zestiende noot Organisatie van leiding en taakverdeling
      Terug naar: Algemeen overzicht
Het Zuiderkruis

Organisatie:

Verantwoordelijk namens de Republik Indonesia ( R.I. ) was de Panitia
Hij woonde met met zijn drie wettelijke vrouwen in een ommuurde woning met een eigen waterput. Elektra en telefoon waren er niet, noch bij de Panitia noch in de rest van het kamp.

De interne organisatie bestond uit drie kamphoofden, voortkomend uit de Kerkelijke Sociale Actie van de voorgaande Japanse tijd. Naar geloofsovertuiging cq. levensopvatting, in volgorde van aantallen:

  1. Protestanten: Tante Lot Bos
  2. Katholieken: Tante Wies Vermaes
  3. Humanisten: Mevrouw A.H. Fhri

Elk gebouw (barak)waar de genterneerden een plekje kregen, had een blok-hoofd, soms met aanvuldende verantwoordelijkheden. Zo was Tante Nessy van der Sommen ook verantwoordelijk voor de zogenaamde passerlijsten en zorgde Tante Roos Hager voor ontspanning en vertier.
Er waren een Corvee-dienst en een interne Bewakings-dienst ( de Ronda ). Dankzij deze diensten heeft Tante Lot kunnen bedingen bij de Panitia, dat er geen Indonesische Laskars binnen het kamp hoefden te komen.

Corvee: Werd geleid door Tante Lot zelf. Iedereen: vrouwen, meisjes en jongens werden ingeschakeld. Onkruid verwijderen, gras babat, de ploems en de waterputten schoonhouden.
Het optrommelen van sjouwersploegen was ook voor Tante Lot weggelegd.

Ronda: Werd opgezet en geleid door Bert Gallas, stond direct onder het Kamphoofd Mw Bos. Nadat Bert met 12 andere grote jongens naar Kretek was gedeporteerd, werd de ronda voortgezet door Dolf van Waardenburg ("balai-balai-poot"); de grootste van de jongens, zwijgzaam en sterk.
Tot  de leeftijd van ca. 16 jaar mochten jongens in ons vrouwenkamp blijven. Boven die leeftijd werden ze overgebracht naar het mannenkamp Poendong.
Met een smeulende oepet zwaaiend, deden jongens van negen en ouder, in paren, van zes uur 's-avonds tot middernacht over het kampterrein de ronde.
Tot de dageraad hadden dieven vrij spel.

Taakverdeling tussen de kamphoofden: Toen we in het kamp kwamen, troffen we er een vervallen missie-ziekenhuis aan dat al lange tijd verlaten was. Het terrein rond de gebouwen was overwoekerd met onkruid. Bij de eerste regenbuien werden we nat geregend in de barakken. Later wist je waar de lekken zaten en kon je je voorzorgen nemen.
Elk gezin moest zijn eigen kostje koken, dat in het begin erg primitief gebeurde. De kamphoofden en de Panitia bedachten het systeem van de "passar-lijsten".
Op deze lijsten verzamelde Tante Nessy de kookbehoeften van de respectievelijke gezinnen en diende die lijsten in bij de Panitia. Nadat de Panitia de inkopen had gedaan, werd hij afgerekend door Tante Nessy, geholpen door andere dames.
De opgeschoten jongens moesten de bestellingen afleveren.
Hoe kwam het geld voor de passar-lijsten in het kamp?

Nog in de maand december 1945 mochten de drie kampleidsters van de Panitia naar Yogyakarta voor zaken.
Te voet, liftend en balancerend over een lorry-brug over de kali Progo, bereikten de drie Yogya en werden tegelijk ingerekend door de politie en opgesloten in een grote kooi samen met andere zwerfsters en dieveggen.
Gevangenen die menstrueerden zaten op een bsk gevuld met zand...
Na twee dagen zag Wies een bekende jongeman en wist hem te bewegen de aanhouding van de kampleidsters hogerop te melden.
Het drietal kwam van een koude kermis terug in een militaire truck.
Na deze ervaring besloot Tante Lot nooit meer buiten het kamp te gaan; ze had het het trouwens niet erg op met "die veelwijver" (haar eigen woorden) van een Panitia aan wie ze dan toestemming had moeten vragen.
Tante Wies kon vrij goed opschieten met het gezin van de Panitia. En van zijn vrouwen leed aan chronische bloedingen en Tante Wies kon haar ervan genezen. Tante Wies mocht van de Panitia de zieken naar het ziekenhuis in Yogya begeleiden en de Panitia zorgde voor het transport. Wies kon tegelijkertijd adressen bezoeken waar ze geld voor de kampbewoners kon innen. Dit geld werd bij terugkomst het kamp in gesmokkeld: geld voor de betaling van de passar-lijsten.

Ontspanning en Cultuur: Tante Roos Hager werd als vanzelf de spil van dit gebeuren. Ze organiseerde cabaret-voorstellingen, die in de Aula werden opgevoerd. De organisatie van de viering van de verjaardag van ons Kamphoofd Tante Lot ( 5 oktober 1946 ) is het vermelden waard.
Maar het waren vooral de kampliedjes die wij kampbewoners regelmatig samen zongen, die ons bemoedigden en die tot nu toe bij tijd en wijlen nog zingen in ons hart.

Medische Zorg: Mevrouw Wong, Hanny Wijnschenk en Detie van Zeventer ( gediplomeerd verpleegsters ).
Mevrouw Wong beheerde de kliniek met apotheek. Hanny en Detie deden geregeld een medische ronde door het kamp.

Gaarkeuken: Werd geleid door Mw Tilly Mulder, geholpen door enkele meisjes. De kosten kwamen uit een liefdadigheidspot. Tijdens de zondagsdiensten van Tante Lot Bos werd gecollecteerd. Er werd zo af en toe een loterij georganiseerd. Dames die bij het putten hun emmer lieten ontglippen, moesten per emmer 1 gulden in de gaarkeukenpot storten.

Onder de klapperboom
Terug naar: Top       Terug naar: Algemeen overzicht