Tip: Klik op bovenstaande titel dan krijg je de inhoudsopgave te zien.

Dit boek draag ik op aan mijn kinderen en kleinkinderen.

Auteur: Mr. Thailand

Mr. Thailand is één van de pseudoniemen van Fried Muller.

 

 

Dit E-boek is eigenlijk één HTML-webpagina. Het laden van deze pagina , waarvan de grootte nu 100 KByte tekst en 0.0 KByte beeld is, gebeurt in een oogwenk.

Zo'n lange webpagina is te lezen met de verticale scrollbar rechts in het browser-venster.

Er is ook navigatie binnen dit E-boek: het "hoofdstuk" INHOUD toont een lijst met links naar de respectievelijke hoofdstukken. Als er op een zekere item wordt geklikt, komt het begin van het gekozen item in het browser-venster.

Door te klikken op een willekeurig hoofdstuk-titel keert INHOUD in het leesvenster terug.

Dit document is ook als hard-copy te printen: typ Ctrl+p

INHOUD

Wat je kunt vinden in dit E-boek:

Tip: Klik een item van onderstaande lijst dan krijg je het begin van het gekozen hoofdstuk te zien.

Thailand: 1968

Het was 7 uur s’avonds en mijn collega en ik zaten wat doezelig in de 1e klas zetels van de SAS DC-8 met bestemming Tokio. Het was warm en droog in de cabine en we bestelden onze zoveelste whisky met soda. Wij vlogen volgens de laatste gegevens op 11.000 m hoogte en de snelheid liet mij koud want ik voelde mij prettig in die ruime zetel en genoot van de prima service op deze vlucht.

Dan werd alles in gereedheid gebracht om het diner op te dienen. De stewardes kwam weer langs om te vragen of wij nog iets speciaals wilden gaan drinken voor het diner zou worden geserveerd.

We leefden als koningen in Frankrijk in onze comfortabele zetels en hadden op dat moment geen flauw benul hoelang zo’n vliegtocht wel zou duren, maar daar maakten we ons niet zo bar druk over.

We realiseerden ons dat we zo met drinken niet door konden gaan, want dat kon je 2 uur volhouden maar geen 20 uur. Zo diep waren wij nog niet weggezonken, dus hadden we ons maar eerst op ons diner gestort en ons voorbereid op een lange nacht.

Hoewel, de stewardessen werden met het uur mooier en sensueler en tussen de Noorse schonen liep een echte Japanse stewardes die zich voor het diner helemaal in traditioneel kostuum had gestoken en we begonnen al half in trance te komen met al die alcohol in onze aderen.

We kregen al dat overmoedige, dat niets meer stuk kon gaan. We dachten er helemaal niet meer aan dat wij voor diezelfde prijs ergens te pletter konden slaan zonder dat iemand het maar beseft kon hebben.

De zetels in de eerste klasse afdeling waren bijzonder ruim en aangepast voor lange vluchten en als je die op hun meest horizontale stand kon zetten lag je heerlijk als in een eenpersoons bed.

Eerst een aperitief en dan het diner en dat is toch niet niks. Rode of witte wijn van de allerbeste soort en met enorme hoeveelheden. We zaten er als rose biggetjes bij en ik had het gevoel van dat we het avontuur op een heel prettige wijze binnenvlogen. Iets waar je alleen van dromen kon werd op dit moment werkelijkheid.

Toch had ik het "weer alleen zijn gevoel" in me, ondanks de goede service. Onderbewust sluimerde er iets dat ik niet definiëren kon. Later bleek dat het probleem niet bij mij lag maar bij mijn maat.

Mijn collega had ondertussen al zijn remmen verloren en sprak een beetje met een dikke tong. Hij was onze teamleider maar dacht door geheimpjes, niet bestemd voor lager kader zoals ik, prijs te geven mij meer loyaal ten opzichte van hem te maken.

Hij vertelde met zijn dikke tong dat hij met een speciale opdracht naar Thailand was gestuurd en zou het ook maar meteen vertellen en dat het geheim was dat hij op mij moest passen in opdracht van onze direkte baas en dat ik geen te gekke bokkesprongen zou mogen maken.

Ondanks mijn benevelde toestand drong het goed tot mij door wat dat eigenlijk betekende. Ik werd onder curatele geplaatst. Waarvoor en waarom? Hoe meer ik erover dacht hoe meer ik ertegen in opstand kwam. Ik viel in een lichte rusteloze slaap en werd met een schok wakker omdat de lichten aanflipten en de zon door de raampjes naar binnen straalde en er was weer een drukte van belang.

Ontbijt werd geserveerd, eerst een glas vruchtensap en daarna het ontbijt en dit knapte mij helemaal op, maar ik was innerlijk nog steeds razend dat ze mij onder curatele hebben geplaatst. Wat heb ik in hemelsnaam in het verleden misdaan dat dit op mij werd toegepast?

We hebben elk een retourticket op zak en ik vertelde mijn collega dat ik met de eerste de beste vlucht terug zou vliegen en dat thuis zou uitpraten, want onder deze omstandigheden ben ik niet van plan voor dit bedrijf in het buitenland te werken. Ik was des duivels.

Wij begonnen al te dalen en na een half uur zagen wij al de groene rijstvelden onder ons doorschieten en plots stonden wij op het zonovergoten vliegveld Don Muang International en warm dat het was precies om 12 uur geland.

We namen een taxi naar ons hotel midden in de stad en keken onze ogen uit naar al dat exotische gedoe om ons heen. Mijn wil om terug te vliegen naar het koude Europa stond me bij het uitstappen al vast om niet direct terug te gaan al was het alleen al voor het mooie Thaise weer.

Hoe dan ook Thailand is en blijft voor iederéén exotisch. De Thaise filosofie over het leven is anders dan de onze omdat de mensen een andere godsdienst belijden en een andere zienswijze op het leven hebben. Daarom dat je langs grote bankgebouwen rijdt zonder te weten dat dit helemaal geen bankgebouwen zijn, maar Turkse baden.
Hmmm! Ik was er nog nooit in geweest, hoe zou het er allemaal aan toe gaan?

De straten van Bangkok zitten vol met auto’s, bussen, gemotoriseerde driewielers (samlors) en voetgangers. De uitlaatgassen waren soms niet om te harden. Het is een bedwelmende vergeven lucht en je bent blij om in het koele hotel binnen te stappen.

De ruime hotelkamer was heel koel en er klonk achtergrond muziek. Ik liet mij even op het brede bed vallen en sloot mijn ogen. Ik was eigenlijk moe van de lange reis, maar direct slapen wilde ik niet.

Daar ging de telefoon. Een mannenstem vroeg mij of ik een massage wou hebben, maar dat wimpelde ik af daar was ik te moe voor, maar later ondervond ik dat dat juist goed tegen de vermoeidheid was. Dat moest ik later maar ervaren, want eerlijk gezegd ik wist niets wat hier in Thailand allemaal te koop was. Toch was ik zeer benieuwd wat het wel kon zijn. Maar daar hadden wij op dit moment niet veel tijd voor.

Een nacht Bangkok is niets, daar doe je niet veel mee. Dus toch maar eerst wat slapen. Om half zeven s’avonds werd ik wakker en nam een koude douche, ik voelde me weer zo fris als een tijger.

Mijn collega was ook al gevechts klaar en dus gingen wij maar eerst op stap om een goed restaurant te vinden en daar had je in Bangkok niet veel moeite mee. De straatventers niet meegerekend vond je nagenoeg in iedere straat een aantal restaurants van de meest uiteen lopende soort.

De beste zijn de stallen langs de straat, maar daar kreeg je zo nu en dan wat cholera bacillen van mee, dus ging je naar een meer gesofistikeerde en die waren ook heel goed.

In elk geval zaten wij ons onfatsoenlijk vol te vreten en dat resulteerde meestal in buikloop. De jetlag, temperatuur en vreemd voedsel werkten er allemaal aan mee.

De fruitstallen met al het mooie en heerlijk smakende fruit en de textielventers alles bijelkaar gaven zo’n speciale sfeer met speciale geurtjes. Ieder hoek van een straat had zijn eigen geur. Ik kon hier uren rondlopen en van de ene vreettent naar de ander voortslepen.

Maar na een goed Thais diner zocht je naar wat anders naar wat meer opwindend vertier. Er waren honderden zo niet duizenden café’s of masage-salons waar je je op honderd en één manier kon laten verwennen.

De oorlog in Vietnam woede in alle hevigheid en de Amerikaanse soldaten mochten om de zoveel tijd op R+R naar Tokio, Hongkong, Singapore, Bangkok, Manila. Het gros van de soldaten gingen naar Bangkok, want Bangkok had de naam en er liepen in die tijd meer dan 250.000 geregistreerde prostituées rond.

In Bangkok kreeg je meer waar voor je geld. Waar je ook liep of keerde overal zag je nightclubs vol met meiden en sommigen gaven de hele dag door floorshows en niet zo scheutig ook.

De entré prijs was een glas whisky en voor de rest kon je drinken wat je wou. Dus wij zo’n tent in met als entré 5 go-go girls zittend op de toonbank met nagenoeg niets aan.

Het was 's avonds zo donker in die tenten dat je eerst niet in de gaten had dat die meiden haast niets aan hadden.

De muziek was oorverdovend, allerlei kleuren spotlights die aan en uit floepten, andere veranderen de zaal in rood, blauw, groen en geel en iedereen maar zuipen met een meid naast zich, want die verdienden mee aan ieder glas dat uitgeschonken werd.

Je had nog niet goed en wel een barkruk veroverd of er stond al een meid naast je met haar hand op je dij of half in je kruis, glimlachend. Hello mister. What your name. Ik zei m’n naam en zij heette Na. Of zij van me mocht drinken en dat was het grote verschil met Europa ze drinken geen sterke drank, een cola of panta of Sepai sprite, daar moet je sterk aan wennen. 't Scheen dat Thais slecht tegen sterke drank konden.

Ze kunnen ook moeilijk de R uitspreken. Meesten spreken een paar woorden Engels meer niet en daar moest je je maar mee behelpen en zij probeerde jou natuurlijk zo snel mogelijk in een of ander kot te trekken, maar daar trapten wij voorlopig nog niet in.

Op de benedenverdieping een enorm lange bar met Amerikaanse als Thaise meiden die goed Engels spraken. Om 10 uur begon op de eerste verdieping en dat was vanuit gelijkvloers een heel brede houten trap dat uitkwam vlak voor het podium waar de floorshow werd gegeven.

Wij naar boven. Op het podium stonden al een aantal meiden half naakt te paaldansen en allerlei kunstjes te verkopen. Alles draaide natuurlijk om sex, maar daar kreeg je staaltjes te zien dat je hier in Europa zelden te zien kreeg.

Eerst kwam er een griet de bühne op en toverde zo’n 15 ping pong ballen uit haar kut, die ze één voor één uit haar vagina liet floepen.

Een tweede haalde er een hele rits scheermesjes uit. Een derde stak er een banaan in en liet die met zo’n kracht eruit schieten dat de eerste de beste soldaat die voor haar stond die recht in z’n gezicht kreeg. De laatste goot een cola-fles leeg en vulde die daarna weerop.

Honderd en één kunstjes werden er getoond. Daar werd door de hostessen een verhaaltje rondgestrooit om de soldaten daar te houden, dat aan het eind van de show een vrouw opkomt die en kokosnoot met haar kut opvangt en die daarna kraakt. Geintje!

Hoeveel soldaten daarvoor zijn blijven zitten is ongelofelijk. Deze show werd 2 maal op een avond getoond, maar na één keer gezien te hebben hoefde het voor mij niet meer om daarvoor een tweede keer naar toe te gaan.

Maar plotseling was ik mijn collega kwijt. Eerst dacht ik dat hij naar het toilet was gegaan. Zo lang kan het toch niet duren? Na een uur was hij nog niet terug.

Dan maar alleen terug naar het hotel, want de volgende morgen moesten wij al om 6 uur op om het eerste vliegtuig te nemen dat naar Lampang vloog.

Het liep al tegen middernacht en ik had nog last van de timelag, dus maar terug naar het hotel met de samlor (driewieler), want het was te ver om te lopen en te dichtbij om de taxi te nemen. De samlor was het ideale vervoermiddel.

Volgende morgen vroeg aan het ontbijt kwam mijn collega in paniek mij vertellen dat hij een meid uit de Rose Panther had meegenomen en dat de condoom die hij gebruikte, gescheurd raakte tijdens de handelingen en dat hij een arts nodig had om hem een prik te geven.

Ik stelde hem gerust en dat hij maar in Lampang naar een dokter moest als hij wat moeilijkheden zou krijgen. Hij was wat gerustgesteld, maar niet helemaal overtuigd.

Wat als mijn vrouw komt? Maar die komt pas over een maand met de kinderen. Mijn collega had een schrik van zijn echtgenote en nog meer van de chronococken, maar om een taxigirl even lekker wild te pakken daar had hij geen schrik van, zelfs als ze met chronococken bezaaid lag, dat nam hij maar op de koop toe.

Hij had er de smaak van te pakken gekregen en dat zou hem later nog wel eens de nodige problemen geven. Maar alas, "een stijve lul heeft geen geweten." Dus maar vroeg naar het vliegveld, want het vliegtuig zou om 8.00 uur vertrekken.

Alles verliep tot nog toe vlekkeloos. Het vliegtuig vertrok op tijd en na een goede vlucht landden wij om 11.00 uur plaatselijke tijd in Lampang waar onze andere collega Martin Scheer, die daar al 6 maanden zat, ons hartelijk begroette en ons naar het plaatselijke chinees restaurant bracht om ons laatste normale maal nuttigden.

Het was een open restaurant met alleen een dak erboven en aan de achterkant in hokjes was verdeeld voor meer intieme feestjes in een drukke winkelstraat waar de Thaise muziek je van alle kanten tegemoet dreunde met een heleboel winkels en restaurants.

Ons werd verteld dat er ook nog 2 nachtclubs in Lampang waren.

De Thais zijn een goedlachs volkje, ze lachen er allemaal en ze hebben een charmante manier van groeten. Ze houden beide handen met de palmen tegen elkaar aan op borsthoogte en groeten dan met hun fameuze "Sawadie." Mannen als vrouwen doen dat. Worden ze voorgesteld dan doen ze hetzelfde en geven je daarna een hand. Op officiële gelegenheden groeten de Thais hetzelfde maar houden hun handen hoger of lager voor de borst al naar gelang de status van de persoon tegenover hem of haar.

Na de maaltijd werden wij in de VW-bus gehesen en weg waren wij naar de bouwplaats dat een 60 km verderop lag.

Eerst ging de rit over een asphalt weg en na een 32 km verlieten wij de asphaltweg en sloegen een landweg in met veel teakbossen en helemaal niet bevolkt echt jungle. Wilde olifantenkuddes passeerden ons op afstand en een tweewielige kar getrokken door een stel zebu’s, dat was alles wat wij op het junglepad zagen.

Verder moesten wij door twee kleine riviertjes die in de regentijd woeste stromen zoudenworden, langzaam waden.

Dan kwamen wij langs de bruinkoolmijn met het daarbij behorend kamp van de mijnwerkers en 5 km verder lag ons kamp . Heel bruin omdat de gebouwen uit teakhout opgetrokken zijn en verder was alles groen met vele bougainville struiken in alle kleuren daartussen en tegenover ons kamp lag de bouwplaats, dus we konden er lopend naar toe.

Ik kreeg een kamer op het noorden van het grootste blok. Mijn woondeel bestond uit een ruime zitslaapkamer; toilet en douche waren allemaal aan beide uiteinden van het gebouw. In het midden van het gebouw is een grote gemeenschappelijke zitkamer met een open verbinding naar de eetzaal. Hier moesten wij ontbijten, middag eten en avond eten nuttigen.

In het dorp waren geen eethuizen alleen maar kleine winkeltjes met soms een tafel en 8 stoelen er omheen waar je bier of Mekong whisky kon drinken.

Thais zijn mensen die tot de mongoloïde ras behoren dwz tot die fysionomie zeker. Een groot percentage is chinees, maar desondanks al die mengelingen met een eigen cultuur en Boedisme als algemene godsdienst.

Mede door dat Boedisme dat een zeer vrije en open karakter heeft, heeft zeer grote invloed op het Thaise karakter in het algemeen. Thais zijn zeer vrij, gracieus, maar toch zeer zelfstandig.Je ziet door het cultureel beeld niet wat ze kunnen, maar zijn haast tot alles toe in staat en zijn snelle leerlingen. Ze zijn gevoelig voor kleine attenties en zullen elke vreemdeling van een bijpassende roepnaam voorzien.

Thais lachen altijd waar ook ter wereld, misschien is het wel een nationaal zenuwtrekje maar dan een aangename. Door hun kunstzinnige geaardheid aan de moderne techniek te koppelen zijn ze de beste immitators ter wereld al hebben de Japanners de naam, de Thais doen het beter.

Allerhande juwelen,horloges, electronica of textielgoederen worden op grote schaal nagemaakt en voor dumpingsprijzen van de hand gedaan.

Het was dus wel even wennen in de vrijgezellen barak, maar de barak was niet zo vrijgezel als men denkt. Het was heel normaal in Thailand dat men ergens een meisje koopt. Aan buitenlanders in die tijd werd 350 DM gevraagd. De koper mocht haar overal heen meenemen en er van alles mee doen. Meenemen als souvenir, weer doorverkopen, trouwen, prostitueren, alles maar dan ook alles kon.

Mijn buurman in het kamp had zich zo’n stoeipoes aangeschaft. Het was een sociaal probleem waar iedereen zich mee had verzoend en als je jezelf zo’n stoeipoes wou aanschaffen dan deed je dat, want voor bovengenoemd bedrag betaalde je toen voor één avond in Yap Yum te Amsterdam en dan moest je dan nog afwachten of je waar voor je dure geld kreeg en hier kon jezelf een keuze maken en mocht ze je niet bevallen, haar doorverkopen zo eenvoudig ging dat.

Om terug te komen op de inrichting van een appartement in ons kamp te Mae Moh, zo heette ons dorp. In elke kamer een stond eenpersoonsbed en een zitje bestaande uit een kleine teaktafel en twee rotanstoelen, een schrijftafel, een klerenkast en een airco tegen de buitenwand.

Mijn breed raam keek uit over de mooie aangelegde tropische tuin en er stond een vrij grote struik recht voor mijn raam tegen de weg aan. Mijn kamer werd schoongehouden door Milady zo noemden wij haar omdat zij zo gracieus liep en mooi bovendien. Ze waste ook mijn kleren en plukte bij het naar huis gaan elke morgen blaadjes af van de struik voor mijn raam om die te drogen.

Als zij dat deed en ik uit het raam hing vroeg ik haar altijd of het theebladeren waren en zij knikte altijd gracieus, yes, yes. Eerst dacht ik dat het thee bladeren waren, maar al gauw had ik in de gaten dat het ging om marihuana en dat werd nagenoeg door iedereen gerookt zowel door de mannen als door de vrouwen.

Dat merkte ik later toen ik eens werd uitgenodigd door Milady om bij haar te komen eten. Het eten was brandend pikant. Als dat zo brand vind ik het persoonlijk niet aangenaam meer om dat te eten. Na het eten ging de waterpijp met mijn marihuana bladeren rond. Dan werd er er een half uur gesnurkt en iedereen ging dan weer gezond en wel aan z’n werk.

Geen problemen met bijwerkingen of neveneffecten in elk geval niet met de mensen waarmee ik werkte.

Mijn collega en ik werden eerst in de controlekamer aan iedereen voorgesteld en gingen in ploegendienst. Al gauw werd dit normale dagdienst, want wij hingen in hoge mate af van de basisprodukten die door de ammoniakfabriek geleverd moesten worden en deze fabriek was nog lang niet startens klaar. Dus deden wij niets anders dan Thai operators te vormen en onderhoudsmensen te trainen.

De moeilijkheid was de taal. De overgrote meerderheid sprak geen woordje Engels, dus moesten wij Thai gaan spreken en wij kregen van Siemens een audio-visueel Thai cursus en gingen 3 maanden op Thaicursus en er werd intensief getraind en tot onze verbazing werd er na 3 maanden een aardig woordje Thai gesproken. Dus begonnen wij in Thai onze operators en onderhoudsmensen instrukties te geven n met enorm resultaat.

Onze Thaise operators waren de best getrainde operators van de hele bouwplaats en daar waren wij enorm trots op en ben er zelf nu nog steeds trots op. Wij kregen van de Thais dan ook onze definitieve bij-namen, Mister Holland, Mister Sepai, Mister Thailand dat was ik. Mister Holland kreeg die naam omdat Ben volgens de Thais blond was, maar volgens mij was hij zo grijs als een duif. Sepai was Martin en werd zo genoemd omdat hij dag en nacht sprite dronk en ik mister Thailand omdat ik Thai trekken had. En eenmaal gegeven blijft gegeven dat raak je niet meer kwijt.

Nadat onze Thaise operators wat meer aan ons gewend raakten, gedroegen ze zich veel normaler en dorsten ze weer normaal te lachen en grapjes te maken. Op een morgen vroegen ze mij waarom ik geen pistool of revolver bij me droeg. Ik heb hun uitgelegd dat ik dat in een gastland als Thailand niet mocht en dat het volgens de wet verboden is.

You also no have Boedha. Iedereen die in de controlekamer was lachte mij hartelijk uit. Kisik de ploegleider van deze groep kwam naar mij en naar Martin en zei dat wij volgende week "Peng peng di mak mak" zullen krijgen. Ik vroeg hem wat is een peng peng di mak mak. Hijschreeuwde een snelle kommando naar zijn operators en iedereen graaide naar zijn achterzak en haalde er een pistool uit. De volgende dag reeds kregen wij een leren bandje met twee Boedha’s om ons van al het kwaad op aarde te beschermen.

Ik vroeg hen waarom 2 Boedha’s. Oh no problem two better than one. Die geloven in Boedha als wij aan God. Dit land is Boedhistisch en zonder Boedha gaat niets. Dit is Thailands eerste en belangrijkste gebod.

Een week na dit voorval werden wij gevraagd om in de controlekamer te komen en alle operators waren er ook. Plechtig werd ons een pistooltas voor onder de oksel te dragen overhandigd met 5 stuks .45 patronen en een handmade pistool werd ons gevraagd dit schietijzer altijd bij ons te willen dragen ter beveiliging van onszelf en met de hulp van Boedha, die wij als algemeen beschermer aanvaardden en dat wij ons aan de Thaise ongeschreven wetten onderwierpen.

Wij droegen het vanaf die tijd altijd met ons mee en Boedha om onze nek. Door dit te doen en dit te accepteren werden wij ook door hen volledig geaccepteerd. Wij aanvaarden de pistolen voor onze veiligheid en tonen onze gastheren niet bang te zijn om zelf een pistool te trekken en voor onze geestelijke veiligheid hebben wij 2 Boedha’s om onze nek hangen, dat vaak ongemerkt door hun gecontroleerd werd of wij die om onze nek hadden hangen.

Wij Martin, Ben en ik waren Thai, maar niemand van de Duitse groep werd geaccepteerd omdat zij niet aan die flauwekul mee wilden doen, dat ze later ook sterk gemerkt hebben bij het opstarten van hun fabrieken.

Wij kregen speciale behandeling van de Thais en het ging zelfs zover dat als wij naar Lampang gingen een lijfwacht kregen toegewezen. Hij ging nooit mee in de bars of restaurants maar hij was altijd in de buurt en zoiets vond je alleen in Thailand.

Als het te gevaarlijk werd kwam hij me zogenaamd plotseling tegen en vroeg waar ik naar toe ging en mij waarschuwde er niet naar toe te gaan als het een te gevaarlijke plaats was zoals het boksstadion daar moesten wij ons altijd ver van houden, teveel maffia.

Wij woonden in de Gouden Driehoek van Thailand, Birma en Cambodja en daar werd heel veel opium geproduceerd en het waren geen malse lammetjes die drugsmokkelaars. Ze liepen altijd gewapend rond, dus blijf zo ver mogelijk bij hen vandaan.

Zo mochten wij op vrijdag dat is pay-day ons kamp niet uit, want dan werd er veel Mekong whisky gedronken. Ze dronken het vaak als status symbool om anderen te laten zien dat ze geld hadden om zelfs whisky te kunnen kopen.

De Thais kunnen slecht alcohol verdragen en hebben vaak een slechte dronk. Want vechtpartijen had je op vrijdag overal waar whisky gedronken werd en bovenop dat vechten schoten ze op alles wat liep, kroop of zwom.

Iedere vrijdag was er wel een Thai doodgeschoten, maar niemand die er zich druk over maakte, want meestal had de dode geen Boedha om zijn nek hangen en dat was dan zijn eigen schuld.

Maar wij gingen vrijdag na het eten toch het dorp in om bij Puselin één van de dorpswinkeltjes Mekong whisky of bier te gaan drinken. En als om half tien het schieten begon gingen alle luiken dicht en lagen wij plat op de stoffige vloer zo’n klein half uur ons rot te zweten waar je het bestierf van de hitte en de muskieten en dan was het meestal ook tijd om terug te gaan naar ons kamp. Maar wij hadden in elk geval ons uitje en lauw pintje gehad.

Zaterdagavond is uitgaans avond dan ging er een bus naar Lampang en die keerde om 1 uur s’nachts terug. Maar de meesten bleven in Lampang overnachten in het plaatselijke Cowboy Hotel.

Als we in Lampang binnen reden, boekten wij eerst een kamer in het Cowboy Hotel. En als wij de kamer geboekt en betaald hadden, gingen wij eten bij ons welbekend restaurant en dan aten wij meestal in groep en iedereen bestelde zijn porti.

Daar alles in Thai was geschreven bestelden wij dat per nummer beginnend bij 1 en dan oplopend tot 6 als wij met ons zessen waren. De daarop volgende keer van 7 t/m 12. Zo weten wij welke gerechten ons het beste bevielen en die schreven wij dan op.

Lampang, Cowboy Hotel

Het Cowboy Hotel lag vlak naast het station van Lampang en was in die tijd het enige aanvaarbaare hotel in de stad. Het was helemaal uit teakhout opgetrokken met een heel brede trap naar de eerste verdieping waar het hoofdgebouw stond met een rechthoekig modern aangebouwd stuk, maar het oude gedeelte had meer het aanzien van een oude saloon.

De kamers waren ruim en de ventilatie in de kamers bestond uit een met muskietegaas uitgeruste bovenwand, dat de nodige frisse lucht moest geven. Maar de open bovenwand gaf niet enkel frisse lucht, maar liet ook alle gesnurk en gekreun door, zodat het leek alsof het in je eigen kamer gebeurde.

Het is ook heel makkelijk om op de tafel, die tegen de wand aanlag, te staan en zo bij de buren binnen te gluren wat ook regelmatig gebeurde als het er al te luidruchtig werd.

Nog een ander voordeel was dat ze in Thailand in de Chinese hotels buiten het geestelijke ook aan het stoffelijke denken. Zo was het dat in ons Cowboy Hotel in de prijs ook een juffrouw was inbegrepen. Al naar gelang de wensen van de klant mocht ze voor een paar uren of voor de hele nacht bij hem in bed liggen of ook ergens anders, zoals op de vloer voor het bed.

Als je in je kamer liep, kraakte het aan alle kanten. Het was niet mogelijk om ongemerkt naar het toilet te lopen om een pie te doen of om je maag uit te kotsen.

Er was geen deur die normaal sloot, ze rammelden allemaal. De sloten waren niet te vertrouwen dus waardevolle artikelen altijd meenemen. Werd er iets uit je kamer gestolen dan zie je dat nooit meer terug.

Een ander probleem was de gemeenschappelijke badkamer, dat zag er ook zo naar uit. Loop nooit op je blote voeten de badkamer in. Ondanks de dagelijkse schrobbeurt zag de vloer er niet al te feestelijk uit.

Het verhaal deed daar de ronde dat als je er met je blote dunzolige voeten op stapte, je de volgende dag reeds gaten in je voetzool kon verwachten.

De badkamer was wel helemaal betegeld en bestond uit een ruimte met in een hoek een grote gemetselde bak dat opgevuld is met water en op de rand van de bak een alluminium kom die je gebruikte om daarmee het water uit de bak te scheppen en dit over je hoofd leeg te gieten.

Dit werd vroeger overal in de tropen toegepast. Het water was meestal heel fris ten opzichte van de buitentemperatuur en een bad in de middag was dan ook zeer verfrissend.

Je stond er eerst wat vreemd tegenover het gieten van water over je hoofd maar als je er de smaak van te pakken kreeg, wilde je niets liever.

Kleding die gewassen moest worden, ging 's morgens bij de schoonmaak de deur uit en was 's middags gestreken terug in de kamer. Het bed was opgemaakt met een harde matras, een kussen en een rolkussen. De laatste werd meestal gebruikt om tussen de benen te houden als de temperatuur hoog is en de lucht heel vochtig was waardoor een verluchting tussen de benen werd gehouden, waardoor je koeler ligt. Deze rol is wel een meter lang.

Het enige nadeel in deze hotels was dat het beddegoed zo flinterdun was, dat je bijna de hele ondergrond zag en rook, wat niet altijd even fris was.

Ik moet erbij vertellen dat wij geen last hadden van vlooien of andere nare insecten en dat moet naverteld worden daar zijn de Thais toch wel fel op dat de vertrekken schoon zijn behalve de badkamer.

Daar was geen stromend water in de kamer, maar iedere kamer had een thermosfles met ijsblokjes en als je het wilde flessenwater. Buiten flessenwater moest je beslist geen ander water drinken. Al het andere water was alleen om te douchen of te baden anders was je de volgende dag al bij de dokter.

Men kon in het Cowboy Hotel 24 uur lang eten bestellen en dat werd op het station gehaald en dat is echt Thai eten, de flammen slaan er onmiddellijk uit en zijn niet te blussen.

Persoonlijk trekt dit hele pikant eten mij niet zo omdat de smaak papillen en slijmvlieswanden onmiddellijk verbrand raken en je van het gekruide eten niets proeft. In zo’n geval is warme thee of warm water het beste redmiddel.

Wij hielden ons dan ook meer aan de Chinese gerechten die zijn nooit zo pikant. Ik denk dat dit pikante gedoe te maken heeft met sex. Zij de vrouwen denken dat hoe pikanter te eten dit hun mannen veel meer viriliteit bezorgt en betere bedgenoten van ze maakt meer niet.

Wij aten dus in ons gekende restaurant en die wisten dat wij van gekruid eten hielden maar niet te pikant. Tijdens het eten zie je wie er Cola drinken en wie bier. De cola drinkers hebben meestal net een penicilline prik bij de dokter gehaald tegen één of andere venerische ziekte die ze net hebben opgelopen. De bierdrinkers zijn clean.

Als het eten was afgelopen maakten wij ons klaar om naar de Beloe Sekai nachtclub te trekken. Als je daar aankwam, las je in grote blauwe letters de ware naam van de club en wel Blue Sky, maar de Thais kunnen de r en l moeilijk uitspreken daarom deze uitspraak als je een taxi zegt zoals je dat op z’n engels uitspreekt weet hij niet waar je het over hebt maar spreek je dat op z’n Thais uit is er ‘no problem’.

Je moest een kleine entré betalen en door een smalle deur kwam je in een ruimte dat nagenoeg donker was en met kleine infrarood lampjes werd verlicht. De hostessen stonden in een rij naast elkaar tegen de muur opgesteld die je natuurlijk moest passeren en ze waren in die duisternis niet van elkaar te onderscheiden.

Wat wij ook deden was via de tast ons aangeboden objekt te herkennen. Als je dacht de juiste maat te hebben gevonden nam je die mee en ging je in een nog donkerder hoekje zitten en bestelde een bier en een fanta of cola voor het meisje naast je die zich intussen dicht tegen je aan had gedrukt met één hand op je dij of daartussen.

Praten in het begin ging niet alleen maar lachen, giechelen en betasten. Het werd wat lichter doordat de dansvloer wat beter was verlicht als de live band allerlei moderne liedjes met een Thai sausje overheen begon te spelen.

De meesten waren het lachen en giegelen beu en gingen dansen. Je had twee kansen als je de dansvloer betrad of je schrok je je een deuk hoe lelijk jou partner was of soms hoe mooi.

Je betaalde een 0,5 dollar per uur. Meestal zat ze de hele avond bij je dat zijn meestal 5 uren en met jouw bier en cola’s was je totaal nog geen 10 dollar kwijt voor de hele avond.

Door de week ging de tent om 12 uur dicht en in het week-end om 1 uur en dan voor degene die niet in Lampang overblijven moesten dan nog een uur terug rijden en dat is niet zonder gevaar, want het sterft in Thailand van de bandieten.

Op een keer reden wij ook midden in de nacht terug naar ons kamp en op een zandweg in de jungle zagen wij plots op zo’n 200 m voor ons een groep gewapende mannen. Onze chauffeur is gelukkig onmiddellijk gestopt en omgedraaid en teruggereden naar Lampang en daar gebleven tot de volgende morgen.

Onze chauffeur had Mae Moh onmiddellijk op de hoogte gebracht en die op hun beurt weer de politie. De volgende morgen toen wij terug reden stierf het op de weg van politie en militairen.

Met de regelmaat werd de trein van Chieng-Mai naar Bangkok gestopt en alle passagiers van hun juwelen en geld ontdaan. Vaak werden de vrouwen nog verkracht voordat de trein door mocht rijden.

Regelmatig werden er klopjachten gehouden en zo’n 30 tot 40 rovers afgeschoten. Want werden ze gepakt dan was er geen proces meer nodig om ze naar Boedha te sturen. Niemand in Thailand maakt er zich druk over dat die bandieten ter plaatse afgeschoten werden, want dat was hun karma.

De afgeschoten bandieten werden geïdentificeerd en daarna verbrand op plechtige Boedhistische wijze.

Als wij in de week-ends in Lampang overbleven dan werd er tijdens het dansen in de nachtclubs druk onderhandeld om de nacht samen door te brengen en afhankelijk van het meisje en haar gezondheidstoestand ging ze met je mee.

Vaak deden ze het om je aan hen te binden om de volgende keer weer geboekt te worden, want ze houden zich toch liever aan één klant dan zich met meerdere mannen in te laten, dit ook om bepaalde gezondheidsreden.

Zo had één van de jonge Duitsers een meisje meegenomen naar het fameuze Cowboy Hotel en zich direkt met haar teruggetrokken. Aangezien de wanden zo dun en boven open waren konden wij de hele conversatie in het Duits van het begin af volgen en dat ging zonder stemgeluidsvermindering. Hij dacht met zijn dronken kop dat hij daar alleen was, maar in een wip en een zucht hingen 6 ogen over het muskietennet het hele gedoe te volgen.

Onze collega had zich op zijn onderbroek na al direkt uitgekleed, maar het meisje nog niet want ze was schijnbaar verlegen en dat werkte al meteen op zijn zenuwen. Hij schreeuwde in onvervalst Duits, nu wanneer denk je je uit te kleden en in bed te komen.

Na veel dralen begon ze zich toch uit te kleden en kwam dan in bed en onze jonge vriend dacht van dik hout zaagt men planken, maar dat fragiele Thai meiske was zo bang van die groot geschapen Falang vreemdeling, dat ze hield het mondje goed dichtgeknepen en onze jonge collega raakte maar niet binnen, wat hem op zijn beurt weer impotent maakte en begon te razen en te tieren.

Vanaf dat moment begonnen wij hem aanwijzingen te geven hoe hij het moest aanpakken. Eerst reageerde hij daar op, maar toen het nog niet lukte kreeg hij in de gaten dat hij niet alleen met het meisje was, maar met een hele groep.

Ondertussen hadden de anderen verder afgelegen collega’s ook al meegekregen dat er wat aan de hand was en naar de omringende kamers waren getrokken en in een mum van tijd 14 paar ogen de mislukkingen van onze vriend volgden.

Hoe meer raadgevingen hij kreeg hoe minder het vlotte en zagen hem zienderogen meer uitgeput raken. Ten einde raad is het meisje op hem gaan zitten en toen lukte het wel. Het was een kwestie van seconden dat hij tot een klimax werd gevoerd onder het hese gejuich van alle omstanders, maar het meisje trok meteen een laken over zich heen, want die was ook niet gewend om zo voor het publiek op te treden.

De volgende morgen laat kwamen de meesten uitgeslapen uit hun kamer en werd er meestal in de stad rondgetoerd en houtsnijwerk gekocht en om 5 uur 's middags werd er nog even gegeten voordat de bus naar de bouwplaats terug reed.

Zo verliepen meestal onze week-enden zonder al teveel hoogtepunten. Er waren in Lampang ook wel Amerikanen meesten peace workers die tot één of ander kerkgenootschap behoorden en zich geroepen voelden zich hier in te zetten in de naam van de Amerikaanse God, maar Thailand is wat dat betreft het meest open land ter wereld want iederen mag van hen aan missiewerk doen want ze waren niet makkelijk uit hun Boedhistisch geloof weg te branden en deze z.g. peace-workers hadden dan ook zeer weinig succes met Boedhistische zieltjes aan te werfen en mede dat negatieve resultaat konden ze ons niet zien of luchten.

Wij hadden getracht contact met ze te krijgen, maar dat is ons niet gelukt, dus hadden wij ze maar terzijde gelaten en alleen een hello losgelaten en dat was dan ook alles wat ze van ons kregen. Wij hadden er hun ook nooit mee lastig gevallen en altijd ongemoeid gelaten.

De oorlog in Vietnam werd steeds heviger en grimmiger, maar wij konden in ons kamp eens in de maand bestellingen doen van Amerikaanse sigaretten, whisky, bier, ammunitie, dat was in grote hoeveelheden beschikbaar. Wij bestelden alleen sigaretten en whisky dat was het enigste dat wij nodig hadden in het kamp.

De vrouwen werden ons door de mama-san gebracht en voor 60 Baht mocht je zo’n meid hebben, maar je kreeg er wel een druiper mee cadeau als je je niet goed beschermde.

De mama-san kwam meestal met haar drie "dochters" het kamp binnen. De meisjes werden als er belangstelling voor was deze met handdoek en zeep naar de badkamers gestuurd om zich te wassen en op te frissen.

Het toeval wilde dat de eerste deur naast de badkamer ingang een dokter Sapelot ananas (zo werd hoofd van de labo afdeling genoemd en is een Dr.) woonde en die wachtte altijd tot één van de meisjes uit het bad kwam, gauw zijn deur opende en het meisje naar binnen trok, op het bed smeet en snel een vluggertje maakte en daarna zijn deur uitwerkte en doorstuurde naar de betalende klant tot grote ergernis van de klant, want die kreeg een vers gebruikte meid en dat vond hij niet zo fris.

Deze mama-san en haar drie meiden waren de enige sociaal ingestelde vrouwen in het hele dorp en met betaaldag deden ze gouden zaken want dan stonden de Thaise operators in de rij voor de Poef bordeel van de mama-san en als je daar voorbij ljep, mocht je als falang (vreemdeling) zijnde voorrang hebben. Hello mister you first was het in koor.

De meiden werken op pay-day dagen zo’n 40 kerels per avond af. Met of zonder Vietnam rose, Elefant syndrome of crab. Wat Vietnam Rose is, dat is een vorm van Gonorroe dat ontstaan is in Vietnam waar de Amis zich vol lieten spuiten met penicilline. Door het voortdurende gebruik van penicilline is deze gonorroe zo resistent geworden dat penicilline niet meer reageert en hiervoor andere veel sterkere middelen moet worden gebruikt, zo niet wordt dit chronisch met allerlei vervelende neveneffecten. Iedereen bij ons was er toch een beetje huiverig voor om iets dergelijks op te lopen, maar als je een week of wat in de jungle hebt rondgelopen dan zijn alle remmen meestal los.

Elefant syndrome is iets dat in die tijd vrij weinig voorkwam, maar heb je dat opgelopen dan ben je er wel een paar weken zoet mee. Hier zwelt het mannelijk lid zeer sterk op en hangt zowat tussen de knieën met een bloemkool vormig uiteinde. Het schijnt dat het opgezwollen deel zo gevoelig wordt, dat je heel voorzichtig moet gaan en staan en zeker niet met een bus moet meerijden. Moet je toch met een bus meerijden dan alleen staande want bij schokken schijnt dat een pijnlijke scheut te veroorzaken waarbij de houder van dit sysndroom niet zonder gekreun mee kan blijven rijden. De behandeling is vrij tijdrovend en een tijdelijke impotentie is niet zeldzaam. De meesten die dit meegemaakt hebben zijn de eertse maanden wars van sex.

De crab is een Amerikaanse uitdrukking door besmet te zijn door platluizen die een ongelooflijke jeuk rond de genitaliën kunnen veroorzaken, maar die met de juiste medicatie snel en effectief bestreden kan worden.

Het gebeurde vaak dat het Thaise management je uitnodigde mee te gaan naar een klein bordeeltje in het nabij gelegen dorp. Ook hier kreeg je een voorkeurs behandeling en ook hier keek iedereen over het muurtje om te zien hoe je het deed.

Een enkeling die zich er kwaad om maakte en met een stok als een wilde naar een ieder mepte die waagde om over het muurtje te kijken. In zo’n geval verlies je alle controle over jezelf en iedereen buiten het hok heeft dat berijkt dat hij graag wilde zien, een krankzinnige. De Engelssprekenden hebben het altijd over "his brains went to his balls."

Ieder dorp in Thailand heeft een bordeel, daar hebben de Thais geen problemen mee. Iedereen in Thailand moet aan zijn trekken komen, heel natuurlijk. Wat dat aangaat lopen wij eeuwen achter.

De Thaise manager zal je dan ook uitnodigen om als eerste binnen te gaan. Terwijl de anderen buiten de omheinde kamer zich tegoed doen aan Mekong whisky mag jij als eerste een nummertje maken.

Er wordt ook gezongen, maar niet zoals in een kareoke bar. Meestal zingen ze gezamenlijk op dergelijke evenementen.

Ik zie mij al mijn directie uitnodigen naar Yap Yum in Amsterdam te gaan. In dit opzicht loop ik ook eeuwen achter.

Soms gingen wij het dorp in om te dobbelen. De inzetten waren laag en verliezen deed je altijd, maar het was leuk om zelf mee te doen. Je deed wat en dat hield je aktief bezig, want één van de funeste problemen in zo’n kamp was apathisch te raken. Dan moest je weg het kamp verlaten, want dan had de tropenkolder te lang aan je gevreten.

Het overgrote deel van de mannen waren zonder familie in het kamp. Er waren enkele echtparen bij en die nodigden ons vaak uit om bij hen te komen eten of om een verjaardag te vieren.

Als wij een zwijn geschoten hadden werd er van de kop altijd zult gemaakt en dan was er weer iets om te vieren.

Deze Duitse families deden hun uiterste best om de vrijgezellen wat gezelligheid en warmte van huis mee te geven.

De onderlinge verhoudingen in het kamp waren vrij goed zonder al te veel nare incidenten.

Ons grootste probleem in Mae Moh was de verveling. Wij deden alles om de tijd door te komen. Als het enigszins kon namen wij de trein naar Chiengmai en verbleven in het Narai Hotel met mooie ruime kamers en zwembad. Buiten de vele restaurants waren er maar 2 nachtclubs.

In de heuvels ten noorden van Chiengmai huisden bergstammen: de Mew’s, Kalieng’s ook wel Karen genoemd. Het waren Chinese stammen die eeuwen geleden naar het zuiden getrokken en zich in de onherbergzame heuvels rond Chiengmai gevestigd hadden.

Het zijn nu hoofdzakelijk landbouwers. Er worden nu behalve zoete aardappelen, mais en groenten veel varkens geteeld. De Mew vrouwen zijn heel kleurrijk gekleed en hangen hun fortuin rond de nek in de vorm van stapels zilveren ringen ook rond hun armen en benen.

Rond hun benen hebben ze kleurige zwachtels gewonden tegen de giftige slangen die daar in allerlei maten en soorten voortkomen. Ze verbouwen daar ook opium en marihuana. Hoewel de opium officieel verboden is kun je daar makkelijk een paar kilo voor een heel schappelijke prijs krijgen.

De Kalieng’s, Karen, daarentegen zijn minder fleurig gekleed meestal in een lichtbruin kleurig gewaad en alle kinderen lopen met een pijp in hun mond en roken constant marihuana.

Ze zijn er zo jong als ze zijn er allemaal aan verslaafd. Verder zijn ze heel goedlachs en levenslustig.

Verbouw van opium is ook hier een van de voornaamste produkten.Opiumpijpen worden overal in het openbaar verkocht. Ieder hutje dat je passeert hoor je: mister you wan opiou!

Met Nieuwjaar werden wij door de Thaise direktie uitgenodigd in Lampang aan een diner mee te komen zitten. Iedereen zonder partner kreeg een Thaise partner naast zich die zich tijdens het diner voor je moest zorgen.

Ook hier was de taal meestal de boosdoener. Deze meiden spraken geen Engels, maar ze probeerden door je te voeren en hun hand op je dij te houden de situatie prettig te houden en ze wilden na het diner wel met je naar bed dat was met de Thaise direktie al afgesproken.

Heel Thailand ligt overdekt met teakbossen en dit hout wordt veel gebruikt voor meubels en houtsnijwerk en daar zijn de Thais grote kunstenaars in en die snijkunst gaat over van vader op zoon want ze beginnen van kind af aan hout te snijden en voor onze begrippen kun je nagenoeg voor een habbekrats een houten kunstwerk krijgen.

Ik bestelde een houten kist voor mijn colleksie met de Rama story op het deksel uitgesneden door een 14-jarige jongen, die had dat in een maand gemaakt. Toen hij er net aan begonnen was had ik er niet zo’n vertrouwen in maar iedere keer als ik langs dat deksel liep werd het mooier. Het staat al jaren in mijn huiskamer en het is een juweel van een kunstwerk geworden met de hele Rama geschiedenis in hout uitgesneden.

Als er voor ons niets te beleven was en de fabriek op grondstoffen van de andere fabrieken stond te wachten sprongen wij vaak in de jeep en reden naar onherbergzame gebieden en deze keer gingen wij naar de Mekong rivier, dat lag niet zover bij ons vandaan en dat was de grens met Cambodia.

Wij hadden eten en water meegebracht, wetend dat wij niet veel restaurants zouden tegenkomen.

Wij kwamen veel mensen op olifanten tegen. Dat was daar in het binnenland het vervoermiddel naast de tweewielige door zebu’s getrokken karren.

De wegen waren niet geasphalteerd, macadamwegen en zeer stoffig. Zo nu en dan kwamen wij een sterveling tegen aan wie wij de weg vroegen.

Zo liep er een man in blauw katoenen broek en hemd typisch voor die regio en een sarong rond de hals en "cigaret" die opgerold rond zijn schouder hing van wel 2 m lang, want als je aan deze bushmensen vraagt hoe ver een plaats ligt dan antwoorden ze "oh één cigaret roken hiervandaan," maar het is wel een cigaret van 2 m.

Deze man had ook een geweer die hij met zich meedroeg met een heel lange loop. Wij vroegen de man of wij het geweer mochten bekijken en dat liet hij graag zien. Het was geen fabrieks geweer het was een plaatselijk hand gemaakt geweer. Of wij er mee mochten schieten. Ja dat mocht.

Wij plaatsten op zo’n 20 m een rotsblokje op een heuvel en schoten er precies middenin.

Daarna bekeek Martin het geweer nauwkeuriger en schreeuwde,"dit geweer heeft een loop gemaakt uit de hogedruk leidingen die ze vorig jaar van onze bouwplaats gestolen hebben." Wat zagen wij op de loop? Mannesmann gmbh! Dat kon deze man niet geweten hebben dat dit onze hoge druk pijp was.

Wij weten nu ook waar het hoge druk pijpmateriaal voor gebruikt werd en het zal ons ook niet verwonderen dat een deel van deze hogedruk pijp materiaal zijn weg naar de Vietcong gevonden heeft.

Wij zagen dat deze door ons als primitieven bestempelde mensen in de jungle in staat zijn met primitieve hulpmiddelen een goed schietend geweer te fabriceren. En op dat ogenblik beseften wij dat de Amerikanen een harde dobber zullen krijgen om de Vietcong te bestrijden.

Hiervoor waren deze mensen die op hun eigen gebied strijd moesten leveren in alle opzichten in hun eigen voordeel. Een van de meeste voordelen was de motivatie die niet alleen door de Vietcong hoog werd gehouden maar door de hele bevolking waar gevochten werd.

De overlevingskansen van een in zo’n gebied opgegroeide Vietcong soldaat was vele malen groter dan die van een Amerikaans soldaat, dat was toen allom bekend, maar het voordeel aan Vietcong zijde was de taaiheid die ze bezaten, dat kon zelfs niet met de meest technologisch ontwikkelde vernietigingswapens stukgeschoten worden.

We raken nu een gedeelte theorie dat in Amerika heel gevoelig ligt maar op dat moment in heel zuid-oost Azië aanwezig was en waar wij direkt ook mee te maken hadden.

Allereerst werden wij overal in Thailand als Falang vreemdeling gebrandmerkt en omdat alles wat niet Aziatisch is ook met elkaar samenwerken zijn wij bij voorbaat of spionnen dan zeker een speciale groep om het gebied te paciferen.

Wij hadden geluk dat wij in de jungle zaten en niet in de grote hoofdstad. Wij waren in Lampang de enige Falangs (vreemdelingen) in de hele omgeving zonder de moordende concurentie van de zwaar overladen dollar torsende G.I.'s.

Wij kwamen bij de Mekong rivier aan en stonden vlak aan het water. Er waren enkele bootjes die de rivier op en af voeren. Heel rustig alsof er niets aan de hand was.

We waren daar nog geen 10 minuten toen wij een vliegtuig laag hoorden aankomen en zagen plotseling een Dakota met Amerikaans kenteken op een 50 m hoogte met aan de zijkanten zware mitrailleurs, die op ns gericht bleven.

Wij zwaaiden om te laten zien dat wij niet van de tegenpartij waren. Even verderop draaide de Dakota om een keerde op dezelfde hoogte maar wat dichterbij terug van waar hij gekomen was. Wij weer zwaaien en zij hielden hun .50-gers op ons gericht. Wat als wij niet gezwaaid hadden? Want die cowboys zijn trigger happy.

Er bestonden in die tijd in Thailand maar 2 soorten vrouwen en wel de prostituées en de z.g. nonnen. De eerste groep was voor ons zo duur geworden door de G.I.’s verpeste markt.

Het verpesten van de markt was niet alleen financieel maar ook sexueel, want er bestonden plots venerische ziektes waar wij nog nooit van gehoord hadden, laat staan zelf aan de lijve ondervonden.

Wij hadden iedere dag een busdienst naar Lampang voor degenen die onderzocht moesten worden en een spuitje penicilline moesten krijgen.

Meestal was dit de meest voorkomende besmetting, ordinaire gonorroe of wel een druiper.

Nu met die Amerikanen die in Bangkok op R&R met batallions tegelijk gedropt werden, namen al dat Vietnam Rose hardnekkige gonorroe met zich mee.

Gezien er die tijd 250.000 geregistreerde prostituées in Bangkok alleen al rond banjerden, dezen als ze huiswaarts keerden alle ellende met zich mee en hun dorpen daarmee besmetten.

syfilis kwam in die tijd minder voor niet één in ons kamp. Men herkent in de bus vaak wat deze jonge mannen hebben opgelopen. Zij die elephant syndrome hadden wijgerden om te gaan zitten wanwege de schokken die pijnlijk overkwamen. Zij hingen meestal bleek in de beugels.

De platjes leiders ruiken meestal naar petroleum. De gonorroelijders weigeren sterke drank.

Dit gold ook voor de meeste meisjes die in de bars werkten en zich lieten prostitueren.

Het merendeel van de meisjes is zo vrij dat ze je waarschuwden als ze ziek waren of onder behandeling stonden. Maar dat nam niet weg dat als ze net besmet waren zonder het te weten de besmetting overdroegen aan de volgende klanten.

De opstart specialisten hadden de onhebbelijke gewoonte geen condooms te gebruiken. Het ziekte percentage lag bij ons erg hoog. Zo hoog dat wij de fabrieken niet konden opstarten en extra opstarters uit Duistsland hebben moeten laten overkomen.

Ik in mijn gedrevenheid de fabrieken sneller te laten opstarten had een doos met 500 condooms laten overkomen en iedere dag dat er specialisten naar Lampang gingen, hen van condooms voorzien.

Het eerste commentaar dat ik van die kerels kreeg is: "dass ist so dick wie ein Fahradschlauch," dus werd dat in de vuilnisbak gegooit.

Er werd een beroep gedaan op het thuisfront in Duitsland. Ze hadden dan toch maar een ploeg uit Duitsland over laten komen om de zieke Uhde opstarters te vervangen.

Er was sprake van een eigen bordeel op te richten. Maar dat bleek geen garantie te geven dat het euvel van besmetting zou verhelpen worden, integedeel.

Dus meer manpower zou ons wel over onze moeilijkheden helpen. Maar ook dat bleek niet waar te zijn, want de fabrieken bleken technologisch niet goed ontworpen te zijn.

Dus ook dat probleem moest eerst opgelost worden voordat de ammoniakfabriek opgestart kon worden, want daar kwamen de meeste problemen voor.

Dat betekende dat wij ontzettend veel vrije tijd hadden en om in het kamp met de duimen te draaien, dat was om gek van te worden.

Wij besloten om eerst een paar dagen naar Chiengmai te gaan. Als we ons haastten, konden wij de trein van 12.00 uur nog halen.

Mae Moh had een eigen klein wit stationnetje en de sneltrein Krungtep-Chiengmai stopte ook hier.

Zo gezegd zo gedaan, de schoudertas was snel klaar met wat kleren en vol zelfvertrouwen.

Wij stonden maar pas op het perron in de schaduw van een grote bougainvillestruik toen wij de zware toeter van de zware General-Electric diesellock hoorden en om de bocht zagen komen.

Zoals gewoonlijk was de trein goed vol maar met enig passen en meten zaten wij tussen de Thaise families met veel kinderen om ons heen.

We stopten nog een paar keer en kochten op de stopplaatsen door het rijtuigraam eten en drinken van de lokale bewoners die langs de trein met alles leurden maar vooral etenswaren en dat was niet eens zo slecht.

Er was ook een restauratie waar je uitgebreid kon eten, maar dat uitgebreide eten hadden wij voorbehouden voor 's avonds als wij uit zouden gaan.

Er was onderweg genoeg te fotograferen, want alles was nieuw voor ons vooral de pagodes en Thaise vrouwen, die hier meer chinees zijn dan in het zuiden.

Later leerden we, dat meer dan 60 % van de bevolking in Noord Thailand chinees is, de bergstammen meegerekend.

De reis duurde 3,5 uur en wij gingen naar het ons welbekende Narai Hotel. Hier waren wij al eens eerder geweest.

Wij kwamen een dag eerder aan dan de Loi Katong feesten zouden beginnen. Wat Loi Katong was ? Wij hadden er geen flauw idee van. Het had natuurlijk wat met Boedha te maken en het wordt als ons nieuw jaar gevierd.

Je wenst je kennissen en vrienden een gelukkig Nieuwjaar en bij de Thais gaat dat nog wat verder. Iederen die dat doet heeft een zilveren kom met geparfumeerd water en bloemen bij zich. Met dit water worden wederzijds de zonden van het voorbije jaar weggewassen door elkaar met het geparfumeerde water te besprenkelen dit in familiale omstandigheden.

Dit gebruik wordt zeer hoog in ere gehouden, maar is aan de andere kant uitgelopen tot een volksvermaak die zijn weerga niet kent.

Dagen voor de Loi Katong wordt er door kinderen vanaf bruggen overwegen en balkons met water gegooid. Op Loi Katong doet de hele bevolking daar aan mee. Je gaat de straat op met de wetenschap nat te worden en wapen je maar ook met iets dat water kan spuiten, dus kochten wij ons waterpistolen, die wij schielijk in onze zakken hielden om het verrassings effect groot te houden.

Handspuiten, waterpompen, teilen, emmers en trucks volgeladen met waterdrums en bemand met 10 waterwerpers rijden regelmatig door de stad om ladingen water op de voetgangers neer te plensen.

Deze watergooierij begint precies om 8 uur 's morgens tot precies 5 uur 's middags. Voor en na die tijd wordt geen mens natgegooit, dat is strafbaar en iedereen houdt zich er ook strikt aan.

Om elf uur 's morgens is er meestal een optocht van allerlei bevolkingsgroepen en men ziet er de kleurrijkste klederdrachten en de mooiste Thaise vrouwen. Elk met met een zilveren waterbokaal geparfumeerd water en met bloemen getooid.

Het is zo kleurrijk en adembenemend mooi als uit een duizend en één nacht sprookje.

Als de optocht voorbij is barst de wateroorlog in alle hevigheid los en de falangs (vreemdelingen) zijn op dat ogenblik de pineut. Iedereen loopt kletsnat rond en soms moet je ergens binnen vluchten om je aan een waterballet te onttrekken.

Maar als het al te erg werd hadden wij er wat op gevonden om de meest agressieve Thai, meestal jonge kerels, te laten kokhalzen. We gingen met ons tweëen op zo’n kerel af en trokken onze waterpistolen. Eén van ons spoot hem in het gezicht en als reactie sloot hij zijn ogen en opende zijn mond en de tweede spoot hem dan op zijn huig in zijn keel en een kotspartij was daar meestal een gevolg van.

Waar wij langs liepen, lieten wij een rij van kotsende Thais achter en dat vroeg om weerwraak. Dan sprongen wij snel in een samlor driewieler om ons naar een ander stadsgedeelte te laten rijden.

Wij waren na een paar uur huigen sproeien bek af en waren naar het hotel teruggekeerd voor een goed bad, want ik denk dat de Thais niet enkel met schoon water hebben gegooid.

's Avonds worden overal in de kanalen en rivieren offers gebracht in de vorm van en vlotje gehuld in bloemen met een brandende kaars te water gelaten en bij honderden tegelijk, waardoor het kanaal en de rivier verlicht worden door die duizenden kaarsen.

Hierbij gaan de Thaise vrouwen zo mooi gekleed, dat je echt doet voelen en denken dat je op een andere planeet bent.

Na de plechtige offergaven waren wij naar een fameus restaurant afgezakt waar je goed Thais eten werd geserveerd. Daar werd tevens een live show gegeven en na de show kon je een meisje huren om te dansen en na het dansen gingen wij naar de nachtmarkt om weer te gaan eten want de meisjes hadden honger en na het eten werd je door de meisjes thuis gebracht in hun eigen auto. Wat een luxe en als je het heel goed trof bleef ze bij je slapen ook. Dat noem ik klasse.

Wat een leven en wat een geld dat je daarvoor nodig had. Mijn banksaldo was dan ook constant in het rood en het kon niet anders of het financiële debacle stond voor de deur.

Wij beseften heel goed dat we het over een andere boeg moesten gooien, want dat hielden wij niet langer vol, mentaal en physiek niet.

Het enige wat ons reste was de trein terug nemen naar Mae Moh waar onze thuis basis lag. Wij namen de middagtrein en om 5 uur 's middags waren wij terug in het kamp en iedereen keek op dat wij al terug waren en natuurlijk moest iesereen weten hoe dat daar was geweest.

Boedha's Verjaardag

Niet lang na ons Chiengmai avontuur vroeg onze chauffeur of wij getrouwd waren. Nee antwoordden wij hem, wij zijn hier ziels alleen. Nou zei hij daar is volgende week in Petsanulok een feest van Boedha en dat wordt gevierd met knal en ander vuurwerk daar moeten jullie beslist naar toe.

Het was inderdaad een feestdag en wij namen de trein van 10 uur en 35 minuten later waren wij op de plaats van bestemming en op het stationnetje geen mens te zien behalve de stationchef.

De stationschef vertelde ons dat wij zo’n 5 km het binnenland in moesten voor de feestelijkheden dus wij te voet op pad. Er was niets dat ons daarheen brengen kon.

Toen wij 10 minuten gelopen hadden kwam er een vrachtwagen langs en wij vroegen om een lift en hij stopte om ons op te pikken en bracht ons zonder omwegen naar het feest waar honderden mensen onder parasols naar wat komen ging stonden te kijken.

Er werden frisdranken verkocht en er zaten hele groepen monniken in hun okergele gewaden, ieder met zijn eigen paraplu zich tegen de zon beschermen.

Zo nu en dan zagen wij een heel lang ding met veel gefluit en gesis de lucht in vliegen om dan op een grote hoogte weer naar beneden te duiken weer met een enorm gefluit en sloeg dan zo’n km verderop in de jungle te pletter.

Er stroomden nog vele mensen toe met korte stukken bamboe, omvlochten met fluiten en bedekt met allerlei soorten attributen. Eén was bedekt met hardgekookte eieren, één met pin-ups, één met bloemen en allemaal nagenoeg van dezelfde grootte en opbouw.

Bleek later dat dit de kop van de vuurpijl was die naar Boedha werd geschoten. Het was Boedha’s verjaardagsfeest.

Voor 10 Baht werden de koppen op afroep naar de uit bamboe opgebouwde lanceer platform gebracht. Daar werden de koppen op 7m lange bamboestangen bevestigd en afgevuurd.

Dit bamboe platform was kunstig tussen twee bomen opgebouwd en met het oog dat dergelijke tuigen voortijdig konden ontploffen konden de lanceer verantwoordelijken in een boomkruin duiken en met minimale verwondingen terug komen.

Er werd elke 10 minuten een vuurpijl de lucht in gestuurd en iedereen klapte en schreeuwde van bewondering als het hen lukte zo’n projectiel de lucht in te krijgen.

Tussendoor werden er voetzoekers en vuurtollen tussen de mensen ingegooit. Vooral de monniken hadden het hard te verduren.

Het afschieten van de grote vuurpijlen was natuurlijk een leuke bedoening, maar na twee uur dat meegemaakt te hebben hoefde het voor mij niet meer maar de Thais gingen door tot het bittere einde.

In de tussentijd kreeg mijn maat een vreemd langgerekt gebouwd huis met een heleboel deuren aan de zijkant in de gaten. De deuren konden voor de helft open en er hingen alleen vrouwen over de deurposten. Volgens mij is het de lokale poef bordeel, zei m’n maat en hij erop af en ik in zijn kielzog.

We splitsten ons voordat wij bij het gebouwtje aankwamen en ik ging van de hoofdingang naar binnen en mijn maat van de achterkant. Ik was eerder dan hem bij het gebouwtje met als gevolg dat alle meiden er aan de achterkant uitrenden en mijn maat maar foto’s schieten.

Ondertussen verscheen hij ook in het huis en vroeg de eigenaar of hij een kijkje mocht nemen in alle kamertjes en dat mocht en hij maar foto’s schieten, maar dat vond de baas niet leuk en vroeg ons beleefd het gebouwtje te verlaten, dat we ook deden.

Geen meid meer te bespeuren die hadden zich tussen het vele volk gemengd. Om 4 uur 's middags zijn wij met een samlor (driewieler) teruggereden naar het kleine stationetje en van daar de trein genomen terug naar Mae Moh.

De dag nadat wij terug waren gekomen uit Petsanulok hadden we dat aan onze chauffeur verteld en de foto’s laten zien en hij probeerde ons uit te leggen wat hij bedoelde om naar het vuurwerk te gaan kijken en de meiden in Petsanulok te bezoeken, want de drie meiden uit ons dorp waren te rot om aangepakt te worden, daarom.

Het was al donker toen wij daar aankwamen want het is toch nog een flinke wandeling in het donker naar het kamp toe. Wij hadden geen zaklampen bij ons om de weg voor ons te verlichten, niet dat wij de weg niet konden vinden, maar om zeker te zijn niet op één van de dodelijkste slangen ter wereld te stappen.

Het gebied waar wij lagen is het gebied van de koningscobra die wel drie meter kan lang worden. Een beet van zo’n cobra is meestal dodelijk en daar voelden wij weinig voor. Dus hadden wij elk een stuk bamboe achter ons aangesleept om zoveel mogelijk lawaai te maken. Voor lawaai gaat iedere slang op de loop. Althans dat werd ons door de Thais verteld en de verhalen van de Thais op dit gebied nemen wij voor waar aan.

Voordat het terrein waar nu de fabrieken op staan vrij werd gegeven, moesten alle bomen en struiken weggekapt worden. Omdat dit terrein zo vol zat met cobranesten werd het leger te hulp geroepen om dit terrein eerst met vlammenwerpers vrij te branden van de slangennesten en pas daarna konden de bulldozers en grondwerkers het terrein betreden om dit bouwrijp te maken.

Op een andere manier ging dat niet; anders zouden er teveel slachtoffers gevallen zijn. Alle woningen en gebouwen in deze streek zijn zodanig gebouwd dat geen ongedierte of slangen deze kunnen binnendringen, althans nagenoeg niet.

Want schorpioenen komen er op een of andere manier toch in. Daartegen hebben wij nog onze verdelgingsmiddelen, die eens per week werden gespoten om de nodige insecten te verdelgen en de enigste insecten die overbleven waren de muskieten. Die werden door de muskietennetten buiten gehouden. Verder hingen er overal muggendodende gifplaten, die effectief hielpen het muggenbestand laag te houden.

Het was er het hele jaar warm, maar toch waren er twee merkbare jaargetijden: de moessontijd en de droge tijd. Alles is mooi groen in de moesontijd. In allerlei schakeringen bloeien bonte felle bloemen met prachtig gekleurde vlinders rond de bloemen. De natuur licht een tipje op van het Hof van Eden. Die het niet is en zeker niet in Mae Moh.

Zo zijn er tijden van vlinders en tijden van cicaden. Deze cikaden in het bijzonder kunnen bij grote hitte enorm beginnen te tjirpen. Met zo’n enorm geluid dat z’n weerga niet kent en dat brengt de andere cikaden ertoe om ook mee te doen. Ze kunnen gezamenlijk een hels lawaai maken.

Deze cikaden die er uitzien als een reusachtige vlieg worden wel 10 cm lang, waarvan het achterlijf hol is en alleen als klankkast dienst doet en als het zo warm is koelen ze met hun trillende vleugels hun lijf en veroorzaken zo het tjirpen.

Martin in die tijd was nog vrijgezel en correspondeerde veel met zijn moeder over alles en nog wat. Over dit land schreef o.a. ook over deze cikaden. Martin omschreef ze als vliegen zo groot als mussen. Prompt kreeg hij van zijn moeder opdracht direct naar huis terug te komen. Martin was toch maar in Mae Moh gebleven.

Wij gingen wel ieder week-end ergens naar toe om meer met de omgeving en mensen vertrouwd te raken. We volgden ook een cursus Thai zoals in het begin reeds is verteld en dat vergemakkelijkte de conversatie enorm. Alleen al het vragen en tellen in Thai breekt overal het ijs en iedereen zal zijn best doen jou te laten begrijpen wat ze bedoelen.

Zo gingen wij op een zondag een werkkamp met olifanten en een zijde fabriek bezichtigen. We vertrokken al om 5 uur 's morgens en kwamen in een dorp en daar stond maar één huis en schijnbaar sliep iedereen nog.

Buiten op de veranda stond grootmoeder plotseling voor onze neus kompleet met muts en buiten in de tuin brandde nog een vuur waar een ieder die wakker werd naar toe ging om zich tegen de frisse ochtendkou te warmen.

Dan kwam de olifant begeleider en wij vroegen hem of hij voor een paar Baht een demonstratie met zijn olifanten kon geven. Dat wilde hij wel en begon meteen met allerlei kunstjes en boomstammen van allerlei diameter te verplaatsen.

Na een tijdje hadden wij er genoeg van en de man vroeg of wij mee wilden rijden op de ruggen van de olifanten.

De olifant lag met ingetrokken poten op z’n buik en Martin ging eerst schrijlings op de rug van de olifant zitten. Toen op een teken van de olifanten drijver de olifant opstond kwam de rug van de olifant aan de zijkant omhoog waarbij Martins benen bijna in de splitstand werden gedrukt en zijn kakibroek op de naad uitéén scheurde tot grote hilariteit van de Thais. Die zagen Martin plots met een goed gescheurde broek van de olifant afspringen.

Dat ging zo snel dat Martin er eerst geen erg in had wat er precies gebeurde. Wat hadden wij daar afgelachen.

Naald en draad hadden ze niet dus maar doorrijden naar de zijdefabriek. Daar zouden ze zeker naald en draad hebben.

Na een uur rijden kwamen wij bij de zijde weverij en werden door een mooie Thaise manageres ontvangen. We mochten alles bezichtigen.

Wij begonnen bij de afgeschermde moerbeibomen vol met zijderupsen. De cocons die in heet water lagen werden tot draad gesponnen. Deze draad wordt geverfd en later tot zijde geweven.

Zijde vind je in honderd en één schakeringen. In effen kleur of met een motief met een ongeëvenaarde combinatie van kleuren.

We kochten ons arm aan zijde en vroegen daarna of er iemand was die de broek van Martin kon herstellen. Nou, dat wou iedereen wel doen om zelf uit hun sleur te komen en een broek van een falang (vreemdeling) te repareren.

De broek werd uitgetrokken en meegegeven. Martin kreeg voor die tijd een zijden sarong. In de tussentijd kregen wij thee met Thaise koekjes. Na een half uur was de broek keurig gerepareerd met zijdedraad.

Na veel gepraat met handen en voeten namen wij van de mensen afscheid. Naar wij konden zien, hadden ze ons wel langer willen houden al was het alleen maar om de tijd te doden. Want veel had dat ploegje niet te doen. Maar ons hadden ze meters zijde in de maag gesplitst om dat enkel aan onze familie weg te geven.

Een ander huisvlijt bedrijf dat wij op onze tocht tegenkwamen is het Thai lakwerk en van een uitmuntende kwaliteit. De keus van lakwerk is ook hier weer eindeloos mooi en zal wel van Chinese oorsprong zijn.

De artisticiteit wordt hier in alle toonaarden tentoongesteld en voor een heel schappelijke prijs en je moet afdingen, zoniet dan wordt je niet voor vol aangezien.

Wij keken uit naar een lange onderbreking van een week of zo en dat kwam heel gauw, want de fabriek voor basisprodukten waar wij van afhingen was goed in de vernieling gedraaid. Het zou minstens één week duren om die in orde te maken.

Wij dus weg met een groep van 5 man eerst per lokale bus naar Bangkok. We waren van plan dit rustig aan te doen en vertrokken vanuit Mae Moh met de lokale bus, die bestond uit een vrachtwagen met achter in de bak aan weers zijden een opklapbare bank voor de passagiers met een zeildoek over het geheel.

De zijkanten bestonden uit planken. De laadbak was verder open. In het midden van de wagen lag alle bagage, kratten, kippen varkens, geiten, groente. Al na een paar kilometer was het ons duidelijk dat deze rit voor ons rampzalig zou aflopen als wij geen doeken voor neus, mond en oren kregen, want alle rode stof zette zich vast op alles wat in de vrachtwagen lag of zat.

Wij herkenden elkaar na 32 km niet meer toen wij van de bushweg overgingen op de asphaltweg naar Lampang was het te laat want we zaten onder de rode stof en we waren maar pas in Lampang, dat normaal binnen een uur van Mae Moh gereden wordt.

We wasten de rode stof van ons gezicht af in het ons zo bekende restaurant zo goed en zo kwaad als het onder dergelijke omstandigheden ging. Wij namen snel een goede lunch en vertrokken om 2 uur met de normale lijnbus richting Bangkok.

De lijnbus ging echter niet verder dan Ajutaja. Het bleek later dat deze bus voor iedere klapperboom die hij tegenkwam stopte en er gingen zoveel passagiers in als er uitgegingen. De chauffeur lette er wel op dat zijn bus niet overladen werd.

Er stapten allerlei verkopers op de bus op weg naar de dichtstbijzijnde markt.

Zo stapte er ook een oud vrouwtje op met een mand met gekookte rijst op haar rug. Zij moest blijven staan omdat alle plaatsen bezet waren. Het rijstevocht droop er nog van af en ze stond op zo’n manier dat het vocht op m’n kniëen en broek viel.

Ik kon mij nergens anders naartoe bewegen zodat al het vocht op mijn schoot viel en dat vond ik niet zo leuk, want als al die troep opdroogde liepp ik met een gesteven verkreukelde broek rond.

Het rijstvrouwtje stapte na een tiental km bij het volgende dorp al uit. Wij bleven nog twee uur in deze bus zitten tot wij in Ajutaja waren aangekomen. En natuurlijk moest ik met een stijve verkreukelde broek uitstappen. Het was echt geen gezicht zo rond te lopen.

Wij hadden wat gegeten en hadden een uur later weer een bus gepakt richting Bangkok.

We reden door meer bevolkt gebied en dorpen. Nu bouwen de Thais op ieder belangrijk kruispunt op elke hoek een miniatuurtempel op een platform. Dat is voor iedereen zo heilig als een gewone tempel.

De Thais begroeten iederéén en alles met de twee handpalmen tegen elkaar gehouden op borsthoogte. Dat deed onze buschauffeur ook elke keer als hij met 100 km een kruising passeerde waar zo’n tempel stond opgesteld. Hij liett het stuur los, bracht zijn handen op borsthoogte en boog zijn bovenlichaam naar de tempel toe. Gewoonste zaak van de wereld met 70 passagiers in de bus.

Ik vroeg mij op zo’n moment af hoeveel ongelukken dit achterlijke gegroet aan mensenlevens al heeft gekost. Volgens de Boedhisten nog geen één want Boedha is daar op z’n plaats en kan er dus niets fout gaan.

Het vertrouwen in Boedha op elk terrein is verbazend groot en ligt diep in het Thaise wezen ingebed. Als er iets ernstigs is gebeurd zeggen ze "maipenrai" dat zoiets zeggen wil als "geeft niets het moet zo zijn."

Als iemand een ongeluk krijgt met zijn fiets, dan wordt hetzelfde gezegd over deze man. Want Boedha ontfermt zich wel over deze man.

Boedha is een enorme grote kapstok in Thailand. Je begint er bijna zelf zo in Boedha te geloven.

Dus wat deden wij toen wij in Ajutaja aankwamen? Een hotel zoeken. Dat ging vrij makkelijk want chinese hotels te kust en te keur. De prijs was redelijk met eigen badkamer en lakens waren schoon.

In de chinese hotels toen was een jonge dame inbegrepen. Verscheidene knapen wilden wel weten wat voor vlees ze in de kuip hadden. Als elkeen het meisje voor de nacht heeft bekeken namen wij een bad en gingen uit eten.

Weer hetzelfde gedonder, menukaarten alleen in Thai, dus maar op goed geluk kiezen. Het bleek allemaal weer mee te vallen.

Wat doen wij na het eten, naar het chinees theater dan maar. We mochten op de ere plaatsen zitten en er werd betaald naar gelang men wilde want het was voor een collekte.

Dit katsenjammer begon ons gauw te vervelen en dus gingen wij maar terug naar het hotel. Wij kwamen zo rond 11 uur aan bij ons hotel en onze collega’s die geboekt hadden vonden hun geboekte knuffelpoesen wachtend voor hun deur.

Eén van de knapen had niet wat hem die middag beloofd werd en maakte dan ook veel kabaal om z’n ongenoegen kenbaar te maken en de baas van de tent was dan ook gauw ter plaatse om zijn verontschuldigingen uit te spreken en ruilde het oudje met twee voortanden in voor een jongere die of net uit een diepe slaap werd gewekt of net afgeknoedeld werd maar altijd beter was dan het oudje met twee voortanden.

Wat zo’n verschil in leefmillieu al dan niet met zich meebrengt. De Thais eten dag en nacht Kweteo-nam (bamisoep) en 's morgens voor ontbijt Kweteo-heng (droge bami), Het verschil zit in de Nam (water), zo bestaan er droge en natte, dat laatste zijn soepen in allerlei vorm.

De Thais eten alles wat loopt, kruipt en zwemt en nemen hun neus niet op voor alles wat vreemd voor hen is, ze slikken letterlijk alles door.

Wij reden de volgende dag door naar Ban Pa In waar het koninklijk paleis ligt van de oude koning en koningin en dat alleen als museum fungeert. Het ligt aan een rivier. Daar varen die snelle ranke boten, met achter zich een hoge waterzuil.

Het waterpeil van de rivier staat hoog en dan is de stroom wel een honderd meter breed. Het water is roodgeel gekleurd.

Er stond aan de oever zo’n ranke boot met een enorme motor en propeller op een lange as te wachten. Wij huurden de long boat en lieten ons voor 2 uren de rivier afvaren en waren Krung Thep (Bangkok) al dicht genaderd.

Hier namen wij afscheid van onze bootsman, betaalden hem en kropen via de steile oever naar de openbare weg.

Hier namen wij een samlor (driewieler) om naar Ban Pa In te rijden. Daar aangekomen namen wij de trein naar Bangkok centraal. De Thais noemen het Krungtep de oude naam voor Bangkok.

Ja, wat doe je als je in Bangkok bent? Natuurlijk eerst naar het Turks bad nemen. Die Turkse baden zijn grote gebouwen en die lijken wel bankgebouwen met tralies voor de ramen. Als je binnen gaat, kom je eerst in een ruime hal heerlijk geconditioneerd en direct tegenover de inkom van de hal een enorm glazen raam met daarachter een vij grote ruimte zo ruim als de hal en vol met meiden allemaal gekleed in een lichtblauwe stofjas met een batch waar een nummer op staat.

Heb je je keus gemaakt dan ga je naar de kassa en bestelt dan het nummer dat je graag wilt hebben. Het bijbehorend meisje wordt afgeroepen en komt je dan afhalen bij de ingang van een lange corridor met aan beide zijden deuren waarachter de ruime badkamers gelegen zijn.

De badkamer is mooi betegeld met een jakoetsie in een hoek en een douche daarnaast en een massagetafel in het midden van de kamer.

Eerst kleed ze je poedelnaakt uit en brengt je in het bad. Afhankelijk van de uitvoering van het bad stapt zij ook in het bad waar je helemaal wordt ingezeept en geboend en daarna afgedroogd en naar de massagetafel geleid.

Lig je eenmaal hierop kan je van alles gebeuren. Dat hangt veel af in welke massage winkel je bent binnengestapt.

Er zijn er die je met hete doeken bedekken en daarna een botbrekende massage geven waarbij ze niet schromen over je heen te lopen zolang ze maar overal kunnen pijnigen. Schijnt iets massochistisch te zijn.

Daarna kun je een massage met olie krijgen en afhankelijk van het meisje kun je voor een paar extra Baht nog een nummertje maken op de massagetafel waarbij de masseuse meestal de leidende rol heeft.

Uitgeknepen en afgeperst wordt je weer in de kleren gehesen en stap je fris en monter weer naar buiten in het broeierige zonovergoten Bangkok.

Overal waar wij liepen hoorden wij héé Joe!! Pst, héé Joe. Ieder vrouwelijk wezen schijnt in het prostitutie-netwerk opgenomen te zijn als je maar afdokken wou. Maar wij hadden in vergelijking met de Ami’s niet veel te verbruiken dus moesten wij Bangkok snel verlaten, maar niet voordat een tocht gemaakt te hebben over de Klongs watermarkt.

De klongs zijn de kanalen rond en in Bangkok. Hier vind je buiten de drijvende markt ook de slangen- en krokodillen-farms.

Hier kun je demonstraties zien hoe ze met giftige 3m lange koningscobra’s omspringen. De cobra’s liggen in platte kooien opgesloten en glimmen met hun blauw zwarte geschubde huid en driehoekige kop. Waarbij de koude rillingen bij zien alleen al, van je meester maakten.

Er zijn ook bruine cobra’s en zwart geel gestreepte Kraits deze behoren ook tot één van de giftigste slangensoorten en deze liggen met tientallen tegelijk in een terrarium.

Van hun gif wordt een serum gemaakt tegen slangenbeten. De Thai instructeurs gaan er met een tangvormig instrument in en halen er zo’n gevaarlijk beest uit.

Ik kon het niet onderdrukken om kippevel te krijgen als ik zo’n slang zag hangen.

De krokodillenfarms bestonden meestal uit open bakken soms klein soms groot maar altijd met een plas water in het midden. Meestal lagen dezelfde grootte bijelkaar. Na verloop van tijd worden ze geslacht en de huid gelooid om tassen en riemen van te maken.

Ze zijn even agressief als de cobra’s alleen ze bijten als ze je te pakken krijgen meteen een hand of been af.

Aan de Klong liggen ook talloze winkeltjes die allerlei snuisterijen verkopen meestal voor de toeristen. Juweliers bij tientallen in één straat die verkopen meestal gouden armbanden en edelstenen.

Nu wilde ik beslist edelstenen voor een neef van me meenemen, die edelsmid is van beroep. Ik kocht voor $100 halfedelstenen en $150 gouden armbandjes met edelstenen.

Bij mijn volgend verlof direct naar mijn neef toe en hem de hele business gegeven om alles na te kijken wat dat alles in Nederland zou kunnen opbrengen, maar die kwam dezelfde middag bij me thuis met de mededeling dat al mijn halfedelstenen synthetische stenen zijn dus in feite waardeloos. Hij wilde dat overnemen en mij daar fl 30 voor de moeite geven.

Gelukkig had ik nog 2 gouden armbanden ingelegd met half edelstenen en die had ik voor fl 500 kunnen verkopen, zodat mijn hele handel precies hetzelfde heeft opgebracht als waarvoor ik alles in Thailand had ingekocht, dus dat nooit meer.

Eigenlijk zijn echte edlstenen in Thailand ook erg duur en je moet een specialist op dat gebied zijn of je wordt zo opgelicht.

De roeibootjes op de klong werden hoofzakelijk door vrouwen bemand evenals de winkels. Het zijn alleen maar vrouwen die in de handel zitten. Meestal worden vruchten en groenten op de Klong aangeboden een enkele die etenswaren verkocht.

Soms zie je monniken langs de huizen op hele kleine roeibootjes varen op hun bedeltochten. Er is geen Thai die hen iets weigert.

Eenmaal de Klong bekeken voor mij hoeft het niet voor een tweede keer. Wij hebben Bangkok toen snel verlaten, want tegen de Ami’s met zoveel geld konden wij niet concurreren en de stad was zo verziekt dat je beter het platteland kon opzoeken.

Wij gingen terug via de brug bij Kauchang Buri over de River Kwai, waar de fameuze brug uit de de film lag.

De brug is een normale stalen brug niets wijst erop dat het vroeger van hout is gemaakt, dat was ze ook nooit. Deze brug bestond allang en was voor de 2e wereld oorlog reeds uit staal vervaardigd en tijdens de 2e wereld oorlog vaak het doelwit van geallieerde bombardementen.

Het lag daar wel vol begraafplaatsen waar de geallieerde krijgsgevangenen door de Japanners werden misbruikt om aan de spoorweg te werken. Het is haast door de tijd uitgewist wat zich daar heeft afgespeeld. Ze staan zelfs niet in onze geschiedenisboekjes wat onze ouders daar hebben meegemaakt.

We stapten maar weer op de bus richting Lampang we voelden dat we al te lang weg waren geweest uit Mae Moh. We moesten terug, wij hadden al die tijd met onze thuisbasis geen contact gehad, want het was onmogelijk naar de bouwplaats te bellen.

Dan voel je hoe ver je van huis weg bent, je krijgt op zo’n moment een claustophobisch gevoel, haast paniekerig zo midden in Thailand.

We kwamen laat in de middag in Lampang aan en na een korte onderbreking gingen we met onze bouwplaatsbus met onze bekende chauffeur weer terug naar onze bouwplaats.

We waren moe maar voldaan dat we het land zowat doorkruist hadden en zoveel gezien. We hadden ontelbare foto’s en dia’s gemaakt en je kunt het draaien of keren, maar elke dia in Thailand is een juweeltje van kleurencombinaties. Je hoeft er niet al teveel voor doen om zulke foto’s te maken.

We moesten weer aan de slag en daar waren serieuze vorderingen gemaakt om de fabriek op te starten, dus begonnen wij weer simulatietesten uit te voeren.

's Nachts in de jungle komen alle insecten op de verlichtingslampen af en zo ook vrij grote duimdikke torren, die door onze compressor operator verzameld werd in een groot blue band margarine blik en op de tweede trap van de compressor geroosterd werden.

Elke keer dat ik in de compressorhal kwam werd er één aangeboden en de compressor operator deed me dan voor hoe je zoiets aan moet pakken en gooide na de vleugels afgepeld te hebben de rest van de tor in zijn mond.

Hij kauwde er smakelijk op alsof hij een stuk chocolade zat op te eten. Ik had op dat moment zo vies naar hem staan kijken alhoewel ik er ook één zou hebben willen proefen, dat hem niets overbleef dan met zijn rechterhand met uitgestoken wijsvinger het gebaar maken dat het de potentie vergroot.

Dat doen ze met alle insecten, zoals grote dikke houtwormen, die leken op overgrote maden, krekels, vliegende witte mieren, alles wordt letterlijk geroosterd en opgegeten.

Op de markt vind je naast de normale groenten en fruitstallen ook de gedroogde visstallen, waar je ontelbare soorte gedroogde vis kunt krijgen, maar ook platgedrukte gedroogde gerookte kikkers op een bamboe stokje wel twintig stuks op één stokje gestoken schijnt een lekkernij te zijn.

Wij vroegen op de markt wat ze er mee deden en dan kreeg je een hele uitleg hoe dat klaar te maken. Wij deden dat op z’n Thais en dan ben je heel gauw ingeburgerd, dan willen ze alles over je weten en onthielden jouw Thaise roepnaam.

Leichi’s, mango’s, papaja’s zijn de geijkte vruchten in Thailand, maar de fameuze durians zijn het best van Thailand. Maar je mag ze niet in jou hotel of vliegtuig meenemen daar ruiken ze veel te sterk voor, maar je moet het in groep eten wat het veel gezelliger maakt.

Dat is ook zo met het gewone eten. In groep kun je meer gerechten proeven en dat onthouden wat jou het beste smaakt en natuurlijk opschrijven. Ik moet er nu niet aan denken want het water loopt mij weer uit mijn mond.

Orchdeeën vind je ook op de markt zowel op steel als aan een plant. Alle soorten hybriden van wit tot nagenoeg alle kleuren van de regenboog. Er zijn in Thailand zo’n 2600 species in allerlei vorm en grootte.

Als je in een lux hotel logeert, vind je 's avonds meestal een chocolaatje en een orchidee op je kussen. Ik vind persoonlijk dat de service in de hotels heel goed is, zelfs beter dan in Singapore.

Het was dan eindelijk zover we konden opstarten en iedereen was nerveus. De eerste keer is altijd de meest spannende dan weet je ook of er problemen kunnen optreden. Heb je problemen dan gaat dat meestal gepaard met pure ammoniakwolken, die in de fabriek blijven hangen en iedereen zal met een gasmasker moeten rondlopen.

Alles was overdag voorbereid en middernacht waren wij gestart. Het zenuwcentrum is de controlekamer in de fabriek die vol stond met Thaise Ingenieurs en direktieleden.

Het duurde een paar uur voordat de reactor overliep en de vloeistof ingedampt kon worden alvorens naar de priltoren gestuurd kon worden.

Toen de eerste prils vielen renden alle operators naar de priltoren uitloop om elkaar met de prils te laten bestrooien. Sommige operators gingen zover om de prils in hun mond te steken, maar die hebben dat weer mooi uitgekotst, die dachten weer dat het een produkt zou zijn om je potentie te verhogen, maar dat liep toch falikant verkeerd af.

Ze zijn na die nacht overtuigd dat deze bolletjes niet eetbaar waren, althans niet voor menselijke consumptie. Het is wel mogelijk om varkens en koeien daarvan te voorzien maar ook in zeer kleine hoeveelheden.

Het eigenaardige met dit opstarten was dat de operators zo snel wisten waar hun plaats was en wat ze moesten doen. Ze hadden de techniek van opstarten en in bedrijf houden in zeer korte tijd onder de knie gekregen.

We hadden gedacht dat wij minstens 6 maanden ter plaatse moesten blijven alvorens wij naar huis konden gaan. Maar na 2 maanden konden we reeds vertrekken en dat was natuurlik minder leuk.

Vlak bij ons kamp was een groot meer dat als watervoorraad werd gebruikt om de lokale behoeften te dekken. Zo ook werd het water gebruikt voor de plaatselijke landbouw, drinkwatervoorziening, buffelwasserij en viskultuur.

Het meer was voor een groot deel bedekt met waterplanten die zich enorm snel vermenigvuldigen. Ook de grote rivieren en zijarmen zitten meestal volgegroeid met dezelfde waterplanten.

Naast het meer is een grote electriciteitscentrale gebouwd die op bruinkool draaide.

Toen de chemische fabrieken gestart werden kwamen er veel carbonaten en ammoniumnitraten vrij en die werden allemaal in het meer gespoeld.

Na een maand draaien was het hele meer vrij van waterplanten. Alle waterplanten waren verdwenen en het meer zat vol nitraten.

De vissen werden dikker en groter en de omwonenden mochten geen water uit het meer voor consumptie gebruiken.

Er werden putten geslagen om de drinkwatervoorziening te verzorgen, maar niet iedereen kon zich van schoon drinkwater voorzien want die woonden te ver af van de waterleiding. Dus bleven veel mensen water uit het meer gebruiken met als gevolg dat veel mensen met hun gezondheid problemen kregen.

Het is droevig te constateren dat met het gebied te ontsluiten niet direkt het gewenste resultaat wordt bereikt en dat de negatieve neveneffecten groter zijn dan de doelstelling.

Greenpeace bestond nog niet in die tijd dus trok niemand er zich iets van aan maar dat kan de oorzaak zijn van de sluiting van het hele project.

Aan één kant wel jammer van al die verspilde energie. Waar zijn nu alle operators gebleven en waar is Visit mijn lijfwacht die mij dag en nacht als een beschermengel gevolgd is.

Thailand heeft geen sociaal systeem waarbij je op pré-pensioen of in de ziektewet kunt gaan zoals in Europa. Je krijgt niets als je ziek wordt of werkeloos raakt, geen mens die je daarbij helpt.

Het systeem in deze landen berust hierin dat als er iemand van de familie een goede en vaste job heeft, de hele familie daarvan profiteert. Ze zeggen ook wel dat als je een meisje uit deze landen trouwt, je haar hele familie erbij krijgt dwz niet alleen de ouders, maar ook de grootouders, broers en zusters. Als alleen werkende krijg je deze last erbij.

Is er niemand in de familie die werk heeft, dan verkoopt men de dochters. Die gaan in de prostitutie of in de misdaad dat is de keiharde realiteit. Een mensenleven hier is dan niet veel meer waard niet voor de "goede," maar helemaal niet voor de slechterikken, die maken ze af alsof ze een vlo doodknijpen.

De rijke mensen en die van de middenstand kunnen hun kinderen meestal naar school sturen en laten verder studeren. Wat de grote onderlaag van de bevolking betreft, als ze een lagere school mogen volgen, behoren ze tot de gelukkigen. De overigen van deze groep doen het vuile werk.

Je komt er niet onderuit en hoe lang kun je dit vuile werk volhouden? Er bestaat in Thailand ook een moderne stroming om vrouwen te trainen voor manlijke beroepen, omdat de maatschappij er zoveel van nodig heeft zoals bij de politie, de militairen, in de techniek als lassers, tekenaars, electriekers en dat schijnt goed te lukken.

Wij hadden bij ons op de bouwplaats ook vrouwen in alle beroepen: laboranten en electriciëns waren de grootste groepen. Natuurlijk waren onze bureaulampen altijd stuk. Maar al bij al vond ik Thailand in die tijd heel vooruitstrevend.

Waarom er bij de Thais tegenover de vrouwen geen vooroordeel bestaat, ligt waarschijnlijk in hun Boedistisch geloof verweven dat niet aan zulke strenge regels gebonden is als Islam, waar vrouwen in mannenberoepen haast ondenkbaar is.

Er bestaat in Thailand ook geen politie of geestelijken die kijken of de leefregels volgens het Boedistisch geloof, worden nageleefd. Daarom dat de Arabieren maar niet alleen zij graag naar Thailand vliegen om hun vakantie hier door te brengen om zonder dat ook maar iemand zich wat van hem wat aantrekt.

Geen probleem met politie of andere religieuze instanties die je het leven zuur maken. Je voelt je in Thailand vrij.

Je geeft de bedelende Boedistische monniken een aalmoes of wat geld en je bent met iedereen de beste maatjes.

Leven en laten leven staat bij de Thais hoog in hun vaandel geschreven. In feite is Thailand een matriarchaat want de bazen of bezitters van nagenoeg alle winkels zijn vrouwen, ook de bedienden.

Als je dan ook voor het eerst in Thailand in een winkel komt om bv een ring of houtsnijwerk te kopen, ben je als buitenlander verkocht. Ze doen alle moeite om je te laten voelen dat je de mooiste en belangrijkste persoon bent om toch maar iets van hun te kopen.

Heb je al je spaargeld aan al deze spullen besteed dan ben je weer de gewone buitenlander, maar charmant blijven ze tot je weer naar buiten stapt.

Als je een gids wilt hebben om je door Bangkok of Chiengmai te laten gidsen, kun je dat op vele manieren doen. Er zijn studenten die je kunt inhuren voor 50 Baht (ca. $2,5) per dag daarbovenop moet je wel zijn drinken en lunch betalen.

Je kunt je een mooie hoezepoes inhuren maar dat gaat je al gauw wat meer geld kosten, maar het gidsen worden met andere geneugten afgewisseld. Zeer in trek bij de sex toeristen. De beroepsgidsen brengen je ook altijd naar winkels en restaurants die hem ook een tip geven en voor de rest doet iedereen wat in de handel.Van condooms tot hash.

Eén van onze hobbies was naar Thaiboksen gaan in Lampang. Zo’n evenement was meestal niet voor vrouwen. Daar wordt heel sterk gegokt en er worden fortuinen verloren en gewonnen. Een groot deel van het goksyndicaat is daar meestal aanwezig. Als er geld te halen valt staan ze meestal vooraan.

Wij gingen meestal met onze Thaise bodyguards naar dergelijke optredens en iedereen had zijn schietijzer op zak ook wij. Het stonk er erg naar zweet, want het is er bloedheet op zo’n opeengepakte ruimte. De boksers zijn meestal slanke gespierde kerels. Ze hebben een glimmend boks-short aan. Geen schoenen maar wel swachtels rond de enkels. Verder de normale bokshandschoenen en een blik op oneindig.

Er wordt met Thaiboksen zowel met de handen gebeukt als ook met de voeten geschopt. Dat laatste brengt veel meer verwondingen toe aan de tegenstander dan het stoten met de bokshandschoen. Kaken worden stukgeschopt, ribben gebroken, als een goed lekgeschopte op de grond ligt wordt of moet hij meestal met de brancard afgevoerd worden.

Ik heb nooit begrepen of dit een gezonde sport is om je zo voor rot te laten schoppen, maar het schijnt veel geld op te brengen.

Na de match is het meestal feesten in het ons bekende restaurant met bier en Mekong whisky en indien mogelijk met de meiden, die zijn niet altijd beschikbaar want soms zijn die op voorhand geboekt.

Onze vrije tijd werd steeds korter omdat wij met serieuze startprocedures en testen om de fabriek voor een langdurige run om die dan te kunnen afstellen en gedurende een langere periode de testrun te kunnen uitvoeren en deze dan over te dragen aan onze klant.

Na maanden alleen maar simulaties te hebben uitgevoerd waren we blij dat er weer werk aan de winkel was en dat de tijd sneller voorbij ging.

De nieuwigheid van Thailand was eraf en er waren geen avonturen meer te beleven, want we konden nu niet zomaar voor een paar dagen weg. We kunnen hooguit 12 uur vrij krijgen en dat was tekort om lange reizen te ondernemen.

We gingen hooguit nog naar Lampang dat een uur rijden bij ons vandaan lag om alleen nog boodschappen te doen, foto’s laten ontwikkelen en haar laten knippen.

Het verwonderde ons nog steeds dat alle instrukties die wij doorgaven in Thai werd gedaan en dat werkte wonder wel. De Thais waren daar bijzonder over te spreken en begonnen de fabriek zelf te runnen waardoor wij overbodig werden en ons klaar moesten houden om te vertrekken.

Zo kregen wij onze marsorders waarbij wij met ons drieën huiswaarts konden keren. We kregen een week om ons te boeken op een vlucht huiswaarts. Toch een raar gevoel dat je nu alle tochten en reizen door Thailand als afgesloten moest beschouwen.

Wat staat er nu voor een exotische reis thuis op mij te wachten. Al het houtwerk dat ik in al die maanden heb verzameld werden in grote kartonnen dozen ingepakt en de dag daarop met een kleine vrachtwagen met onze koffers naar het vliegveld gereden.

De dag daarvoor hebben wij van alle opperators, techniekers en ingenieurs afscheid genomen.

Het was een vreemde gewaarwording dat je zoveel mensen achter je moest laten. Het leek in het begin dat wij daar veel langer mee moesten samenwerken.

Martin, Jan en ik reden in de VW-bus naar het vliegveld in Lampang niet wetend dat de Thais onze fabriek hadden stilgelegd en alle operators, techniekers en ingenieurs ons in bussen naar het vliegveld gevolgd waren.

Op het vliegveld begonnen ze afscheidliederen te zingen en wij kregen bloemenkransen omgehangen en wij kregen allerlei afscheids geschenken.

De bloemenkrans kreeg ik van mijn voorman bodyguard Visit met tranen omhangen. Dat zingen en handengeklap was zo ontroerend dat ik me dat nu nog als de dag van gisteren kan herinneren. Zo’n afscheid heb ik nooit meer in mijn hele carrière meegemaakt.

void

Deze webpagina is nog volop in ontwikkeling, zodat er alleen nog maar ruimte is gereserveerd voor een naschrift.