. De meeste runderen werden naar andere kolchozen of abattoirs gestuurd voor de export en men werkte daar met een soort premiesysteem waarbij het combinaat per jaar een bepaalde hoeveelheid vlees moest leveren.

De runderen werden eenmaal per week opgehaald, meestal op woensdag. Mijn vriend moest alle koeien vanaf vrijdagmiddag drenken. Zelfs de nacht voordat de koeien werden opgehaald werd geforceerd water in de magen gepompt, soms wel 60 liter per rund.

Een groot gedeelte van de geleverde runderen was dus water maar op de papieren stond het gewicht van de dieren. Dat betekende dat ze lang voor het jaar om was hun kwantum hadden overschreden met de bonus plus nog de rest dat in levende have over was. Dat werd dan gedeeltelijk op de zwarte markt verkocht met toestemming van de directeur van het combinaat, die een partijman moest zijn en dat was hij ongetwijfeld want anders werd je geen directeur dan kon hem in dit geval helemaal niets overkomen. Dit is een voorbeeld bij één bedrijf en zo zijn er duizenden.

Het probleem was dat de bevolking er zelf niet beter van werd, integendeel zelfs slechter.

In begin van de zomer moesten alle artsen, medici en alles wat met de medische dienst te maken had zich op bepaalde locaties in het land melden om de landbouwers te helpen hun maïsplantages te helpen veredelen door de toppen van de maïsplanten om te knakken en dat werd met de hand gedaan.

Die dagen waren de hospitalen gesloten en werden er geen medische ingrepen uitgevoerd. Of er urgente operaties uitgevoerd moesten worden of niet was bijzaak. Het aantal mensen dat hierdoor in grote moeilijkheden kwam, is niet te beschrijven.

Men moest naar private klinieken gaan en een lening aanvragen om de bezoeken te kunnen betalen.

Met het nationale onafhankelijkheidsdag moet iedereen komen defileren. Ook deze dag zijn de medici en artsen de klos en moeten meemarcheren en met bloemen zwaaien naar de top-echelons van de communistische partij. Wee je gebeente als je je hieraan onttrok dan moest je een geldige reden hebben zo niet dan vloog je het gevang in of was je je baan kwijt.

Mijn vrienden die boven mij woonden waren arts en ingenieur. Mihai was een dermatoloog en Eleana een spoorwegingenieur. Op een dag moest de afdeling waar ze bij behoorde en waarvan zij de baas over was een traject spoorrails controleren of die nog wel goed parallel liep en of er geen verzakkingen waren bijgekomen. Zijzelf zat op kantoor en dat werk werd door een voorman met een ploeg railarbeiders uitgevoerd.

Ze hadden een oude theodoliet meegenomen, dat is een apparaat waarmee je op afstand de grondniveaux kon opmeten. Ze zaten op een rustige baan waar weinig treinen passeerden. Dus wat hadden ze gedaan de theodoliet op de parallelbaan op de bielsen opgesteld.

De plaats lag in een scherpe bocht. Hoe dan ook zoals ze over heel Roemenië werkten was het eten en drinken tijdens werktijden normaal en vooral een sigaretje roken met een kop koffie daarbij was prioriteit nummer uno.

Dus in plaats van direct met de metingen te beginnen deden ze dat altijd in de namiddag zodat als ze niet met het werk klaar kwamen zij de volgende dag terug moesten komen. Dus ze lagen allemaal aan de kant van de rails half in het struikgewas te pitten of te roken toen plots een trein naderde, maar ze lagen zo ver van de theodoliet, eigenlijk waren ze die helemaal vergeten, toen die diesellokomotief kwam aanrollen.

De machinist heeft de theodoliet ook niet zien staan en is gewoon door de bocht gereden en heeft de theodoliet naar de eeuwige jachtvelden gestuurd.

Dit moest natuurlijk gerapporteerd worden en door een commissie moest worden bepaald wie hiervoor verantwoordelijk was.

Natuurlijk was Eleana als chef van deze afdeling verantwoordelijk en er werd bepaald dat deze oude theodoliet vervangen moest worden en dat Eleana deze moest vergoeden, wat zij natuurlijk niet kon omdat deze dingen in die tijd niet te vinden waren. Zeker niet in het Roemenië van Ceausescu in die tijd.

Dus op een avond kwam Eleana langs en vertelde het verhaal in tranen en vroeg of ik haar wou helpen. Ik heb dat de volgende morgen direct met mijn vriend Jean-Claude opgenomen en gevraagd of hij de theodoliet nog nodig had. Zijn antwoord was negatief en ik vroeg hem of ik de theodoliet mocht lenen om de afdeling van Eleana te helpen verder door te werken met een theodoliet.

Jean-Claude ging er meteen mee accoord en bracht die 's avonds bij mij op de flat. Die avond de theodoliet bij Eleana afgegeven en ik denk dat ze als ze nog niet gepensioneerd is deze nog op haar bureau heeft liggen. Het leek wel of ze was vrijgesproken om niet door het vuurpeleton te worden geëxecuteerd. Wat was dat vrouwtje blij.

void

void

December 1989 kwam de Roemeense bevolking in opstand en het geluk was dat het leger aan hun kant stond behalve de Securitate veiligheidsdienst.

De opstand begon in Timisoara een stad grotendeels bewoond door mensen van Hongaarse afkomst, die hadden hun buik vol van Ceausescu en zijn trawanten.

De opstand sloeg over naar andere steden tot aan Boekarest toe.

Ceausescu zag en hoorde op zijn laatste redevoering vanaf het balkon van zijn paleis, dat er gescholden werd en gedreigd en hij ging met Eleana op de loop en probeerde in een pantserwagen naar het vliegveld te ontkomen, maar geraakte niet aan een helikopter om naar Hongarije te vluchten.

Onderweg met de auto op doortocht naar Hongarije werd hij toch gegrepen met zijn vrouw Eleana en na een snelle berechting gefusilleerd.

Roemenië was zijn dictator kwijt maar niet zijn communistische overheidsbonzen die na de demokratische verkiezingen weer alle belangrijke posten hebben ingenomen met een corrupt ambtenarenkorps tot gevolg en waar zij de eerste jaren nog geen oplossing voor zullen vinden.