Het Zuiderkruis Kamp BORO
Mw. A.P. Walstra-Gauwnstra, (transcriptie NIOD nr. 055279)   Terug naar: Lied/voordracht-overzicht

Navigatie:
Einde verslag
Pagina 1
Pagina 2
Pagina 3

- 1 -

Het kamp was gelegen op 34 km. ten N.W. van Djocja bij Moentilan, het klimaat was onbestendig, de nachten warm dan weer koud en overdag erg warm.

Aantal kampbewoners


	18-3-46		33
	Bijgekomen op
	20-3-46		30
	21-3-46		25
	22-3-46		38
	23-3-46		16 +
			142
	Vertrokken op
	24-3-46		1  -
			141
	Bijgekomen op
	25-3-46		14
	27-3-46		20
	28-3-46		15 +
			190
	Vertrokken op
	23-4-46		 5
	29-4-46		 4
	 9-5-46		10 +
			19
	Bleven over 190-19=171
	Bijgekomen op
	31-5-46		 2
	18-6-46		 3
	20-6-46		33 +
			189
			

			189
	Vertrokken op
	20-6-46		  6 -
			183
	Bijgekomen op
	22-6-46		 24
	25-6-46		  9 +
			216
	Vertrokken op
	16-7-46		  3 -
			213
	Bijgekomen op
	28-7-46		  3 +
			216
	Vertrokken op
	31-7-46		  2
	30-8-46		  2
	 5-9-46		  8
	 9-9-46		  4
	15-9-46		  4
	24-9-46		 23
	28-9-46		  3
	30-9-46		  2
	31-10-46	  4 +
			 52
		216-52= 164
Top		  

De g´nterneerden werden door Polisie Tentara naar Boro vervoerd, na voorafgaande aanzeggingen door de betrokken mantri, Panggrek Prodjo, dat zij naar beschermingskampen zouden worden gebracht.


Kampleidsters waren voor de
Benedenflat		:  Mevrouw A.P. Walstra-Gauwnstra
Midden- en bovenflat	:  Mejuffrouw J.W. Horst,
	terwijl ook de dames
			   Mevrouw E.C. Elzinga-Dagevos
			   Mejuffrouw N.I.S. Gortmans
				"     E.B. Persijn
			   Mevrouw B.L. Shamier
			   Mevrouw E.J. Wolff-Leerdam
	een werkzaam aandeel hadden.

Mevrouw B.L. Shamier kwam in de plaats van Mevr. D. Oudewaal, die op 16-7-46 voor goed naar de stad is vertrokken als Warga Negara. Top

Het kamp bestond uit 3 gedeelten: Boven-, Midden- en Benedenflat.
De bovenflat was vroeger een schakelschool, de middenflat was een weverij en zeepziederij, terwijl de benedenflat een gewezen vervolgschool was. De muren van de vertrekken van de bovenflat en benedenflat waren half uit steen en half uit gaas opgetrokken, terwijl de middenflat uit steen was opgebouwd. In het begin waren de kamers 4 en 5 onbewoonbaar vanwege de lekkages en daardoor een vochtige vloer. De inwoners van die kamers hadden op eigen kosten baleh-baleh's moeten aanschaffen. De gaasbedekking van de kamers 13 t/m 17 in de bovenflat was half met kepang aangebracht, daar de zon er fel op scheen en tevens tegen de regeninslag, daar er ook gekookt moest worden.
Afvoergoten werden aangebracht voor geregelde doorvoer van wasch- en afwaschwater. De tuin was oorspronkelijk beplant met ketela en katjang, die uitgetrokken werd, waarop de tuin daarna gebezigd werd voor speelplaats, sport- en droogveld.
De boven- en middenflat waren voorzien van waterleiding, de benedenflat niet, wel was er een put aanwezig, waar gewasschen en gebaad kon worden. Aangezien het aantal bestaande badkamers en w.c.'s niet berekend was op het groote aantal kampbewoners, werden noodbadkamers en w.c.'s aangebracht, terwijl een aparte badkamer werd bijgemaakt, speciaal voor wachtdoend personeel.

- 2 -

Voorziening in levensbehoeften Top
Heel in het begin mochten de kampbewoners naar de passer gaan d.w.z. op de passerdagen Pon en Kliwon, later werd deze passergang verboden, daar de ge´nterneerden hun groenten en vruchten bij den loerah moesten betrekken tegen Panitiaprijzen (inkoop + 10%). Aangezien de groenten heelemaal uit Moentilan moesten komen, kwam het vaak voor, dat er geen voldoende aanvoer was. Mede in verband met de groote afstand werden de prijzen ook vaak verhoogd. Na 1½ maand inkoop bij den loerah werd ook dit weer stop gezet en de kampbewoners werd toegestaan hun inkoopen te doen bij de dichtstbijzijnde warongs, welke in aantal steeds toenamen. De dame, belast met de inkoopen, zorgde voor de aanvulling uit de stad van levensmiddelen, welke hier niet verkrijgbaar waren, als dendeng, kroepoek, bruine bonen, katjang idjo, enz.
Als gevolg van het geringe aantal vervoermiddelen werden de inkoopen uit de stad sinds 18-6-46 stopgezet. Verzocht werd de aanvullingen uit de stad wederom geregeld plaats te doen hebben.

Verstrekkingen op bon:
In de afgelopen 4 maanden werden de ondervolgende bonnen verstrekt: Beras 4x ± 2 kg. per persoon per keer. Witte suiker 1x Petroleum 2x Zout 6x

Daar de bewoners voor eigen verlichting moesten zorgen, werd in het bijzonder gevraagd om ruimere verstrekking van petroleum. Top

Af en toe kreeg het kamp bezoek van den heer Soedibjo (Hoofd Panitia Oeroesan Tawanan), die voor bespekingen van aangelegenheden betreffende het kamp kwam; 3x werd hij vergezeld door Dr. Samsoedin, die de zieken onderzocht en indien noodig de zieken naar de stad liet vervoeren voor medische hulp aldaar (bestraling, doorlichting, enz.). De minder ernstige zieken konden in het dichtbij gelegen R.K. ziekenhuis worden behandeld en eventueel verpleegd. Dr. Samsoedin hielp het kamp met de noodige medicijnen en verbandstoffen.

Aangezien de kampbewoners op eigen kosten in hun levensonderhoud moesten voorzien, bleek reeds na een maand i.v.m. de voordurende stijging van de prijzen van de levensmiddelen en het uitblijven van voedselverstrekking door IndonesiŰrs het dringend nodig te zijn over te gaan tot verkoop van kleedingstukken.
Begin Juni vond een groote openbare verkoop plaats, welke ongeveer 10 dagen duurde. Deze verkoop had plaats i.v.m. de aanzegging van de heer Soedibjo, dat de leden uiterlijk op Vrijdag 14 Juni '46 zouden worden opgehaald voor evacuatie met medeneming van niet meer dan 25 tot 30 kg. bagage per persoon. De evacuatie ging echter niet door. Van de opbrengstvan deze verkoop werd 2% bij de Panitia gestort en 3% in het kampfonds, welk fonds is opgericht met het doel minvermogenden onder de kampbewoners te steunen. Bedoeld fonds werd verder in tact gehouden door een geringe wekelijkse vrijwillige bijdrage. Uit dit fonds werd bijv. op het laatst nog een gezin bestaande uit 9 leden gesteund. Dit in tact houden was nodig, aangezien het aantal minvermogenden binnen korten tijd aanzienlijk vermeerderde.Het kampfonds zou anders niet toereikend geweest zijn om al deze minvermogenden te helpen. Top

In het begin konden de R.K. kampbewoners iedere Zondag de dienst in de naastbijzijnde R.K. kerk bijwonen. Later is deze kerkgang tot 2x per maand, benevens op Christelijke feestdagen, beperkt.

I.v.m. het tekort aan onderwijskrachten, alsmede het tekort aan schoolbehoeften en leermiddelen, kon eerst na aankomst van de uit het kamp Bintaran naar Boro overgebrachte leden, die over voldoende leermateriaal beschikten, les gegeven worden aan de kinderen.
De lessen vlotten echter weer niet erg, aangezien ondanks de aanvulling er nog geen voldoende materiaal was voor het groote aantal kinderen. Sport en gymnastiek werd door de jongeren onder toezicht beoefend. Van den loerah alsmede van Panitia-leden werd steeds alle mogelijke medewerking ondervonden.

Het wachtdoend personeel bestond in de eerste dagen uit leden van de Polisie Tentara, die later afgelost werden door de T.R.I. (± 25 man, welk aantal opnieuw werdteruggebracht tot 8). De T.R.I. werd in het begin bijgestaan door Laskar Rajat, de L.R. bewaking werd kortgeleden opgeheven. Top
Het gedrag van de T.R.I. leden gaf behoudens enkele kleinigheden als rumoer maken gedurende de voor het kamp vastgestelde rusturen en hun wel eens voorkomende arrogante houding, geen reden tot klagen.
Van de Laskar Rajat, die hoofdzakelijk de wacht hielden op de galerijen voor de kamers,

- 3 -

hebben de kampleden veel last ondervonden door hun hinderlijk en aanhoudend gepraat en gelach in de nacht.

Op 4 April en 11 Aug. 1946 werden Roode Kruis pakketten ontvangen (gaven van andere kampen, aangezien het kamp Boro toen nog niet erkend was). De eerste maal werd 1 doos, inhoudende 4 pakketten, verdeeld onder 40 personen, de 2e maal onder 28 personen.
Eerst na het bezoek van den heer Helbling, eind Aug. 1946, werd Boro als kamp erkend.
Op 12-10-46 en eind November 1946 werden wederom R.K. pakketten ontvangen, thans een groote doos, inhoudende 4 pakketten, verdeeld onder 8 personen. Op 12-10-46 werden tevens ontvangen 2 kisten jam en 2 kisten Sunlight zeep, benevens medicijnen. Eind Augustus kwam bezoek van den heer Helbling van het Intercross met het doel het kamp op te nemen. Door hem werden de w.c.'s van de benedenflat toen afgekeurd.
Op 12-10-46 kwam op bezoek de heer Soebagio (Polisie Tentara) voor het ophalen van het Nipponse geld ter inwisseling tegen Rep. geld. Door hem is een bedrag van f 637,50 naar de stad medegenomen ter inwisseling bij de Bank. Top
Op 26-10-46 kreeg iedere kampbewoner gratis f 1,- Rep. geld van de P.O.T.
Vanaf 26-10-46 werd betaling van inkoopen in Nipponsch geld door de bevolking geweigerd.
Daar toen van de P.O.T. nog geen Rep. geld was ontvangen, kon alleen worden ingekocht middels ruilhandel. Lege blikken, beschadigde potten en pannen, oude kleeren, enz. werden tegen eieren, groenten, vruchten, beras en olie ingeruild.
Eerst op 30-10-46 werd een gedeelte van het ingewisselde Nipp. geld in Rep. geld ontvangen tegen een koers 50 op 1.
Op 29-10-46 werd het geheele kamp, zomede de wacht, zusters en verpleegsters van het Roode Kruis ziekenhuis tegen pest ge´njecteerd.
Op 13-11-46 bezocht de heer Soedibjo (P.O.T.) het kamp opnieuw en deelde mede, dat het kamp Boro zou worden opgeheven en overgebracht naar Gandjoeran.
17-11-46 t/m 21-11-46 werd verhuisd naar Gandjoeran.
21-11-46 werd het nog resteerende Rep. geld ontvangen.
Naar Gandjoeran werden overgebracht 121 personen en naar het Bintarankamp 43 personen (zieken + gezinnen).
In tegenstelling met Boro werden de levensmiddelen hier door Panitia ingekocht en verder gedistribueerd. Top
Begin December 1946 kreeg Gandjoeran bezoek van de heeren Schwartz en da Silva. Kerstcadeaux in de vorm van f 10,- per persoon werden toen ontvangen. Van de P.O.T. ontving men bovendien nog f 2,25 per persoon (blandja geld voor 15 dagen).
24-12-46 en 25-12-46 vertrok men naar het Bintarankamp voor evacuatie.
Op 25-12-46 werden R.K. kerstpakketten ontvangen, benevens speelgoed voor de kinderen.
Op 26-12-46 om half 10 's morgens vertrok men uit Djocja. Na een voorspoedige reis, behalve, dat door lekkages in 2 wagons deze in Kroja moesten worden verwisseld, kwam men in Batavia aan op 27-12-46. Gedurende de reis kreeg men 4x eten en drinken. In Gombong werd een wagon met ± 50 evacuees aangehaakt.

De stemming onder de kampleden was, de huidige tijdsomstandigheden in aanmerking genomen, goed te noemen.


Naar de Warga Negara gingen 13 personen over.
Het zij:	Mevr. Oudewaal en 2 kinderen.
		den Heer J. Kraag en 2 dochters + kleinkind.
		Mevr. A. v. Polanen Petel en 1 kind.
		Mevr. A. Frederiks-Stofberg en 3 kinderen.
De 3 dames moesten naar de Warga Negara overgaan, daar hun echt-
genooten in het kamp Poendoeng daartoe waren toegetreden. Top


Onder Klapperbomen

Terug naar: Top       Terug naar: Lied/voordracht-overzicht