Het Zuiderkruis Evacuatie uit Sewoe Galoer via Barongan
Kamp-dagboek van Ronny Wong       Terug naar: Lied/voordracht-overzicht

Navigatie:
Einde verslag

Op 10 mei 1946 werd ons gezegd, dat wij om 12 uur zouden worden opgehaald. Wij hadden al dagen van te voren ingepakt, zodat we nu alleen maar de noodzakelijkste dingen hoefden in te pakken. Toen wij klaar waren met inpakken hebben we maar gauw nog wat gegeten, maar erge trek hadden wij natuurlijk niet door de spanning.
Maar eindelijk hoor, daar kwamen de auto's aan, 2 bussen en 1 vrachtauto.

Wij gauw aan `t inladen van onze barang.
Ik kroop gauw op de vrachtauto, want dat is veel frisser dan in een bus. Wij zaten allemaal op en in de auto's, maar ze reden maar niet weg.

Eindelijk reden wij dan om 2 uur weg, onder veel gejuich van de mensen, die achterbleven.

Onderweg, niet ver van het kamp verwijderd, werden wij door Soedibjo tegengehouden en hij gaf de chauffeur orders hoe hij moest rijden.
Zij hadden ons gezegd, dat wij naar de stad zouden worden gebracht en daar 2 dagen verblijven om daar je overtollige barang te verkopen. Ook zouden de vrouwen, die hun mannen hier in Djokja hadden, bij elkaar gebracht worden en dan pas zouden wij op reis gaan. Top

Maar niks hoor, wij reden wel aan de buitenkant van Djokja en vonden dat wel een beetje vreemd. Totdat wij de weg naar de suikerfabriek Barongan opreden. Toen snapten we er helemaal niks meer van.
Wij waren wel een beetje teleurgesteld, want we dachten werkelijk dat wij naar Djokja zouden gaan. Onze auto was door de andere auto's uit `t oog verloren en had een andere weg genomen. Maar tenslotte kwamen we om 5 uur in Barongan aan, waar we de andere auto's ook al zagen staan.

Daar kwamen we in een oud verlaten huis, dat al ik-weet-niet-hoelang onbewoond is. Het was als rijstschuur gebruikt. Wij moesten onze kamer nog schoonmaken, want de lege padihalmen lagen nog op de grond. En muizen bij-de-vleet, zelfs 's avonds kropen die beesten over je heen.

En in het huis naast ons zijn ook mensen ondergebracht uit Gondang Lipoero, die ook geëvacueerd moeten worden.
En aan de andere kant wonen mensen, die daar aan de beurt zijn om ook geëvacueerd te worden. Die mensen zijn pas geleden geïnterneerd. Top

We hadden alleen maar eten meegenomen voor 2 dagen, zoals gekookte rijst en hard-gekookte eieren. Wij dachten dat dat wel genoeg was voor 2 dagen.
Gelukkig zijn de mensen, die pas geïnterneerd zijn geworden, zo vriendelijk geweest om ons aan te bieden, dat zij wel voor ons zouden koken. Wat heel goed is, want we zitten hier nu al 7 dagen en nog zijn wij niet weg. Maar we denken allemaal dat we morgen gaan, omdat het dan de 17-de is en Merdeka-dag. Maar bij elke auto, die er langs komt, vliegen wij naar voren. Wij leven op het ogenblik in een geweldige spanning.

O ja, Soedibjo is een paar dagen geleden geweest en die heeft gezegd, dat wij ons gereed moeten houden omdat wij elke dag weggehaald kunnen worden.

Gisteren, 18 mei 1946, dachten we werkelijk, dat wij weggehaald zouden worden. Maar tegen de middag hebben ze opgebeld en de uitslag was, dat ze weer van niets wisten. Je zou ze ik-weet-niet-wat willen doen, maar wat kun je doen? En vandaag gaan we hetzelfde leventje maar weer verder. Het is elke dag in- en uitpakken.
Een heleboel mensen hebben hun klamboe en alles al ingepakt en dan moeten ze `s avonds alles weer uitpakken om te kunnen stapen. Top

Gisteren, 21 mei 1946, kwam Soedibjo ons `s middags vertellen dat wij per vliegtuig werden geëvacueerd. Maar hij wist niet wanneer het zou gebeuren. Hij dacht dat het misschien binnen 10 dagen zou gebeuren. En wij mochten nu maar 20 kilo meenemen. Want eerst mochten we 30 kilo meenemen, omdat ze dachten dat we met de trein zouden gaan.
Gelukkig maar, dat wij met een vliegtuig gaan, want nou behoeven wij geen etenswaar van te voren te maken. En we zullen nu naar berekeningen na 2 uur vliegen al in Batavia zijn, terwijl wij anders 24 uur moesten reizen.
Er kwam hier in het kamp een bericht binnen, dat alle Europese dames, die Javaanse zijn geworden om hun barang te redden, nu de weg moeten vegen.

Gistermiddag, 23 mei 1946, is Soedibjo met de dokter weer geweest. De dokter heeft rodekruis-banden uitgedeeld aan de verpleegsters voor onderweg. Soedibjo zei, dat we van Barongan naar de stad per bus gingen, van de stad naar Solo met de trein. In Solo overnachten en dan met een vliegluig naar Semarang, van Semarang naar Batavia per boot.
Maar er kunnen maar 2 vliegtuigen per dag gaan, dat is 2 maal 20 is 40 mensen per dag. Dat is ook niet veel. Maar in elk geval gaan we. Dat zal wel een hele vechtpartij worden, want de mensen in het huis naast ons willen ook het eerste gaan. Maar wij komen natuurlijk ook voor onze rechten op, want wij zitten al 5 maanden langer dan die lui geïnterneerd. Terwijl wij in het kamp zaten, waren die mensen nog er buiten. Top

Er zijn nu na al die jaren nog mensen, die niet van hun barang kunnen scheiden. Ze verzinnen er allerlei manieren op om toch maar alles mee te nemen.
Wij staan nu voor een keus: je barang houden of vrij zijn. Maar die mensen willen allebei hebben en dat kan natuurlijk niet. Gelukkig zijn er van dat soort maar weinig. Wij geven al onze barang, die we achter moeten laten, aan de mensen, die hier achterblijven. Dan hebben we er verder ook geen gezeur meer van.
De mannen van Poendoeng en Bantoel zijn al vertrokken. Maar ik gun het die mensen wel, want die zitten al van oktober 1945. En ze hebben het heel wat beroerder dan wij gehad.

27 mei 1946. Eindelijk is de dag aangebroken, dat wij zullen vertrekken. Morgen, dinsdag de 28e, om 9 uur is ons gezegd. De hele boel is in rep-en-roer en ze vliegen elkaar allemaal om de hals. Als het nu maar werkelijk waar is. Ze kunnen je altijd nog beduvelen.

28 mei 1946. `s Morgens vroeg, het was nog nauwelijks licht, toen de mensen al wakker waren. De mensen begonnen allemaal te pakken en hun barang op de galerij te zetten. En was het maar wachten op de auto's, die ons zouden halen. Om 9 uur zouden de auto's komen, maar ze kwamen pas om 10 uur. Nou dat was een zenuwachtig gedoe.
Er waren 5 vrachtauto's, 2 bussen en 1 gevangeniswagen. En al die dames wilden natuurlijk allemaal in de bussen. Maar daar waren geen plaatsen genoeg. De zieken moeten in een bus. Maar eindelijk, na lang gezeur, zaten alle mensen in een auto.
De achterblijvende meisjes hebben ons geholpen met de barang in de auto's te laden. Toen alles klaar was, kregen de militairen, die ons moesten begeleiden, een bevel om op of in de auto's te gaan zitten. Eindelijk vertrokken wij dan. Top

Onderweg heeft de bevolking nog een paar stenen gegooid. Eén is tegen het hoofd van een heer gekomen en een andere tegen het hout van mijn raam. Maar verder gebeurde er niets bijzonders.

Op het station Lempoejangan werden we in een trein geladen en kregen we besekjes met eten en op de balkons van de wagons werden drummen met zoete thee neergezet.
Nadat wij geteld waren, vertrokken wij. Zowat de hele dag reden wij en eindelijk, in de middag, kwamen wij op Bojolali en daar werden wij op een smalspoor gezet. We dachten, dat we weer eens beduveld werden en weer in een kamp werden gestopt.

Na een half uur gereden te hebben, kwamen wij bij een ziekenhuis. Daar moesten wij blijkbaar zijn. Ja hoor, we moesten uitstappen en met onze barang moesten wij naar dat gebouw lopen. De zieke en oude mensen werden met een auto gehaald.
Daar werd je in kamers gezet. Met z'n 15-en in een kamer en als je nou nog een bed kreeg! Dat zou je wel willen: een houten brits met lege rijstzakken en een tiker er over heen. Top

Wij haalden natuurlijk niet onze nachtkleren er uit. We sliepen zo in onze kleren.

Water was er haast niet. Je moest vechten voor een beetje water om je gezicht te wassen.
W.C.: nou als je er op ging zitten, dan stikte je haast van de stank.
Het eten was goed, maar we hadden geen trek, we waren veel te moe.
We sliepen als marmotten, alleen had je steeds met je buurlui herrie: of je kreeg een schop of klap in je gezicht en hij trok je aan je haren in z'n slaap.

29 mei 1946. Alle mensen waren voor zonsopgang wakker. Gauw pakten ze het nachtgoed in, en de pannen of drinkmokken. Gegeten werd er haast niet, omdat we in zo'n spanning zaten.
Bij ons in het ziekenhuis waren ook mensen uit Banjoebiroe, die daar in een gevangenis gezeten hadden. Zij hadden het veel slechter dan wij gehad. De ochtend voor ons waren ze aangekomen en ze gingen ook eerder in het vliegtuig. De meesten van die mensen waren nooit in een Japans kamp geweest en nu pas bij de extremisten geïnterneerd. Top

Om 8 uur kwamen de vliegtuigen boven ons om te landen op het vliegveld, een 10 minuten rijden van het ziekenhuis. Vrachtauto's reden af en aan om de mensen te halen. Wij behoorden bij de laatste vrachtauto's. De auto reed volgens ons niet hard genoeg.
Na 10 minuten kwamen we op het vliegveld aan, waar wij onder een afdak werden gebracht en waar je weer eens op of in een stoel mocht zitten. Wij hadden al die tijd geen stoel meer gezien. Je moest wachten tot je werd afgeroepen om in het vliegtuig te stappen.

Onderwijl deelde een Engelsman versnaperingen en sigaretten uit. Maar ja, zoals een Engelsman is: meisjes en dames met aardige gezichtjes krijgen alles en de rest kreeg af en toe ook wat. Maar aangezien ik geen meisje of dame ben, moest ik mijn aandeel op een andere manier bemachtigen. Die Engelsman had nog een laatste pakje van die heerlijke koekjes in z'n hand en hij wist niet wie hij het moest geven. Ik greep gauw het pakje en toen hij merkte, dat iemand het vast had, liet hij het los. Nou ik was in de wolken met het pakje.

En toch waren er nog mensen, die niets konden missen. Er was een jongen, die een stuk of 5 pakjes lucifers had met een V erop. En nou was er een meisje die wou graag één hebben als aandenken en ze vroeg hem er één. Maar je moest niet denken, dat hij er één gaf. Ik vind het echt misselijk. Top

Je kwam geweldig onder de indruk van de geweldige vogels, die maar mensen in hun buik laden.
We stonden er al een paar uur en nog steeds waren we niet aan de beurt. Maar we dachten "lest best", en dat kwam nog uit ook. De vliegtuigen gingen allemaal naar Semarang en kwamen dan weer terug.
De vliegtuigen rouleerden elke dag. En na een hele dag vliegen moesten de vliegtuigen naar Batavia om daar nagezien te worden.

Wij, mijn moeder en m'n zusje, zouden eigenlijk ook naar Semarang gaan, maar er was een familie van 3 personen, waarvan de vader iets aan z'n hart had en dus niet te lang in de lucht mocht. Toen hebben we geruild.
De vliegtuigen gingen pas met hun laatste vlucht naar Batavia, dus moesten we tot het laatste wachten. We wisten niet van te voren dat de laatste vliegtuigen naar Batavia zouden gaan, maar daar niemand wilde ruilen, hebben wij het maar gedaan. De mensen wilden zo vlug mogelijk weg, maar later hadden ze er spijt van. Top

Tegen 3 uur kwamen de vliegtuigen om de laatste mensen op te halen. We hebben behoorlijk in angst gezeten of we nog wel aan de beurt kwamen. Waren we niet meer aan de beurt gekomen, dan hadden we weer in het ziekenhuis moeten slapen en weer in spanning zitten.
Dus je snapt, dat we ons niet eerder veilig voelden voor we in het vliegtuig zaten.
Eerst werd de bagage ingeladen en gestouwd en daarna eerst de oude mensen en toen wij. Je moest je zelf kalm houden, want je zou wel zo tussen de mensen door willen dringen en naar binnen klimmen.

Eindelijk kwam ook ik aan de beurt en kreeg een mieters plaatsje bij een raam achter de vleugel, zodat ik een mieters uitzicht had.
We moesten ons vastbinden en daar gingen de motoren draaien. We dachten, stel je voor dat er nu iets gebeurde met de motoren, dan zouden we er weer uit moeten. Maar er gebeurde niets en `t vliegtuig reed naar het beginpunt van de startbaan. Daar bleef het nog een 5 minuten draaien. Top

Langs de startbaan stonden TRI-soldaten, waarvoor begrepen we niet. Je snapt toch zeker wel, dat wij niet zouden ontvluchten.

De loods waar we gezeten hadden, was rommelig achtergelaten: overal papiertjes en dozen.
De TRI-soldaten gingen al op auto's naar hun kazerne.

Plotseling gingen de motoren harder draaien en ..... daar ging ie hoor! Met een geweldige vaart stoof ie vooruit en je zag de loods als een schim voorbij schieten en, joep, daar nam ie een sprong en we waren in de lucht en tegelijk waren we ook vrij, maar dat beseften we toen nog niet.

De bemanning deelde papieren zakken uit voor geval van nood, en ook deelden ze snoepgoed uit. Mijn moeder en m'n zusje waren straal misselijk. Niet alleen zij, maar ook anderen hadden er last van.
Ik vond het uitzicht veel belangrijker en dus keek ik naar de bossen, afgewisseld door sawah's. Top

Boven land was er erg veel remous en daarom vlogen we eerst naar Semarang en gingen daar boven zee vliegen. Dat was wel een stuk eentoniger. Veel was er niet te zien.

In het vliegtuig hadden 2 leden van de bemanning zich het makkelijk gemaakt en legden een kaartje op een koffer. In een leeg bagagenet lag een derde te slapen na z'n vermoeiende dagtaak. De bemanning bestond uit allemaal Engelsen.

Tegen 5 uur gingen we bij Cheribon weer over land en na nog een kwartier gevlogen te hebben, kwamen we boven het vliegveld Kemajoran.
We moesten ons weer vastmaken en daar ging het vliegtuig landen, steeds lager en plots stonden we of reden we op de baan. Bij het einde gekomen even gedraaid en naar z'n plaats getaxied.
Eindelijk stonden we stil en ging de deur open, en sprongen of klommen we er uit. We werden bestormd door het grondpersoneel, die allemaal kwamen vragen of we hun vrouwen kenden en of ze nog leefden. Een heleboel moest teleurgesteld worden, een paar gelukkigen hadden iemand gevonden, die een slapie van z'n vrouw was geweest. Top

We werden in een auto geladen en reden weg. Hoe we reden wisten we niet. We kenden Batavia niet: maar tenslotte bereikten we een kamp van huizen, waar we voorlopig konden rusten. We werden in hokjes gestopt, waar we ons met DDT moesten insmeren. Onze bagage werd ook besproeid met het goedje.

Daarna moesten we langs tafels waar we onze KDP-kaarten kregen, plus 15 gulden om te beginnen. Ook kon je telegrammen verzenden. Mijn moeder verzond er een paar, maar ze wist niets anders te seinen dan "eindelijk vrij". Dat was het enigste.

Intussen hadden we onze bagage een beetje bij elkaar gezocht en gingen we naar een huis waar een paar kennissen van ons, die met het vliegtuig vóór ons waren gegaan, een kamer hadden en waar nog wel 3 personen in gingen.

Bij het kamphoofd kregen we voor ieder persoon een voedselpakket, een bord, een glas, een mes en een vork-en-lepel. Ook kregen we een kledingpakket, bestaande uit een handdoek, broek, blousje, riem, tandenborstel, kam, scheerapparaat, zeep en tandpasta. Mieters was dat. We voelden ons met dat alles geweldig rijk. Top

In de kamers stonden bedden met bultzakken en klamboes. In een mum van tijd hadden we ons geïnstalleerd. Dat hadden we zo langzamerhand wel geleerd.

In de kamer hingen kiekjes van de koninklijke familie en ieder kwam nu tot de ontdekking dat er toch een prinsesje bij was gekomen en dat het toch geen gerucht was geweest.

Het was langzamerhand al avond geworden en kregen we ons eten. We kregen zoveel eten, dat we het niet eens op konden. Ook hebben we een voedselpakket open gemaakt om te zien wat er allemaal voor heerlijkheden in zaten. Het was gewoon geweldig, zoals ze voor ons gezorgd hadden.

Die avond kwamen een paar vaders en mannen, die hadden gehoord dat hun vrouwen waren aangekomen, hun vrouw en kinderen opzoeken. Het was gewoon aandoenlijk om de eerste ontmoeting te zien. Ze hadden hun vrouw en kind allang opgegeven en nu hadden ze ze weer.
Ze konden het maar niet geloven. Top

We gingen die avond vroeg naar bed. Je kon het maar niet geloven in een bed te stappen in een echte kamer en vrij te zijn. Heel erg lang dacht ik er niet over na, want ik was lens van alle dingen die er gebeurd waren.
Maar één ding staat vast: de datum 29 Mei 1946 zal ik nooit vergeten.

Naschrift: Ik heb later, toen wij al vrij waren, gehoord, dat ze ons naar Barongan hebben gebracht, omdat het in Djokja zelf niet rustig was en er kans bestond, dat we door de bevolking aangevallen zouden worden. Ze hebben dus gewacht tot het wat rustiger was en ons toen pas naar de stad gebracht. Het was dus allemaal goed bedoeld, maar als je dat niet weet, dan zoek je er heel gauw iets achter. Het was misschien wel het beste, dat we er niets van wisten, anders waren er heus veel mensen een beetje gek geworden van angst en hadden dan gekke dingen uitgehaald.

Onder Klapperbomen

Terug naar: Top       Terug naar: Lied/voordracht-overzicht