Het Zuiderkruis SEWOEGALOER
Auteur: hoofdredacteur Djokja Bode A.H. FŁhri (27-12-1946)       Terug naar: Lied/voordracht-overzicht

Navigatie:
Einde verslag
Pagina 1
Pagina 2
Pagina 3

A.H. (Miep) FŁhri-van Mierop

- 1 -

Vrouwenkamp I
SEWOEGALOER (Djokja).

Den 3en December 1945 werd plotseling, zonder eenige voorafgaande waarschuwing, een honderdtal vrouwen met haar gezinnen te Djokja woonachtig, geÔnterneerd.

Zij werden gebracht naar het oude Zendingsziekenhuis te Tegal Boeret, meer bekend onder den naam Sewoe Galoer, 42 km. van de stad Djokja gelegen en ± 4 km. van de zuidkust.

Per bus en per vrachtauto werden deze vrouwen en haar kinderen daarheen vervoerd, in totaal 348 personen t.w. 149 vrouwen, 116 meisjes en 83 jongens.

Verplaatsingen hadden niet plaats, wel kwam in Maart een tweede lichting, deze keer met mannen en jongens van boven de 18 jaar. In totaal kreeg het kamp 47 vrouwen, 14 mannen, 32 meisjes en 30 jongens bij. De 3e lichting kwam in Juni/Juli bestaande uit 14 vrouwen, 3 mannen, 22 meisjes en 11 jongens.

Op 21 November kregen de moeders haar jongens, die te Poendoeng geÔnterneerd waren terug, zoodat er toen nog 21 jongelui bijkwamen.

Bij de opheffing van het mannenkamp Poendoeng, kreeg Sewoe Galoer ten slotte nog 21 singletons bij (mannen, die geen familie, of echtgenote in Djokja of de andere kampen hadden). Voor deze bijvoeging ontving het kamp een tegemoetkoming van 2 kleine zakken rijst, de vrouwen mochten deze heeren dus verder van voedsel voorzien! (De mannen hebben het ons dubbel en dwars vergoed door hun zeer groote hulp bij het vullen van de mandibakken, het versjouwen van koffers, etc. bij het vertrek, doch het blijft desnietemin een feit, dat het vrouwenkamp deze mannen had te voeden uit eigen beurs). Top

In den oproep stond: 3 stel kleeren, keukengerei, 1 tiker en 1 kussen. Wie het waagde meer mee te nemen, liep de kans, dat het overtollige door de politie werd geconfiskeerd. ("di-beslag politie" stond er letterlijk).

Degenen die een trekkar konden bemachtigen, riskeerden zulks en kwamen nog met bultzakken en een goed gevulde klerenkoffer in het kamp, doch het grootste deel der dames had danig te lijden onder den boycot der andong-koetsiers, die door de Pemoeda's streng bedreigd werden de evacuees niet te rijden.Te voet moest dus den afstand van huis naar het commissariaat worden afgelegd.

In het kamp werden geen goederen afgenomen. Visitatie had evenmin plaats, alleen werd naar wapens, radio- en zendtoestellen onderzoek gedaan.

Voeding. Officieel werd rijst verstrekt, doch zeer onregelmatig. Hiervoor moest trouwens worden betaald, weliswaar tegen een lagere prijs dan den gangbaren, doch nimmer werd gratis rijst verstrekt.

Dit was ook het geval met suiker, olie (klŠpper-) en zout.

Ofschoon ons in het uitzicht werd gesteld, dat wij passerwaarts mochten op passerdagen is zulks slechts eenmaal geschied.

De etenswaren: groenten, klapper, roode suiker, eieren, etc. werden voor ons ingekocht door het dagelijks bestuur, dat op de prijzen nog 25% legde ten eigen bate. Top

Een andere wijze van inslaan bestond niet, zodat de gÔnterneerden volkomen afhankelijk waren van den goodwill van de Panitia. (Eerlijkheidshalve moet ik hieraan toevoegen, dat de Panitia de dames steeds ter wille is geweest, al zijn de aangelegde prijzen dan ook zeer hoog te noemen).

Er werd collectief ingekocht en naar aanvraag over de verschillende blokken en zalen verdeeld, zulks deden onze eigen zaalhoofden en passerdames.

R.K.-pakketten werden driemaal ontvangen. De eerste keer met medicijnen, de tweede keer zonder medicijnen en de derde keer weer met medicijnen, doch steeds in ongeschonden toestand.

Ligging. Gedeeltelijk in zalen. Ruime luchtige ruimten van steen opgetrokken metmooie openslaande ramen en een cementen muur. Anderdeels in barakken van bilik, welke in kamers waren verdeeld. Degenen, die in gezinsverband wilden blijven, verkozen deze bilikken kamertjes. Er was genoeg ruimte, zoodat de ligging ruim toegemeten was. Oorspronkelijk lag men op tikers, later na een zending uit de stad sommigen op bultzakken. Er konden ook baleh2's besteld worden ŗ f 20.- per stuk. Hiervan werd ruim gebruik gemaakt.

Het aanwezige sanitair van het oorspronkelijke zendingsziekenhuis functioneerde niet goed, daarenboven onvoldoende voor ± 600 geÔnterneerden. Dus werden er latrines gebouwd, vlondertjes boven stromend water, 1 voor de dames en 1 voor de heeren. Top

Lichtvoorziening. Oorspronkelijk verstrekte de Panitia ons petroleum, 1 dm. per persoon, later moest hiervoor worden betaald, 1fl. petroleum van ± 600 cc. f 18.- !

Water haalden we uit 2 putten, die steeds volop water hadden.

- 2 -

De medische hulp was toevertrouwd aan Zr. Wong-v/d Linden, die de zalen iederen morgen en middag langs ging. Het aantal ernstige zieken was gelukkig niet groot. PatiŽnten met besmettelijke ziekten werden zooveel mogelijk geÔsoleerd, zoodat epidemieŽn geheel niet voorkwamen. Bij gebrek aan plaatsruimte nam zij ze zelf in haar eigen kamer.
Een eeresaluut voor Zr. Wong is hier zeker op haar plaats, gezien de gebrekkige middelen waarmede zij te kampen had.
De opvolgster van Zr. Wong is Zr. Hanny Wyenschenk-In 't Veld die het initiatief nam voor een polikliniek. Reeds eerder hadden de behandelende kampgeneesheren, de doktoren Alimoerti en Samsoedin, zulks geadviseerd, doch door gebrek aan verbandmateriaal en ontsmettingsmiddelen kon zulks niet tot stand komen. De ruime voorziening en aanvullingvan het bovengenoemde door het Roode Kruis, gevoegd bij het organisatorisch talent van Zr. Wyenschenk, maakten het mogelijk, dat Sewoe Galoer niet alleen een polikliniek rijk werd, doch dat een goed functioneerende poliklinische dienst tot stand kwam. Top

Na de evacuatie van Zr. Hanny Wyenschenk op 10/5 nam haar rechterhand Zr. Deety van Zeventer de opengekomen plaats in. In het begin deden zich geen moeilijkheden voor en kon alles in het reeds door Zr. Hanny gebaande spoor verloopen, doch gaandeweg werd het gebrek aan verbandmateriaal en geneesmiddelen duidelijk voelbaar, zoo zelfs, dat de polikliniek moest worden opgeheven. Dit laatste viel te betreuren. Door het vakkundig behandelen en desinfecteren van blessures, kampschurft, eczeem en ander soort huiduitslag, werden de gevallen gereduceerd tot een zeer beperkt aantal. Het georganiseerd verplegend personeel (E.H.B.O.-zusters uit ons meisjescorps en de corvee-jongens voor het schoonhouden en uitspoelen van kommen en fleschen) werkten met zulk een ernstige toewijding, dat hierdoor inderdaad gunstige resultaten werden bereikt. Doch doordat veelmedicijnen met de Apwi-dames waren meegegeven en in de loop van den tijd geen aanvulling werd verkregen, kon slechts over een kleine hoeveelheid geneesmiddelen beschikt worden.

Noemden wij in het begin van ons verslag Dr. Alimoerti en Dr. Samsoedin als de behandelende geneesheren, nog moeten wij hier even Dr. Soekardi memoreeren, die toen beide geneesheeren niet meer beschikbaar waren, laat in de avond medische hulp verleende aan een ernstig hartlijdster op zaal C. Top

Ernstige ziektegevallen deden zich gelukkig niet voor, slechts sporadisch voorkomende bac. en amoebe-dysenterie en een lichte malaria-explosie. Bevallingen werden in de stad behandeld.

In het begin kwam de dokter iedere week, doch sedert 6 maanden slechts na een herhaalde telefoonoproep.

Het is zelfs voorgekomen, dat de dokter, na een afwezigheid van twee maanden, na een 3 dagen achtereen herhaalde telefoonoproep van Mevr. Bos, eerst twee weken na dien op kwam. Het betrof een geval, dat veel had van paratyphus. Trouwens het ziekteverloop om de temperatuurlijst wezen in deze richting, constateerde de dokter naderhand.

Er was geen buitenhospitaal. Slechts voor operaties of bevallingen werd van den dokter een attest verkregen tot opname in de stad (het Petronella Hospitaal = Roemah Sakit Poesat; "Onder de Bogen" = Panteh Rapih).

Het vervoer daarheen geschiedde per truck (42 km.!). Een hoogst enkele keer mocht een patiŽnte in den doktersauto mee. Top

In de R.S. Poesat was het voedsel zeer onvoldoende, de patiŽnten moesten zelf voedsel bijkoopen. Dysenterie-patiŽnten moesten zelf naar de W.C. loopen, hygiŽnische voorzorgsmaatregelen werden zeer verwaarloosd.

Hoewel primitief was de bewakingsdienst goed georganiseerd onder de jongens, die onder directe commando stonden van ons kamphoofd Mr. Bos. In het begin was de bewaking toevertrouwd aan 3 agenten + 30 laskars, en was de dienstregeling als volgt: 's morgens deden slechts 10 laskars dienst en 's avonds slechts 30 laskars. De laatste maanden bestond de wacht uit 3 gewapende agenten + 8 vaste laskars, die uitsluitend 's avonds dienst deden (vanaf 11 uur). De jongens moesten dus weldegelijk ingeschakeld worden, wilde men een eenigszins doelmatige bewaking hebben.

Zoo werden dus ronda-diensten ingesteld van 7 tot 11 uur 's avonds voor jongens van 11 jaar en daaboven. De dames deden wacht op zaal, blok of kamer.

Diefstallen kwamen niet veel voor, slechts 1 keer (met inbraak). Top

Mishandelingen kwamen niet voor. De behandeling was zeer correct. Het kamp werd beschouwd als een Perlindoengan "istimewa"!!

Roode Kruis formulieren kwamen nagenoeg niet binnen. Er werd druk gecorrespondeerd, ook met het mannenkamp, doch de brieven werden door de P.O.T. en P.T. (Politie Tentara) aangehouden. Heele stapels zijn op die bureaux terug te vinden.

Andere post kwam binnen middels briefkaarten, welke te Batavia gebust werden en als adres hadden "Brossot", Kamp Perempoean Sewoe Galoer.

Op deze wijze zijn vele berichtenons kamp binnengekomen met passeering van P.O.T. en P.T.

- 3 -

Sympathiek waren ook de heeren van de POPDA, die vaak brieven uit Batavia brachten.

Radio was uitgesloten. Berichten bereikten ons via de POPDA of de ons goed gezinde leiders van P.O.T., P.T. en POPDA. De Indonesische Voorlichtingsdienst (Kementarian Penerangan) heeft 2 dames (Dezentjť, een dame van slechte reputatie, eerst met een Chinees getrouwd, toen met een IndonesiŽr, Kapt. Tjakra Negara) en een keurig Indon. meisje Soelina op het kamp losgelaten, z.g. om ons voor te lichten. Doch de sterke propagandistische tendenz voor het Warga Negara-schap deden ons op onze hoede zijn. Top

We mochten ongelimiteerd schrijven, daar de brieven toch niet werden bezorgd.Materiaal hiervoor was aanwezig.

In Febr. kregen wij het eerste bezoek van het Intercross met de heeren Helbling en Descoeudres, alsook het Indon. Roode Kruis + de afgevaardigden van de Kraton.
Hierop nog eenmaal bezoek van den heer Helbling en den heer Moedono op 20 Aug. en tenslotte de heer Schwartz op 3 Dec.

Telegrammen ter opvraging werden ontvangen via het hulppostkantoor Brossot.
Slechts 1½% ging tot Warga Negara over en wel:
  1. Mevr. M. de Kanter-Sittrop, op verzoek van haar man; oud 56 jr.
  2. Mevr. C.H. Lamslag-Cerin, op verzoek van haar man; oud 51 jr.
  3. Jetje Lamslag; oud 19 jr.
  4. Trui Lamslag; oud 14 jr.
  5. H.C. Martens-Lamslag; oud 30 jr.
  6. Nancy Lemaire; oud 47 jr.
  7. L. Goldman; oud 23 jr.
  8. Ineke Goldman; 2 jr.
  9. Milly Goldman; 1 jr.
  10. Robbie J. Geurts; oud 5 jr., zoon van 1e huwelijk.
  11. O. Goldman, zuster van L. Goldman; 18 jr.

In dit kamp is niemand overleden. Top

Wij voorzagen in ons eten door den verkoop van kleedingstukken, etc. aan de Panitia.

In Januari - een maand na onze interneering - kwam het hoofd van de Harta Benda (Rechtsverkeer in Oorlogstijd) en deed ons suggesties aan de hand van machtigingen te verlenen aan nog niet geÔnterneerde personen of aan de Harta Benda zelf om goederen, meubels, etc. van ons te verkopen.

Degenen, die dit advies opvolgden, zijn er "bekaaid"van af gekomen. De eerste zending van telkens f 200.- kwamen prompt binnen, doch weldra moest men op het geld wachten.

Zoo werd langs wettige weg onwettige handelingen in de hand gewerkt.

Een kampfonds hebben we zelf opgericht om zodoende de behoeftigen (40% van ons aantal) van voedsel, etc. te voorzien.

In Mei ontvingen wij van het Ind. Roode Kruis f 17.350,- , ons door de heer Moerdono overhandigd en voorts op 31 Augustus f 10.000,- van een onbekend gebleven persoon, daarna eind Sept. nog eens f 10.000,- zowel voor collectief als individueel gebruik. Top

Oud Java geld was niet bruikbaar. Wel werd eens onderzoek naar J.B.-geld gedaan, doch geen visitaties.

De geest in 't kamp was goed, sterk saamhoorig en eendrachtig.

Connecties met buiten het kamp bestond niet. Met de bewaking werd niet aangepapt. Ons kamp stond bekend als het Nica-kamp en associaties met pemoeda's of dergelijke excessen kwamen dan ook niet voor.

Bijzondere aant.: Eind Sept. - begin Oct. kwam het kamp onder het Sultanaat.
Veel grootere souplesse, de Sultan gaf blijk van sympathie door het zenden van tomaten, vruchten, dendeng-tjeleng, etc. Nimmer werd een verzoek om rijst in de wind geslagen. Toen bij de wisseling van het Nippon-geld in Merdeka-geld wij om een ruil-passer vroegen, werd zulks door den Regent van het district, Mr. Sidarta (oud translateur onder onze regering), toegestaan.
Zoo is er veel om dankbaar te memoreeren. Bepaald honger is niet geleden, al laat de voedselvoorziening wel eens te wenschen over. Top

Batavia, 21-12-46.
w.g. A.H. FŁhri.

Onder Klapperbomen

Terug naar: Top       Terug naar: Lied/voordracht-overzicht